Review

Hij las, feestte en had lief

In Boccaccio's 'Decamerone' komt een Florentijnse bankier voor die zijn zoontje verre probeert te houden van alle wereldse verlokkingen. Maar als de jongen, inmiddels achttien, voor het eerst een groep mooie vrouwen ziet roept hij verrukt:,,Wat zijn dat voor dingen?'' En wil hij er álles van weten. De 'Decamerone' staat bekend als een klassieke serie scrabreuze verhalen, maar het is juist de mix van verfijning en platvloersheid, die dit boek, nu uitgegeven in de 'Gouden Reeks', tot een literair meesterwerk maakt.

,,Hoeveel trotse paleizen, prachtige huizen, vorstelijke verblijven, eertijds door voorname heren en dames met talrijke bedienden bewoond, waren thans zelfs door de nederigste knecht verlaten! Hoeveel roemrijke geslachten stierven uit, hoeveel ontzaglijke domeinen en onschatbare fortuinen bleven zonder wettige erfgenaam! Hoeveel kloeke mannen, hoeveel beeldige vrouwen, hoeveel charmante jongelieden, die niet alleen door leken maar zelfs door Galenus, Hippocrates en Aesculapius kerngezond zouden zijn bevonden, gebruikten het middagmaal nog met hun verwanten, vrienden en kennissen en zaten reeds diezelfde avond in de andere wereld met hun overledenen aan!''

Giovanni Boccaccio's literaire originaliteit kwam tot volle bloei vlak na de gruwelijke pestepidemie van 1348: met de 'Decamerone' lanceerde én canoniseerde hij in één klap het genre van de Italiaanse novelle. De honderd novellen verhalen in eerste instantie over de kracht van de liefde in al haar hoedanigheden, over de meest uiteenlopende grillen van Vrouwe Fortuna, en over de verbluffende vindingrijkheid van het menselijk verstand. In tweede instantie lijken verrassend veel novellen ons iets te willen meedelen over de literatuur zelf, én lijken we in allerlei hoeken en plooien van de tekst telkens weer glimpen op te vangen van

Boccaccio's eigen spiegelbeeld.

Aan het begin van de Vierde Dag, midden in de raamvertelling, neemt de Auteur onverwacht het woord om zich te verdedigen tegen verschillende groepen tegenstanders. De novellen van de eerste drie dagen hebben kennelijk hun weg naar de lezers al gevonden, maar hebben lang niet iedereen enthousiast gemaakt. Sommige lezers nemen aanstoot aan de ongeloofwaardigheid van bepaalde verhalen, anderen vinden het onbetamelijk dat Boccaccio zich met zoveel passie alleen aan de vrouwen wijdt, weer anderen verwijten hem dat hij niet op een eerbare manier zijn brood verdient, net als ieder ander. Vooral dit laatste verwijt maakt de auteur bijzonder fel. Hij zal zelf wel uitmaken hoe hij zijn leven wil leiden! Om zijn tegenstanders te overtuigen van hun ongelijk gebruikt Boccaccio echter niet alleen rationele argumenten, bij wijze van uitzondering kruipt hij ook even in de huid van zijn tien stervertellers voor een kort maar krachtig verhaal.

In deze 'Novelle van de gansjes' kiest de Florentijnse bankier Filippo Balducci, na de dood van zijn geliefde vrouw, ervoor om zich met zijn twee jaar oude zoontje uit de wereld terug te trekken in een kluizenaarscel op een berg net buiten Florence. Filippo Balducci wijdt zich geheel aan God en wil zijn zoontje ver verwijderd houden van alle vergankelijke wereldse verlokkingen en bezittingen. Het kind groeit op in dit isolement, nagenoeg onwetend van de wereld, totdat hij een jaar of achttien is en voorstelt om zijn inmiddels oude vader te begeleiden op een van diens sporadische (bedel)reizen naar Florence. Denkend dat zijn zoon inmiddels uit de gevarenzone is, stemt de vader hiermee in, maar eenmaal aangekomen in het rijke Florence, beseft Filippo al snel dat hij een vreselijke vergissing heeft begaan. Zijn zoon is volledig overdonderd door alles wat hij ziet -paleizen, paarden, gebouwen, standbeelden, fonteinen- en van al deze dingen wil hij de precieze namen weten. Tot overmaat van ramp passeert er dan een groep rijk uitgedoste jonge vrouwen op weg naar een bruiloft. De mond van de jongeman valt open van pure blijdschap en verwondering: ,,Wat zijn dat voor dingen?'' Vader Balducci probeert nog te redden wat er te redden valt en gebruikt een (eeuwenoude) list: ,,Sla je ogen neer en kijk er niet naar, want dat zijn dingen des duivels.''

Ook wanneer hij van vader te horen heeft gekregen dat dit 'gansjes' zijn (oftewel een minderwaardig soort koopwaar), blijft de zoon betoverd door de vrouwelijke schoonheid. Het moet de oude Balducci als een dolksteek hebben getroffen: ,,Ze zijn mooier dan de geschilderde engelen die u me zo vaak hebt getoond.'' Hij moet en zal een 'gansje' meenemen naar hun grot. Vader Balducci realiseert zich dat zijn opzet is mislukt en dat zijn rationele aanpak tekort is geschoten.

In amper één bladzijde toont Boccaccio hier een staaltje van zijn revolutionaire verteltalent. Hij gebruikt het eeuwenoude en typisch middeleeuwse mysogyne exemplum-motief van de demoonvrouwen, maar hij keert het verrassend genoeg om ten voordele van de vrouwen en de liefde: de moraal van zijn moderne verhaal is juist dat er een bovennatuurlijke positieve kracht van vrouwen uitgaat, een kracht waartegen geen enkel verzet baat. Een andere omkering vindt plaats: Boccaccio smeedt de onpersoonlijke en abstracte verhaaltjes die zijn voorbeelden waren om tot een moderne realistische novelle met duidelijk herkenbare situaties voor de 14de-eeuwse lezer.

Dit kleine verhaaltje is door Boccaccio zelfs zo persoonlijk gemaakt dat het autobiografisch kan worden gelezen. Indirect vertelt Boccaccio hier namelijk over een cruciale periode in zijn eigen leven. Vader Boccaccio nam zijn dertienjarige zoon mee naar Napels om hem daar de kneepjes van zijn eigen vak te leren. Zo kwam de jonge Boccaccio ongewild in de leer bij handelslieden en bankiers. Maar vader was nog maar amper naar Parijs voor zaken of de zoon gaf zich al volledig over aan zijn echte passies: kunst, vrouwen en literatuur. In het aristocratische en koninklijke Napels van de Franse koning Robert d'Anjou vond hij op dit laatste gebied zeer veel van zijn gading in de koninklijke bibliotheek... alle belangrijke antieke literatuur, maar ook de Franse en Italiaanse middeleeuwse en contemporaine schrijvers. Hij las alles, feestte voortdurend, had lief, en schreef vernieuwende amoureuze literatuur. De Napolitaanse periode uit Boccaccio's leven werd zijn dolce vita, waarop hij later met nostalgie terugblikte.

De gezagvolle stem van zijn vader was nooit sterk genoeg om Boccaccio af te houden van zijn grootste liefde, de studie en beoefening der schone letteren. Filippo Balducci (overigens een collega van Boccaccio's eigen vader!) uit de korte novelle over de 'gansjes', blijkt net als Boccaccio senior niet in staat zijn zoon te interesseren voor de écht nuttige zaken des levens. Beide zonen gaan uiteindelijk koppig hun eigen weg, volgen de stem van hun hart die hen leidt naar de wereld, naar de liefde, en vooral naar de literatuur, omdat daar hun roeping ligt...

Het lot van Boccaccio's vader was nauw verbonden met dat van de grote Florentijnse bankiershuizen. De noodzakelijke terugkeer naar Florence vanwege een financiële recessie (die uiteindelijk heel Europa zou treffen), viel vooral de jonge Boccaccio zeer zwaar. Aanvankelijk kon hij moeilijk aarden onder de gierige en bekrompen Florentijnen in wat hij zag als een armetierig provinciestadje. Een paar jaar later in 1348 was Boccaccio waarschijnlijk ooggetuige van de gruwelijke gevolgen van de Zwarte Pest. Zoals te lezen valt in de uitvoerige beschrijving van de pest in de 'Inleiding tot de Eerste Dag', verwoest de pest het oude Florence tot op de bodem. Dit vormt de aanleiding voor de tien jonge mannen en vrouwen om Florence te ontvluchten en om samen een nieuwe ideale mini-

samenleving te stichten waarvan het verhaal en het verhalen vertellen een van de peilers vormen.

In de loop der tijd is de 'Decamerone' maar al te vaak behandeld als een verzameling scabreuze verhaaltjes, alleen bedoeld als tijdverdrijf en vermaak voor de achtergestelde en verliefde vrouwen tot wie de auteur zich in de eerste plaats richt. Er was te weinig oog voor de sporen van de grote schrijver en literator die hier aan het werk was geweest.

In werkelijkheid is de 'Decamerone' een gedoseerde en gecontroleerde mengeling van hoge én lage literatuur, van complexe én eenvoudige vertelvormen, van aristocratisch én platvloers vermaak, van middeleeuwse én humanistische waarden. De meeste van de honderd novellen kunnen gelezen worden op verschillende niveaus en zijn voor velerlei uitleg vatbaar. Veel novellen zijn ronduit frustrerend door hun mysterieuze veelduidigheid (beroemde voorbeelden zijn de allereerste over aartszondaar Ser Ciappelletto die door een ongehoorde biecht heilig wordt verklaard, en de allerlaatste novelle over de Maria-achtige boerendochter Griselda die door haar duivelse adellijke echtgenoot zinloos lang en wreed op de proef wordt gesteld); andere novellen hebben interessante dubbele bodems waardoor ze tot nadenken stemmen; nog andere blijken te berusten op een ingewikkelde numerologische symboliek (zo is uit onderzoek gebleken dat verschillende novellen op zinsniveau volledig symmetrisch zijn opgebouwd met de cruciale zinsnede precies in het midden, én op de top van een kunstig soort zinnenpiramide).

Zonder snobisme verenigde Boccaccio in zijn 'Decamerone' het beste van de 'hoge' en de 'lage' cultuur en liet zo zien dat die tegenstelling eigenlijk in zijn tijd al weinig zin had. Meermalen schaamde hij zich voor dit werk, vooral in zijn contacten met de verfijnde Petrarca, maar hij is altijd van dit boek blijven houden. Het meest tastbare bewijs hiervan is dat hij het vlak voor zijn dood eigenhandig nog een keer liefdevol transcribeerde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden