Review

'Het wordt eenzaam in de kerk'

Het raakt Nico ter Linden dat veel predikanten hun vak nauwelijks kennen en het met weinig vreugde uitoefenen.

’Niet bij de tijd. Niet creatief. Niet vrolijk. Niet vroom.’ Het is het antwoord dat Nico ter Linden geeft op de vraag hoe de protestantse kerkdienst er vandaag de dag voorstaat. Het is dikwijls een rommeltje in de kerk, vindt hij. Die wetenschap doet hem verdriet. „De mensen lopen weg en wij gaan door met meer van hetzelfde.”

In de zorgvuldig ingerichte woonkamer van zijn huis in een rustig deel van Amsterdam Oud-Zuid vertelt Ter Linden over de kerk en het predikantschap. In de stiltes die vallen als hij nadenkt is alleen het nadrukkelijk tikken van de klok te horen. Maar wanneer hij op dreef raakt, dan zit hij zo weer in zijn rol als prediker, inclusief armgebaren, mimiek en dragende stem. Het is moeilijk om er dan nog tussen te komen. Als hij op die momenten spreekt is het alsof hij preekt.

Toen hij nog preekte, maakte Nico ter Linden (73) er altijd wat van op de kansel. Hij stond onder meer in de Amsterdamse Westerkerk, waar hij van 1977 tot 1995 predikant was. Hij preekte er voor een volle kerk. Kom bij een collega van hem over de vloer en in negen van de tien gevallen staat ’Het verhaal gaat’ in de kast, de zesdelige serie opnieuw vertelde verhalen uit de Bijbel.

Ter Linden is te karakteriseren als een moderne theoloog die het woord een eigentijds gezicht geeft, maar ook een die zijn woorden met zorg kiest en gestileerd uitspreekt. Wie naar hem luistert, weet: dit is Ter Linden. Ook nu hij al een aantal jaren niet meer op de kansel staat, wordt hij links en rechts nog steeds geprezen om zijn vertel- en preektalent. „Als predikant vertel je de verhalen uit de Bijbel, verhalen over mensen zoals jij en ik”, zegt hij erover.

’Het luistert nauw’ is een bijzinnetje dat regelmatig voorbij komt tijdens het gesprek. Zorg, stijl en stilering zijn wat hem betreft onmisbaar voor de sfeer van de kerkdienst.

Sprekend over de zendelingen die behoedzaam de eerste tekenen van ontluikend christelijke geloof zouden hebben gekoesterd, stelt Ter Linden de vraag: „Zou ik dan niet met toewijding misschien wel de laatste tekenen van dat geloof met zorg omringen?” Het staat te lezen in zijn laatste boek ’Alleen maar vrije tijd’, dat als ondertitel ’een dominee over zijn vak’ mee kreeg.

Hij schreef het boek omdat het hem raakt dat veel predikanten ’hun vak niet of nauwelijks kennen en het ook met weinig vreugde uitoefenen’. Ter Linden vertelt dat hij van tijd tot tijd pas afgestudeerde dominees aan de deur krijgt die met de handen in het haar zitten. „Heel goed als die jonge predikanten langskomen, maar raar dat ze niet of nauwelijks geleerd hebben wat ze op de kansel en in het pastoraat moeten doen. En ook uit wat ik lees van collega’s en wat ik hoor als ik naar de kerk ga, moet ik constateren dat de theologiestudie te weinig vrucht afwerpt.”

Wie met de oud-predikant de verschillende onderdelen van de kerkdienst bespreekt, loopt de kans het een vol half uur uitsluitend te hebben over de eerste minuten van de dienst. Over de begroeting van het kerkvolk en de aanvangswoorden van de predikant, daarover alleen al zou hij een boek kunnen volschrijven.

Ter Linden: „De eredienst is op de keper beschouwd een ontzagwekkend gebeuren.” Hij herhaalt: „Ont-zag-wek-kend.” Ter Linden vervolgt, op gedragen toon: „Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Dat ís me wat. Dat zijn geweldige woorden. Als je die uitspreekt op de toon van ’hierbij-open-ik-de-vergadering’ dan weet je niet waar je mee bezig bent. Een schepsel richt zich tot zijn Schepper!”

„Je kunt in een kerkdienst maar niet wat aanrommelen. Je hebt godsvrucht van eeuwen in handen, verwoord in prachtige taal en verklankt in de mooiste melodieën. Daarmee moet je niet gaan rommelen. ’De Heer zegene en behoede u...’ die aloude woorden moet je niet opleuken met toevoeginkjes als ’thuis en op uw werk’. Je blijft toch ook van Bach af? Er zitten mensen voor je neus die moeten voelen dat die verhalen en woorden over hen gaan, anders kunnen ze net zo goed thuisblijven.”

Ter Linden schrijft in zijn boek over verschillende facetten van het ambt van predikant: eredienst, doop, avondmaal, belijdenis, begraven, catechese en pastoraat. Met lede ogen ziet hij de teloorgang aan van een eeuwenoude christelijke traditie. Nog even, schrijft hij, en zij die herinneringen aan kerk hebben en aan het geloof der vaderen en moederen zijn geheel uit ons gezichtsveld verdwenen.”

Ter Linden: „Het wordt eenzaam in de kerk. Maar ik heb met het boek niet de pretentie om wegebbend geloofs- en cultuurgoed te redden. Ik zou hopen dat veel voorgangers met meer vakmanschap en met meer plezier hun werk deden, ontvankelijker ook voor het allegaartje dat de mensen in hun zoektocht op de markt van zingevingssytemen zoal bij elkaar sprokkelen.”

„Neem de Zeeuwse dominee Klaas Hendrikse, die zegt te geloven in een God die niet bestaat. Een goede pastor spitst dan zijn oren, want dat is een interessante provocatie: ’Vertel!’ Want nu wordt het immers interessant. Een bange pastor roept dat God wél bestaat en een bange kerk zegt dat we die man uit de kerk moeten knikkeren. Alsof je als twee nietige stervelingen zou kunnen filosoferen over zoiets als het bestaan van God.”

„Een jongen van een schoolkrant interviewde eens de schrijver Gerard Reve. ’Wat denkt u’, vroeg hij, ’bestaat God?’ ’Ach jongen’, zei Reve vriendelijk, ’bestaan, bestaan, dat heeft God helemaal niet nodig’. Kijk, daar is een mysticus aan het woord, dat is een antwoord op niveau.”

Kortom, terughoudendheid is noodzaak, vindt Ter Linden. „Niet dan met heilige huiver mogen wij over God spreken, de God die niet ’bestaat’ maar die ’gebeurt’ wanneer mensen elkaar op hun zoektocht naar God een eindweegs vergezellen en intussen de weduwen en wezen en vreemdelingen dienen. Alle uitspraken over de zekerheid van het geloof zijn er om onze onzekerheid te bedekken. Wie God in een systeem stopt, die misbruikt zijn heilige naam.”

Correctie

Rectificatie / gerectificeerd

In het interview met dominee Nico ter Linden, afgelopen zaterdag op de pagina religie & filosofie, werd gesteld dat Ter Linden in 2002 voorging in de uitvaartdienst van prins Claus. Dat is niet juist. In de dienst ging Ter Lindens broer en collega-predikant Carel ter Linden voor, samen met pastor Huub Oosterhuis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden