Review

Hirschfeld als echte verrader

Hans Max Hirschfeld is wel eens de 'machtigste ambtenaar die Nederland ooit gekend heeft' genoemd. Hij was secretaris-generaal van de ministeries van Handel, Nijverheid en Landbouw tijdens de Tweede Wereldoorlog, en zijn gedrag tegenover de bezetter is veelvuldig door historici en politicologen onder de loep genomen. Die kwamen tot ver uiteenlopende oordelen.

Hella Rottenberg

Sommigen vinden dat Hirsch felds handelwijze onmogelijk kan worden verdedigd met een beroep op 'het minste kwaad'. Anderen menen dat zijn verweer van na de oorlog steek houdt, dat het in het belang van de Nederlandse bevolking was dat hij op zijn post is gebleven en er bijvoorbeeld voor gezorgd heeft dat de voedselvoorziening op peil bleef, tot aan de hongerwinter.

De econoom Van der Zwan wilde het beeld van mythes ontdoen en er feiten voor in de plaats stellen. Hij deed bronnenonderzoek naar de Nederlandse handelspolitiek vóór en tijdens de oorlog, en groef in Hirschfelds persoonlijke dossier. Volgens Van der Zwan hebben de herinneringen die Hirschfeld in 1960 publiceerde het zicht op de werkelijkheid ontnomen. Waren zijn resultaten in de onderhandelingen met de Duitsers wel zo succesvol als hij zelf voorgaf? En hoe kon hij, terwijl hij nota bene een joodse vader had, zijn positie tijdens de bezetting behouden?

Een analyse van Duits-Nederlandse onderhandelingen en verdragen in de jaren dertig brengt Van der Zwan tot de stellige overtuiging dat Hirschfeld al vóór 1940 een uitgesproken pro-Duitse koers voer. Deugdelijke redenen waren er niet voor, want het eenzijdig op Duitsland gerichte beleid was voor de Nederlandse economie en politiek ongunstig, betoogt Van der Zwan.

Hirschfeld krijgt in diens beschrijving al vanaf 1933 een ongeëvenaarde macht toegekend. In zijn eentje bepaalde hij de handelspolitiek, het buitenlands beleid, de defensie-aankopen. Het lijkt alsof politieke leiding totaal ontbrak, alsof Hirschfeld -destijds een man van net in de dertig met nauwelijks ambtelijke ervaring- de hele regeringsploeg tot en met minister-president Colijn met sluwe manipulaties naar zijn hand wist te zetten.

In de eerste oorlogsdagen, zo leest Van der Zwan in het verslag dat Hirschfeld er zelf achteraf van heeft gegeven, trok de hoge ambtenaar het gezag naar zich toe door de informatiestroom te beheersen en de regeringsleden het idee te geven dat Nederland in feite al verslagen was.

Hirschfeld trad kordaat op, zo kordaat, zo suggereert Van der Zwan, dat hij zijn optreden welhaast van tevoren moet hebben uitgestippeld. Zijn vooropgezette doel moet daarbij geweest zijn om in nauwe samenspraak met de bezetter de nieuwe orde zo soepel mogelijk invoering te doen vinden. Door de voorbereidingen in de jaren dertig en de snelle capitulatie leverde Hirsch feld de Nederlandse economie vrijwel ongerept uit aan nazi-Duitsland. Als dat niet naar verraad riekt... En dat doet het ook, vindt Van der Zwan.

Na de overgave in 1940, werd Nederland door de Duitsers méér uitgebuit dan bijvoorbeeld België, Frankrijk of Denemarken, omdat Hirschfeld geen grenzen stelde aan het produceren ten behoeve van de vijand, aldus de auteur. Het is wel opmerkelijk dat Hein Kleman, de onderzoeker aan wie Van der Zwan het vergelijkende cijfermateriaal ontleent, die conclusie níet durft te trekken. Volgens hem zijn de cijfers te onzuiver, omdat de zwarte economie niet goed te meten valt. Bovendien laat Kleman meewegen dat in Nederland de voedseldistributie goed bleef functioneren, anders dan in genoemde landen, en dit juist dankzij Hirsch feld en diens medewerkers.

In het laatste deel van zijn boek tovert Van der Zwan nog een konijn uit de hoed, waaruit het pro-Duitse gedrag van Hirsch feld te verklaren valt. Bestudering van BVD-dossiers heeft het sterke vermoeden bij hem doen postvatten, dat de vader van Hirschfeld voor de oorlog werkte voor de Abwehr, de Duitse militaire inlichtingendienst. Hirsch feld achtte zich hierdoor chantabel en heeft geprobeerd om de sporen van zijn vaders firma snel uit te wissen. Die vader was ook nog joods, en de zoon kon zich daarom, in de visie van Van der Zwan, alleen handhaven door extra zijn best voor de Duitsers te doen.

Deze veronderstelling, die in Van der Zwans relaas, hoe hij er ook over uitweidt, niet veel meer wordt dan een speculatie, ondermijnt zijn eerdere uiteenzetting en visie op Hirschfeld. Wie zulke motieven noteert, moet zich kunnen baseren op spijkerhard feitenmateriaal. Bovendien klinkt het nogal onlogisch: als Hirsch feld zich zo kwetsbaar voelde, waarom vluchtte hij dan niet samen met de regering naar Londen? In plaats van met onomstotelijke feiten de kwade genius van Hirschfeld aan te tonen, voegt Van der Zwan hier slechts een nieuwe mythe aan de bestaande toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden