klein verslag

Hoa Hakananai’a verlangt terug naar zijn eiland

Hoa Hakananai’a in Londen.

Met belangstelling las ik gisteren het overzichtsartikel van Eric Brassem in deze krant over de mogelijke teruggave van Afrikaans erfgoed, dat goeddeels wordt bewaard in Europese musea.

Er is iets met die kunst, al die voorwerpen, de beelden, de stoffen, de sieraden, de halskettingen, de zwaarden en schilden, de deuren, de zetels en ­tronen, de reliëfs en de trofeeën; ze werden in de oorden van hun herkomst als dragers van betekenis gezien, als ­bezielde objecten, als bemiddelaars ­tussen deze wereld en een andere, als sacrale voorwerpen in een ritueel of ­ceremonie.

Nu ja, ik ben althans gevoelig voor die notie, en heb die voorwerpen in ­klinische, geklimatiseerde museumzalen of uitgelicht tegen witte wanden vaak met ontzag bekeken en ook met bevreemding, omdat ze me soms zo verloren voorkwamen, zo ontheemd.

Ik vond die notie ook terug in de rede die Achille Mbembe vorige maand in Duitsland hield; de in Kameroen geboren Mbembe die in New York politico­logie onderwees, zei daarin dat Europa eigenlijk nooit zou teruggeven wat het uit Afrikaanse landen wegnam, omdat met de roof of verwerving van dat erfgoed ook de cultuur werd vernietigd. Niettemin beschouwt hij restitutie of teruggave als een verplichting, ook al om zijn eigen donkere verleden onder ogen te kunnen zien.

In Amsterdam ontmoette ik een Amerikaanse handelaar in Aziatische kunst – vooral uit Indonesië – die wees op de complexe gevolgen van teruggave; soms zitten moderne regimes in landen van herkomst helemaal niet te wachten op voorwerpen die intussen niet meer stroken met hun ideologie, geloof of machtsbelangen, en soms ook zijn de musea er niet in staat de voorwerpen afdoende te beveiligen en belandt het erfgoed via nepotisme of corruptie op de kunstmarkt in handen van kapitaalkrachtige, particuliere verzamelaars. 

De voorwerpen zijn beleggingsobjecten geworden, ze vertegenwoordigen waarde, maar ze zijn, ontdaan van hun cultuur, geleegd van betekenis. Ook in het artikel van Eric Brassem wordt op die gang van zaken gewezen: van 114 aan Congo teruggegeven stukken waren er 87 uit het Nationaal Museum in Kinshaha gestolen.

En dan nu Hoa Hakananai’a.

Dat is de naam van de ruim twee ­meter hoge basaltfiguur van Rapa Nui, Paaseiland, die de bezoeker van een vleugel van het British Museum in Londen opwacht. Hij is sinds 150 jaar in het bezit van het museum, nadat hij in het midden van de negentiende eeuw was meegevoerd door een Engelse ontdekkingsreiziger – Richard Powell – en aangeboden aan Queen Victoria.

Ook annexatie

We kennen de foto’s van deze beroemde moai, zoals de beelden lokaal worden genoemd; ze behoren intussen tot het werelderfgoed van Unesco, dat je misschien ook een vorm van annexatie zou kunnen noemen.

Deze week kwam een groep bewoners van Rapa Nui naar Londen om om de terugkeer van Hoa Hakananai’a te vragen; hij is veel meer dan een beeld, hij is een figuur, een familielid. De gouverneur lichtte dat in Londen met tranen in haar ogen toe. Men is bereid voor de Engelsen een replica te maken, maar de duizend jaar oude Hoa verlangt terug naar het gras en de heuvels van dat ­eiland in de Stille Zuidzee.

Ik zou hem graag uitzwaaien.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden