Samen zingen

Het zangkoor, nu volledig virtueel

Een virtueel kerkkoor op paaszondag in Washington.Beeld AP

Dankzij de coronacrisis ontdekken zangkoren een nieuw fenomeen: het virtuele koor. Samen zingen op afstand. Geweldig, zegt een amateurzangeres. ‘Het heeft mij enorm geholpen om weer aan de slag te gaan.’

Op 11 maart legde componist, zanger en dirigent Jeroen Spitteler de laatste hand aan zijn nieuwe koorwerk ‘Oorsprong’. De volgende avond kon hij het nog net één keer doorzingen met zijn Amsterdamse koor Photonen. En toen legde het coronavirus alles plat. Koren mochten niet meer samenkomen, concerten werden verboden. “Vorig weekend zou de première zijn geweest tijdens een concertreis naar Dublin”, zegt Spitteler. “Alles is afgezegd. Ongelooflijk, waar zijn we in beland?”

Alle koren worstelen met de coronabeperkingen, en elk zoeken ze naar een oplossing. Sommige zangclubs proberen toch nog samen te komen in kleine groepjes op gepaste afstand (zie kader). Andere duiken in de wereld van het videobellen, bijvoorbeeld via Zoom. Maar er zit vertraging op de lijn, waardoor zangers nooit echt gelijk zijn. “Het wordt een kakofonie”, zegt Spitteler. “Dat was me al snel duidelijk.”

Om de koorleden thuis toch bezig te houden, verspreidde hij een oefenvideo waarop zijn vaste pianiste Femke de Graaf de koorpartijen speelt en hijzelf dirigeert. Toen dat aansloeg, ging hij nog een stap verder: hij begon een virtueel koor. Daarbij zingt elk koorlid thuis zijn eigen partij in, op een mobieltje, waarna een technicus de opnames tot één ­geheel samensmeedt. Zo krijg je een video waarin je alle zangers tegelijk hoort én ziet in een raster, met de dirigent in het midden.

“Het is best ingewikkeld”, vertelt Spitteler. “Maar onze technicus Eberhard Licht wilde de uitdaging aangaan.” De dirigent maakte uitvoerige instructievideo’s voor de sopranen, alten, tenoren en bassen. Daarin legt hij uit waar je moet ademhalen, hoe je een frase afrondt en hoe je de Nederlandse tekst uitspreekt. Zing bijvoorbeeld niet ‘on-ver-gan-ku-luk’, tipt hij, maar ‘on-ver-gan-ki-lik’; dat is beter te verstaan en stroomt lekkerder. “Zulke dingen komen normaal gesproken organisch aan bod tijdens de repetitie”, aldus Spitteler. “Dan schaaf je weken aan zo’n stuk. In de video’s moest ik overal op anticiperen.”

Zodra de zangers hun partij goed hadden ingestudeerd, kropen ze met een koptelefoon voor de computer, volgens strikte aanwijzingen van de technicus. Ze dienden hun mobieltje voor het computerscherm te plaatsen. ­Vervolgens namen ze zichzelf op terwijl ze meezongen met een filmpje waarop Spitteler zijn werk dirigeert, ondersteund door de piano die de toonhoogte aangeeft. Om alle opnames te synchroniseren begint iedereen met een ­handklap – zeg maar het ‘action!’ uit de film-industrie.

Repeteren in kleine groepjes

Hoe blijft een zangkoor op peil in coronatijden? Gezamelijke repetities mogen niet, want samenscholingen van meer dan vier zijn verboden. Een naamloos vrouwenkoor in Utrecht heeft daar iets op gevonden, vertelt amateurzangeres Bettina Leiss. “Onze docent Ingrid Bregman heeft het ensemble van twaalf vrouwen opgeknipt in groepjes van drie. Die komen verspreid over de donderdag in haar studio langs om te zingen. Tussen de sessies door maakt Ingrid alles goed schoon. Normaal komen we elke donderdagavond samen, twee uur lang. Nu zingen we wat korter, zo’n vijf kwartier, inclusief klankschaalsessie. De mensen die er niet bij zijn, kunnen via Zoom meeluisteren. Ik vind het mooi hoeveel creativiteit en moeite onze docent erin stopt. Het is ook best een fijne manier van zingen in zo’n klein groepje. Ik ben blij dat het nog doorgaat, ook omdat het structuur geeft. Werk en privé lopen vanwege de crisis steeds meer door elkaar. Zo’n zangdag voelt als een duidelijke ijkpunt in de week.”

Trouw-redacteur Monic Slingerland is enthousiast over de aanpak. Ze zingt als tweede sopraan in het Utrechts Vocaal Ensemble (UVE), waar Spitteler ook dirigeert. Net als het Amsterdamse koor Photonen zou ook het UVE Oorsprong gaan uitvoeren, maar de repetities liggen al zes weken stil. “Vanaf het begin stuurt de dirigent elke woensdag een mail met huiswerk”, vertelt Slingerland. “Dat heb ik nooit gedaan, ik kreeg het niet voor ­elkaar zonder concert of repetitie in het vooruitzicht. Maar dankzij die instructievideo’s ben ik er weer. Ik oefen nu elke dag. Het heeft me enorm geholpen om weer aan de slag te gaan.”

Van andere zangers hoort de dirigent soortgelijke verhalen. Ze hebben weer zin in hun hobby en hebben de creatiefste capriolen uitgehaald om de perfecte opname te maken, met ducttape en wat dies meer zij.

Een prettige bijvangst is dat de koren uit Amsterdam en Utrecht in dit project moeiteloos samenwerken. Fysieke afstand is online immers geen enkel probleem, weet ook de ­pionier op dit gebied, Eric Whitacre. De Amerikaanse componist en dirigent experimenteert al sinds 2009 met virtuele koren. In zijn meest recente huzarenstukje laat hij meer dan achtduizend deelnemers meezingen, woonachtig in 120 verschillende landen. Een prestatie van formaat, maar over het muzikale resultaat is niet iedereen enthousiast. Te veel show, te veel Disney, zeggen critici. Spitteler zag er aanvankelijk ook niets in. “Ik vond het te Amerikaans. Tot de coronacrisis kwam. Toen zag ik ineens de mogelijkheden.”

Spitteler is niet de enige die ‘om’ is. Diverse befaamde koren hebben de afgelopen weken hun eerste virtuele schreden gezet. Het koor van De Nationale Opera deed de Paashymne uit Mascagni’s ‘Cavalleria rusticana’. Het Rias Kammerchor Berlin zong het ontroerende avondlied ‘Der Mond ist aufgegangen’ van Schulz en Reger.

Ook de amateurwereld ontdekt de virtualiteit. Als een van de eerste plaatste het Leids Kamerkoor onlangs ‘Stars’ van de Letse componist Eriks Esenvalds online, ingezongen vanuit ‘verschillende huiskamers, keukens en zolderkamers’. Dit alles, zo vermeldt de website, om in coronatijden ‘het koorgevoel levend te houden en samen muziek te maken’.

Eindelijk tijd om je stem te resetten

De 45 zangers uit het koor van De Nationale Opera oefenen helemaal niet meer samen. “Het is lastig, we hebben helaas nog geen oplossing”, vertelt de Britse bariton ­Dominic Kraemer. Opdelen in ­kleine groepjes ziet hij niet zitten. “Zingen is gewoon te riskant; je ademt de hele tijd door je mond en er schiet weleens een druppeltje weg. Online samenzingen via Zoom gaat ook niet, want daar zit een vertraging in. En zo’n virtueel koor met opgenomen stemmen … Tja, een prachtig symbool, maar het haalt het niet bij echt samenzingen. Je kunt nu eigenlijk alleen individueel werken. Ik maak de tijd nuttig door mijn stem te trainen. Ik begin elke dag met ademhalingsoefeningen. Dan voeg ik fricatieven toe, zoals de letter f, en daarna de stem zelf. Heel therapeutisch. Resetten, daar heb ik nu eindelijk tijd voor. Verder oefen ik mijn talen: Italiaans, Duits, Russisch, Frans – en Nederlands. Nuttig voor later, al zal het nog wel even duren voor we weer kunnen beginnen. Eerst maar solorecitals, denk ik. Het koor zal pas als laatste weer op gang komen.”

Een ontroerend resultaat

Afgelopen vrijdag was het dan zover. Spittelers compositie Oorsprong ging alsnog in première, online. Het werk, contemplatief en etherisch van sfeer, is gebaseerd op een door hemzelf vertaald gedicht van de Estse dichter Juhan Liiv. “Het gaat over de oorsprong van muziek. Wat is de essentie ervan? Hoe komt het dat wij het samen kunnen delen? Het is achteraf de ironie van het lot dat we juist nu zo’n tekst zingen. Ik ben heel blij met het resultaat. Het is ontroerend, ondanks alle hordes die we hebben moeten nemen.”

Een succes dus, in meerdere opzichten. Maar is zo’n virtueel koor nou een volwaardig alternatief voor een echte repetitie? Niet helemaal, erkent Spitteler. “Het wezenlijke van koorzingen mis je: het fysieke samenzijn, het op elkaar reageren, het samen musiceren. Een repetitie evenaren lukt niet. Ik doe mijn best om het zo goed mogelijk te benaderen, maar het valt zwaar om dit niet echt samen te kunnen doen, zowel sociaal als muzikaal. Ik zie er enorm naar uit om weer fysiek met de zangers te repeteren. En zij ook.”

Lees ook:

Anderhalvemeterkunst: ‘garderobe is niet meer nodig, past op de lege stoel naast je’

Geen symfonieorkest, wel strijkjes. Geen theaterspektakels, wel dialogen. Geen stagedivende bands, wel singer-songwriters. Experts vertellen hoe de anderhalvemeterkunst eruit kan gaan zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden