interview

Hiphop is het nieuwe punk, luister maar naar Ray Fuego

Ray Fuego (SMIB) op het festival Appelsap. Beeld -

Ray Fuego (22) is volwassen geworden. Het gezicht van de hiphopgroep-slash-kunstenaarsbende SMIB heeft een moeilijke tijd achter de rug, met te veel drugs. Maar nu bruist hij weer van de creatieve energie.

Het was op Koningsdag dit jaar dat Ray Fuego bijna van drie hoog uit een raam viel op een uit de hand gelopen huisfeestje in de Amsterdamse binnenstad. Zelf kan hij zich er niet zo heel veel meer van herinneren. Wel dat daags erna vrienden maar bleven langskomen, om te vragen of het wel goed met hem ging.

Het ging niet zo goed. Maar gelukkig zijn Rays vrienden geen ja-knikkers. Die trapten op de rem. Het was een duistere periode, zegt hij, op een bankje op de Zeedijk in de oktoberzon, aan een kop muntthee met carrotcake. “Duister, man”, herhaalt hij nog eens. Die vrienden zijn het belangrijkst. Die hielden hem op de rails. Gedurende het afgelopen jaar waarin er on-ge-lo-fe-lijk veel op hem af kwam.

Een jaar waarin Ray Fuego uitgroeide tot het gezicht van SMIB, dat staat voor de Bims. En Bims staat weer voor de Bijlmer, waar deze hiphopgroep/kunstenaarsbende vandaan komt. Rappers, ontwerpers en creatievelingen die dingen net even anders doen. Die naast het droppen van albums, EP’s en mixtapes ook een kledinglijn, een eigen festival en een podium op hiphopfestival Appelsap runnen. Net als een eigen kledingwinkel, op de Zeedijk, die ze vorig jaar met bevriende modeontwerpers openden. Na tal van interviews daarbinnen heeft Ray Fuego zin in een theetje even verderop. In het voorbijgaan krijgt hij van een wildvreemde tiener een boks, een ander omhelst hem kort als begroeting. ‘Yo, mad respect, Ray.’ Twee meisjes, op het bankje naast ons, vragen of hij ook naar dat en dat feestje komt.

Drakenenergie

Ray Fuego is binnen een jaar tijd een rockster geworden. Wereldberoemd onder­­ de hippe, grootstedelijke jeugd. Door zijn veelgeprezen debuutalbum ‘Zwart’, dat begin dit jaar verscheen. Door zijn drakenenergie, waarmee hij optredens van SMIB steevast tot ontploffing brengt. Onlangs verscheen zijn tweede plaat, ‘Fue’, aanleiding voor dit gesprek, maar hij zegt nog drie albums klaar te hebben. Tussen de bedrijven door vormde hij dit jaar met drie oude witte mannen ook nog een punkband, Ploegendienst. Want Ray Fuego is eigenlijk te hard om zich te beperken tot één genre.

Die interviews, die aandacht, hij noemt het ‘wel leuk’, zo zegt hij, met die zachte stem die het ene moment verlegen klinkt, maar die een tel later kan overkoken van de zelfverzekerdheid. Dat een journalist met hem wil afspreken­­ voelt als een bevestiging. Hij voelt zich ‘net een echte artiest, net een echte rockster’. Dan: “Maar eigenlijk voel ik me al een rockster sinds ik een baby was.” Grijns.

Hiphopformatie Smib treedt op op Noorderslag in Groningen. Beeld ANP

Doe-het-zelf-mentaliteit

Ray Fuego op het podium doet door die strakke spijkerbroek, zwarte laarzen en blote, volgetatoeëerde torso eerder aan Iggy Pop denken dan aan een doorsnee rapper. Maar hij ziet hiphop dan ook als het nieuwe punk. Om de doe-het-zelf-mentaliteit. De rauwe energie die er vrijkomt tijdens optredens. Het schoppen tegen het systeem, het zwemmen, zoals Fuego zegt, tegen de stroom in. “Wij hebben eigenlijk nooit anders gedaan. Wij waren al punk voordat ik wist dat punk bestond.”

Zijn liefde voor rock ’n roll ontstond in de pubertijd. Toen kreeg hij van een vriend een oude telefoon, ‘een Blackberry Torch’, die volstond met indierock. Tame Impala, dat soort dingen. Hij, die in de Bijlmer in een grote ketel met hiphop was gevallen, ging meteen lekker op die gruizige gitaren. Echt hard vindt hij hardcore bands uit de late jaren tachtig. Minor Threat, Bad Brains, het agressieve Black Flag.

Tegelijkertijd is punk dood, kijk maar naar die oude mensen die afwachtend staan te kijken als hij zich in het zweet staat te werken. Bij hiphopshows gaat het binnen een half nummer al los. Een show met Ploegendienst vergelijkt hij met werken in een kolenmijn, zijn shows met SMIB zijn als dat condensdruppeltje dat heel langzaam langs een glas naar beneden glijdt om één te worden met de rest van de druppeltjes – die uitzinnige kids die allemaal SMIB-sweaters dragen.

Zijn grote voorbeeld? Heeft hij niet. Veel andere artiesten idoliseren andere artiesten, begint hij, maar dat zou hij zelf nooit doen. Want dat zou betekenen dat je zelf nooit zo goed denkt te worden als die andere persoon. “De enige persoon die je als voorbeeld nodig hebt is jezelf. Want wat voor de ander werkt, hoeft niet voor jou te werken.” Maar wat als mensen jou als voorbeeld zien, zoals die tieners, net in de winkel? Hij neemt een bedachtzaam hapje van zijn carrotcake.

“Wees je eigen superheld. Maar! Je kunt wel geïnspireerd zijn door anderen. Alleen: alles wat ik kan, kan jij ook. Zelfde vlees, zelfde bloed. Ik poep en plas ook net als iedereen.” Hij vervolgt, toch wel. Hij heeft wél voorbeelden.

GRGY, Yung Nnelf, Myrtho. De mensen van SMIB. “Mijn vrienden. Het zijn mensen die durven toe te geven dat ze iets stoms hebben gedaan. Die niet bang zijn fouten te maken. Ik geef altijd mijn fouten toe.”

Want ja, hij heeft dit jaar wel een aantal fouten gemaakt. “Ik ging vreemd. Meer dan één keer. Ik heb mezelf gefaced. Mijn vriendin de waarheid verteld. En uiteindelijk is dat goedgekomen, we zijn nu drie jaar samen.”

Veranderingen

“Ook heb ik heel veel negatieve energie verspreid. In een periode dat ik heel veel ging drinken en heel veel andere substanties in mijn lichaam stopte. Tijdens shows, tijdens feestjes. Ik kon niet omgaan met de veranderingen in mijn leven. Dus probeerde ik op de domst mogelijke manier ervoor te zorgen dat mijn hersenen op de slechtst mogelijke manier ging werken.”

Niets mis met een feestje. Niks mis met een beetje gek gaan. Maar destructief drinken, dat is gevaarlijk, zegt hij. “Want je wéét dat het niet goed is, maar je hebt er schijt aan, en je gaat dan net even iets te ver.”

Dit speelde allemaal in de eerste maanden van het jaar, vlak na ‘Zwart’ uitkwam, tot Koningsdag, op die afterparty, waar hij echt te veel drugs had gebruikt. “Als mijn beste vrienden daar niet waren geweest, was ik gewoon dood nu. Het was tijd. Ik moest mezelf gaan aankijken.”

“Ik vond het heel overweldigend wat er allemaal op me afkwam. Alsof ik in één klap volwassen moest worden. Ik ben net 22. Mijn carrière onderging een drastische verandering, mijn relatie. Ik ging gebruiken om dat allemaal te verdoven. Mijn vrienden mochten me niet meer. Ik ging me distantiëren van ze, er kwam een muur tussen mij en iedereen om wie ik gaf.” Dat was die duistere tijd. “Ik heb veel gesprekken met mezelf gevoerd.”

En zo komen we op ‘Fue’, het album waarom we hier op dit bankje op de Zeedijk zitten. Het is een veel gladdere, dromerige hiphopplaat dan die vorige, het rauwe ‘Zwart’. Bewust. Want het weerspiegelt die periode. Als een lucide droom. Als een trippy staat van verdoving. Vandaar de laatste track – ‘Wekker’. Aan het eind wanneer hij ontwaakt uit die periode.

Het is niet de eerste keer dat hij zo’n ‘gekke periode’ had, op ‘Zwart’ stond de track ‘Bad September’, over een vergelijkbare terugval in september vorig jaar. Dus inderdaad, het kan maar zo gebeuren dat hij weer ontspoort. Maar hij denkt het nu beter op te kunnen vangen. “Nu ben ik volwassen geworden.” En volgend jaar? World domination, grijnst hij zelfverzekerd.

Ray Fuego - Fue is nu uit bij SMIB / PIAS

Lees ook:

‘Festival Appelsap is ook zonder headliners een vrolijke chaos.’ 

Dan ben je al niet zo’n groot festival, krijg je daags voor aanvang ook nog eens te horen dat je twee grootste namen tóch niet kunnen komen. Wat doe je dan? Je gooit de beuk erin

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden