Review

Hij jent, zuigt, treitert en sart

Er zijn niet veel romanschrijvers die zo opvallend en aanhoudend in de media aanwezig zijn als Arnon Grunberg. Nu eens rapporteert deze aartsschnabbelaar over zijn belevenissen als personeelslid in een Duits hotel, dan weer is hij als oorlogsverslaggever aanwezig in Afghanistan. Maar het grootste gedeelte van zijn kranten- en tijdschriftenstukken bestaat, geloof ik, uit brieven en e-mails aan allerlei meer en minder bekende personen.

Een selectie uit die correspondentie is nu, min of meer bij wijze van baksteendikke voetnoot bij Grunbergs romanoeuvre, verzameld in ’Omdat ik u begeer’.

De stukken verschenen eerder in Het Parool en in het Vlaamse weekblad Humo. Ze zijn geadresseerd aan (ex-)vrienden, (ex-)vriendinnen, dode en levende collega-schrijvers, openbare persoonlijkheden en aan familieleden, waaronder zijn moeder en zijn zuster.

Afgezien van de doden, die het allemaal natuurlijk koud laat, zal lang niet iedereen blij zijn geweest met de brieven van Grunberg. De schrijver jent, zuigt, treitert, sart en kleineert namelijk dat het een aard heeft. Elk compliment dat hij met de ene hand geeft, wordt onmiddellijk daarna door de andere hand teruggenomen. „Bedankt voor je gastvrijheid, waarvan ik helaas maar kort heb mogen genieten,” schrijft hij bijvoorbeeld aan zijn zus, die als joods koloniste met een uiterst orthodoxe man en zeven kinderen op de Westelijke Jordaanoever woont. Om er op typerende wijze onmiddellijk aan toe te voegen: „Dat lag niet helemaal aan mij.”

Naar eigen zeggen pest de schrijver uit therapeutische overwegingen. Hij wil de geadresseerde als het ware vernietigen, opdat die daarna ’zichzelf’ kan zijn - althans ’zichzelf’ in de door Grunberg wenselijk geachte vorm: zonder illusies. Geen wonder dat de slachtoffers van deze onbevoegde uitoefening der geneeskunst soms krachtig tegenstribbelen. Herhaaldelijk komt ze dat op een nieuwe brief te staan, want zoals het een goed pester betaamt: Grunberg laat niet af.

Om goed te kunnen pesten, moet je echter niet alleen vasthoudend zijn, maar ook een oplettend waarnemer, en dat is Grunberg zeker. Zijn kritische opmerkingen over de boeken van Ronald Giphart, A.F.Th. van der Heijden en P.F. Thomése bijvoorbeeld snijden beslist hout, evenals zijn analyse van het fenomeen Pim Fortuyn. Aan deze politicus schreef hij zowel voor als na diens dood een brief, en in de eerste brief merkt Grunberg op: „De beste manier om u weg te krijgen is op u te stemmen. Een stem op u is een stem tegen u. U bent uw ergste en meest geslepen vijand”.

Niet altijd is Grunbergs karakterisering zo raak. De brieven bevatten ook nogal wat meligheden, waarbij allerlei vormen van masochisme en lichamelijke en morele ontluistering opvallend veel aandacht krijgen. „Wilt u mijn vuilnisbak zijn?” vraagt hij één van zijn correspondenten. Ook zichzelf spaart de schrijver overigens niet. De lezer wordt uitgebreid geïnformeerd over Grunbergs verleden als stalker van een dienster in een Italiaans restaurant aan de Vijzelstraat en over zijn verloving met een vrouw die hij eerst beschrijft als een zeventigjarige, enkele maanden later als een 84-jarige, en nog weer iets later als een negentigjarige. In werkelijkheid blijkt zij volgens het uitgebreide notenapparaat achterin het boek in 2005 te zijn overleden op 75-jarige leeftijd.

Al met al beklijft van dit boek vooral de indruk dat Grunberg het bestaan ziet als een ballet van niet onvermakelijke maar altijd ijdele malloten, waarin uiteindelijk iedereen de pineut is, en dat in deze wereld alleen een flinke dosis met een vrolijk gezicht geserveerd masochisme het bestaan kan veraangenamen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden