George Hendrik Breitner, Adolphe Boutard als Arabier (1883).

Kunst

Het zwarte model: De blinde vlek in de historie van de kunst

George Hendrik Breitner, Adolphe Boutard als Arabier (1883).Beeld Martijn Zegel / Teylers Museum Haarlem

Nederlandse kunsthistorici zagen niet-witte personages op schilderijen lang als nietszeggende, naamloze decorstukken. Daar komt nu langzaam verandering in, zo blijkt uit recente ontdekkingen bij het Kunstmuseum Den Haag en het Amsterdamse Rijksmuseum.

“Adolf Boutar kwam uit Ethiopië en was  schildersmodel”, zo stond het in de handboeken en zo schreef Frouke van Dijke, conservator bij Kunstmuseum Den Haag, het meerdere ­keren over in artikelen. De man stond eind ­negentiende eeuw model voor kunstenaars als George Hendrik Breitner, Marius Bauer en Thérèse Schwartze. 

Totdat Van Dijke vorig jaar de tentoonstelling ‘Le modèle noir’ zag in het Musée d’Orsay in Parijs, een tentoonstelling waar de aandacht voor het eerst ging naar de zwarte personages op bekende kunstwerken uit de negentiende en begin twintigste eeuw. “Ik was verbaasd hoeveel het museum over die modellen kon vinden. En bedacht dat dat ook voor Boutar zou kunnen gelden.” Van Dijke werkte aan de tentoonstelling ‘Breitner vs Israels’, en er waren meerdere tekeningen en schilderijen waarop deze Boutar te zien was. 

Het Kunstmuseum gaf een genealogiespecialist opdracht Adolf Boutar te traceren. Wat bleek: het model heet Adolphe Boutard, was geboren in 1839 op Sumatra, zijn moeder stamde waarschijnlijk af van Afrikaanse slaven. Hij vertrok in 1862 vanuit Nederlands-­Indië naar Europa. In 1867 woonde hij in Brussel, hij kreeg een zoontje met een Antwerpse vrouw uit een muzikantenfamilie. Toen ze trouwden, noemde Boutard zich ‘chanteur ­ambulant’, rondreizende zanger. In 1881 kwam hij naar Den Haag. 

Japanse kimono's

Boutard trad op in café chantants, bewoog zich in artistieke kringen. Van Dijke: “Het is goed denkbaar dat hij via dat circuit ook gevraagd is om model te staan. Dat we niet alle namen kennen van de mensen op een schilderij is niet vreemd. Breitner schilderde vaak straatscènes waarop veel anonieme figuranten te zien waren. Ze vertegenwoordigden een type, bijvoorbeeld dat van de dienstbode of de burgerlijke vrouw, Breitner bedoelde er geen specifiek persoon mee. Zo is het ook met Boutard gegaan: hij stond model voor schilderijen als ‘Euneuch’ (ook wel bekend als ‘Deurwachter’), viel zelfs in voor een portret van een Afrikaanse Knil-soldaat door Isaac Israels. En hij poseerde ook met Japanse kimono’s en ­andere gewaden, scènes die we kennen van aquarellen van Breitner.”

Simon Maris, 'Isabella' (1906).Beeld Carola van Wijk / Rijksmuseum Amsterdam

Een van die aquarellen kwam onlangs in het bezit van het Teylers Museum. “Zo’n mooie, royale aquarel van Breitner hadden we nog niet in de collectie”, vertelt Terry van Druten, hoofdconservator van de kunstcollecties van Teylers. Een sprekende voorstelling van een zwarte man, een felblauwe hoofdbedekking, zittend op de grond, met ontbloot bovenlijf. ‘Adolphe Boutard als Arabier’ was de titel en volgens de stickers achterop heette het lang botweg ‘De neger’. Van Druten: “Vijf jaar geleden had ik dat laatste nog overgenomen bij het tekstbordje, tussen aanhalingstekens. Het is immers historische informatie over hoe het kunstwerk genoemd werd, je wilt die informatie niet onder het tapijt moffelen. Interessant om te zien hoe je instelling daarover verandert. Inmiddels laten we het weg, het is zo respectloos.”

Bij toeval ontdekte Van Druten dat het Haagse Kunstmuseum inmiddels meer weet over het model. “We hebben inmiddels al vier verschillende omschrijvingen gehad voor bij het werk.” In navolging van het Rijksmuseum, waar een werkgroep terminologie in 2015 de titels en tekstbordjes van alle voorwerpen en kunst uit de collectie kritisch bekeek, heeft ook Teylers de catalogus opgefrist. “Je hebt als museum een publieke functie, het is belangrijk je bewust te zijn van de blinde vlekken die eerdere generaties hadden”, zegt Van Druten.

Mannelijk, westers perspectief

Die blinde vlekken houden Lisa Lambrechts, nu junior-conservator bij het Rijksmuseum, al lang bezig, ze schreef haar masterscriptie over de Belgische negentiende-eeuwse beeldvorming van zwarte personen in de kunst. “Ik heb een biculturele achtergrond: ik ben Belgisch-Salvadoriaans. We kregen te maken met etnische profilering en racisme. Bij mijn studie kunstgeschiedenis miste ik ook die safe space voor mensen van kleur. De ­museumwereld is heel lang uitgegaan van het mannelijke, westerse perspectief, de samenleving is veel diverser. Door onderzoek naar die vooroordelen kun je dat perspectief verbreden, en ook andere stemmen laten horen. Zodat ook zij zich er geaccepteerd en gezien voelen.”

Als onderdeel van de werkgroep koloniale terminologie deed Lambrechts voor het Rijksmuseum zes maanden onderzoek naar een schilderij van Simon Maris uit 1906 van een meisje met een waaier. Eerst heette het ‘Indisch type; Oostersch meisje zittend in een fauteuil’, in 1976 kwam het als ‘negerinnetje’ in de bestandscatalogus van het museum. In het familiearchief van de kunstenaar vond Lambrechts de voornaam, Isabella, nota bene als titel voor het schilderij. Twee keer stond de naam bij foto’s van het meisje die Maris zelf heeft gemaakt. “Ik was heel blij toen ik die vond. Het laat zien dat ze bestaan heeft.”

De achternaam van Isabella is nog niet achterhaald, waardoor verder zoeken lastig blijft. “Dit is een eerste stap, door deze vondsten naar buiten te brengen komen er misschien nieuwe aanwijzingen die ons meer kunnen vertellen over Isabella.” Ook Kunstmuseum Den Haag is nog niet klaar met Adolphe ­Boutard, zegt Van Dijke: “Hoe was het om in die tijd als zwarte man in Den Haag, op dat moment nog echt geen grote stad, te leven? We hopen natuurlijk op een dagboek, brieven, ­foto’s. Voor nu ben ik al heel blij zijn naam ­eindelijk goed te kunnen schrijven.”

Adolphe Boutard is nog tot 6 september te zien op meerdere kunstwerken in de tentoonstelling ‘Breitner vs Israels’ in Kunstmuseum Den Haag. De nieuwe aquarel is nog tot 19 juli te zien in Teylers Museum in Haarlem. ‘Isabella’ van Simon Maris is te zien in zaal 1.18 van de vaste collectie van het Rijksmuseum.

Lees ook: 

‘Herkenning in het museum, dat had ik nooit ervaren’

De eerste zwarte Amsterdammers waren geen slaven, maar trotse zeevaarders.Het Rembrandthuis vertelt over hen aan de hand van portretten van Rembrandt en zijn tijdgenoten. Voor Stephanie Archangel, die de tentoonstelling samenstelde, is het een heel persoonlijk verhaal geworden.

De eerste zwarte Amsterdammers waren geen slaven, maar trotse zeevaarders

In het Amsterdam van Rembrandt van Rijn – waar slavernij verboden was – vestigden veel zwarte Amsterdammers zich rondom het huis van de schilder. Mark Ponte van Stadsarchief Amsterdam pluisde hun geschiedenis na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden