Architectuur

'Hier gaan we samen oud worden'

foto Menno EmminkBeeld Menno Emmink

Hoe willen we wonen op onze oude dag? Daarover dachten vier echtparen in Leiden ruim tien jaar geleden op twee belangrijke punten hetzelfde: met elkaar in een gebouw en in de historische binnenstad.

De lange zoektocht van vier Leidse echtparen die samen een pand zochten leidde uiteindelijk naar het voormalige Wees- en Oudeliedenhuis. Het werd bewoond door krakers, maar was eigendom van de gemeente.

“We hebben het inclusief de krakers gekocht”, zegt Jan van Iersel, een van de bewoners. In de overgangsperiode die de oude en nieuwe bewoners overeenkwamen, anderhalf jaar, werden er plannen gemaakt om het uitgewoonde gebouw uit 1852, dat de naam ‘De kleine ruïne’ kreeg, nieuw leven in te blazen. Dat Jan architect is bij bureau Broekbakema kwam goed van pas. Hij zag de mogelijkheden van het langgerekte gebouw met twee zijvleugels, dat ze voor aankoop maar een uur konden bekijken.

Levensloopbestendig

Ondanks dat het een Rijksmonument is, bleek er toch veel mogelijk. Nu zijn er vier prachtige appartementen in ondergebracht, bereikbaar met een lift, want natuurlijk moest het geheel levensloopbestendig zijn. Veertig procent van de in totaal duizend vierkante meter bestaat uit gemeenschappelijke ruimtes: de centrale hal, een riante hobbyruimte en de keuken waar Jans vrouw Renée en medebewoner Ralph Slot zijn aangeschoven aan de grote tafel. Glazen deuren bieden toegang tot de besloten stadstuin. Eens in de twee weken eten ze hier met elkaar en dan wordt er soms ook vergaderd. Maar ze proberen het met zo min mogelijk regels te doen, zegt Renée. “We hebben dezelfde intentie: hier samen oud worden. Verder moet je gewoon een beetje meebewegen.” Ralph: “We hebben allemaal in een studentenhuis gewoond. Zo is het nu weer, alleen pikt niemand meer iets uit de ijskast.”

Beeld Menno Emmink

Geen groepsprogramma

De bewoners, allemaal zestigers, zijn heel actief en werken nog. Er is zeker geen dagelijks groepsprogramma, alleen een groepsapp. Misschien wordt het contact intensiever als ze ouder worden. Het idee is in elk geval dat ze hier altijd kunnen blijven en elkaar ondersteunen als het nodig is. De twee logeerkamers met eigen sanitair, nu intensief gebruikt door kinderen en andere gasten, kunnen in de toekomst onderkomen bieden aan verzorgers. Daarover is natuurlijk nagedacht.

Pas in de eindfase is de verdeling van de appartementen bepaald. “Als je dat niet doet, gaat iedereen al snel naar zijn eigen plekje kijken”, zegt Jan. “Terwijl je eerst vooral over het geheel moet nadenken.” Uiteindelijk kregen alle woningen een unieke indeling en sfeer (met twee interieurs van KEEK architecten). De twee appartementen boven in het pand krijgen veel daglicht dankzij een grote hoeveelheid glas die aan de oude kapconstructie werd toegevoegd. De appartementen beneden profiteren weer optimaal van het historische karakter - stucwerk, hoge plafonds - en de toegang tot de tuin.

Opmerkelijk is dat de voordeuren van de woningen allemaal van glas zijn. Zo gaan de gezamenlijke ruimtes bijna ongemerkt over in privéruimtes en kun je door het hele gebouw heenkijken. “Ja, je ziet elkaar weleens lopen. Maar dat vindt niemand onprettig”, zegt Jan.

Ze geven grif toe dat je zo’n groot project alleen kunt uitvoeren als je enigszins kapitaalkrachtig bent; ze hadden allemaal een huis in Leiden dat verkocht kon worden.

Een hypotheek vinden voor het nieuwe pand - toen nog een bouwval met vier eigenaren - was best ingewikkeld. “Het kost allemaal heel veel tijd, bij ons een jaar of twaalf. Je moet er dus al vroeg over gaan nadenken”, adviseert Jan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden