Muziek

Het was de moeder aller scheidingen: The Beatles zijn 50 jaar uit elkaar

The Beatles nog bij elkaar in de zomer van 1968, Londen. Beeld Hollandse Hoogte / Camera Press Ltd

Op 10 april 2020 is het vijftig jaar geleden dat The Beatles uit elkaar gingen. Trouw-redacteur en Beatlesfan Stijn Fens was toen vier. Hij betreurt het dat hij zich niet bewust is geweest van dat moment. ‘Ik heb het gevoel dat ik iets definitiefs achter me ga laten. Een breuk in de tijd of zoiets.’

Een jaar of vijfentwintig geleden keek ik op tv naar een herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog. Op de eerste rij – nog voor de presidenten en de koningen – zaten veteranen van de Grote Oorlog. Breekbare, oude mannen die voor de gelegenheid in een medaillerijke blazer waren gehesen die naarmate de plechtigheid vorderde steeds meer de trekken van een doodshemd kreeg. Overlevenden uit een tijd die we ons toen al nauwelijks voor konden stellen. Natuurlijk had ik weleens een documentaire gezien waarin oud-soldaten hun belevenissen over die verre oorlog met mij deelden. Hun verhalen maakten indruk, maar de krakkemikkige zwart-witbeelden zorgden ervoor dat de Eerste Wereldoorlog toch vooral ontstellend lang geleden leek.

Gelukkig was er altijd, ook bij die herdenking op tv, de ‘Last Post’, dat ervoor zorgde dat tijd even niet meer bestond en alles toch nog bij elkaar kwam. Ook nu nog stappen elke avond even voor acht uur in het Belgische Ieper twee leden van de vrijwillige brandweer op de fiets, om bij de Menenpoort, een ereboog waarin de namen staan geschreven van 54.896 Britse soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld op de eindeloze akkers rond de stad, de Last Post te blazen. Die paar noten zijn niet kapot te krijgen.

Op 10 april 2020 is het vijftig jaar geleden dat The Beatles uit elkaar gingen. Het is geen Eerste of Tweede Wereldoorlog, maar toch zal dit feit ondanks de bijzondere tijd waarin wij nu leven over de hele wereld herdacht worden. Ikzelf – Beatlesgek sinds mijn elfde – hik al een paar maanden tegen dat jubileum van de moeder aller scheidingen aan, moet ik bekennen. Vijftig jaar uit elkaar, dat is ontstellend lang geleden. Net als toen ik zelf die mijlpaal van een halve eeuw passeerde, heb ik het gevoel dat ik op 10 april 2020 iets definitiefs achter me ga laten. Een breuk in de tijd of zoiets.

Het einde

Toen Paul McCartney op 10 april 1970 bij de aankondiging van zijn eerste solo-elpee verklaarde dat hij uit de groep stapte en het einde van The Beatles een feit bleek, was ik vier. Toen ik mijn moeder ooit vroeg of ze rond die datum iets bijzonders aan mij had gemerkt zei ze: “Nee, niet in het bijzonder, hoor. Hoe bedoel je?” Eigenlijk had ik gehoopt dat ze had gezegd: “Nu je ’t me vraagt: ergens in het voorjaar van 1970 heb je een maand niet gegeten en was je voor de rest ook volstrekt onhandelbaar.” Ik heb het altijd betreurd dat ik de successen van The Beatles nooit bewust heb meegemaakt, zelfs het einde van de band niet.

Moet ik trouwens nog uitleggen waarom The Beatles de grootste band uit de muziekgeschiedenis is? De derde B, na Bach en Beethoven? Zelf kan ik daar natuurlijk geen objectief antwoord op geven en daar verlangt u waarschijnlijk toch naar. Ik laat de onvolprezen Pieter Steinz maar aan het woord, die in zijn ‘Made in Europe’ een schitterende opsomming van feiten geeft die bewijzen dat The Beatles inderdaad de grootste zijn. Een kleine greep: “Ze verzonnen het ‘conceptalbum’ en de dubbele klaphoes (Sgt. Pepper’s); ze waren pioniers in popopera (kant B van Abbey Road), heavy metal (‘Helter Skelter’), progressieve rock (‘I Want You’) en avant-gardepop (Revolution 9); en ze verkochten naar schatting een miljard platen. Zelfs de weinige artiesten die een hekel hadden aan ‘het vierkoppig monster’ (zoals Mick Jagger hen noemde) konden en kunnen zich niet aan hun invloed onttrekken.”

Zo is het maar net.

Vanaf het moment dat ik in 1977 fan werd, heb ik geprobeerd greep te krijgen op die Beatlesgeschiedenis, die toen al behoorlijk ver achter mij lag. Ondoenlijk natuurlijk. Ik kan mijn zoon een samenvatting laten zien van de EK-finale van 1988 en ook hij zal toegeven dat die goal van Van Basten weergaloos is, maar hij zal nooit de achterstand op zijn vader die het allemaal heeft meegemaakt, goed kunnen maken. Ik weet nog waar ik zat, toen Theo Reitsma zei: “Dit is een goed stel, hoor.” Mijn zoon was toen nog niet eens geboren. Maar wat The Beatles aangaat, moet ik het doen met samenvattingen die anderen voor mij maken.

Paul, John, Ringo, George in 1964. Beeld Redferns

Revolver

The Beatles en ik kwamen elkaar bij toeval tegen. Toen ik als elfjarige in het dressoir van mijn ouders zocht naar een kwartetspel, vond ik een cassettebandje van het Beatles-album ‘Revolver’, nog altijd mijn favoriete plaat. Ik deed het in de radiocassetterecorder die ik een paar weken daarvoor had gekregen voor mijn verjaardag. Ik hoorde iemand aftellen ‘One, two, three, four’ en daar begon ‘Taxman’, het eerste Beatles-nummer dat ik ooit hoorde. Ik speelde het bandje wekenlang af.

Mijn ouders werden gek van mij. Uit de plaatselijke bibliotheek haalde ik het ene na het andere boek over The Beatles. Een vriend van mijn vader nam bandjes voor mij op met steeds een nieuw Beatles-album. Het was alsof ik langzaam maar zeker een rijk veroverde. Mijn eigen koninkrijk. Elk liedje leek bovendien speciaal voor mij geschreven. Dat gevoel heeft mij nooit meer verlaten.

‘Laat maar gaan‘

Neem nou een nummer als ‘Let it Be’, dat The Beatles in datzelfde rampjaar 1970 uitbrachten op single (Het was ook de titelsong van hun laatst uitgebrachte album). McCartney schreef het rond 1968. The Beatles waren bezig met de opnames van wat later de Witte Dubbel-elpee zou worden. De verhoudingen in de groep waren toen al gespannen. In die tijd had McCartney een droom waarin zijn moeder – die toen al ruim tien jaar dood was – aan hem verscheen en tegen hem zei: ‘Let It Be’, met andere woorden: ‘Laat maar gaan’.

Vanochtend draaide ik het nog. 

When I find myself in times of trouble

Mother Mary comes to me

Speaking words of wisdom

Let it be

And in my hour of darkness

She is standing right in front of me

Speaking words of wisdom

Let it be

Ik denk dat ik het voor zeshonderdste keer hoorde en weer was het alsof hij het tegen mij had. Zijn moeilijkheden zijn die van mij, zijn moeder wordt mijn moeder. Onze levens vallen al 43 jaar samen. (McCartney is überhaupt mijn favoriete Beatle. Ik heb hier al eens eerder geschreven dat ik mij bijna elke dag afvraag wat hij doet, dat ik van hem hou en dat het niet anders kan dan dat we op elkaar lijken, al heeft hij dat laatste nooit willen toegeven.)

Beeld Hollandse Hoogte / Mary Evans Picture Library Ltd.

Die muziek is goddelijk, dat moge nu wel duidelijk zijn. Maar ze valt voor mij nooit los te zien van John, Paul, George en Ringo zelf. Je hoort het nummer en ziet die vier samen. Daar heb ik bij Bach of Beethoven nou nooit last van. Als ik even niets te doen heb, ga ik op internet foto’s van The Beatles kijken. Er moeten er tienduizenden zijn, maar na 10 april 1970 zijn ze nooit meer met zijn vieren gefotografeerd. Fans hielden krampachtig vast aan het beeld van de groep en droomden van een reünie. Nadat ik toegetreden was tot de patiëntenvereniging van Beatlesfans, ging ik mee in dat verlangen. Jammer alleen dat The Beatles zelf het idee van een reünie altijd hebben verworpen, ook al kregen ze tientallen miljoenen aangeboden. Wij als fans begrepen dat niet. Gewoon weer een keer optreden: zo moeilijk was dat toch niet?

Brood en vissen

John Lennon was in een van zijn laatste interviews voordat hij werd vermoord zo duidelijk als maar kon. “The Beatles bestaan niet en kunnen nooit meer bestaan. John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Richard Starkey zouden weer een keer samen kunnen optreden, maar The Beatles die ‘Strawberry Fields’ zingen of ‘I am the Walrus’ zit er echt niet meer in. We zijn niet meer 25 of zo. Wij kunnen niet meer zijn wie wij waren en dat geldt ook voor mensen die naar onze muziek luisteren.” Om eraan toe te voegen: “Moeten we het brood en de vissen nog een keer over de menigte verdelen?”

Hij had gelijk, maar ik wilde er niet aan. Zelfs de dood van Lennon maakte geen einde aan de roep om een reünie. Zijn zoon Julian kon toch zijn plaats innemen? (Midden jaren negentig maakten McCartney, Harrison en Starr onder de naam Beatles twee achtergelaten demo’s van Lennon af voor een overzichtsbox met bijzondere opnames van de band. Zo was er toch een reünie.)

Nu moet ik wel zeggen dat met name Paul McCartney er alles aan deed om de mythe van het eeuwig Beatle-zijn in stand te houden. In 1989 zag ik hem voor het eerst optreden, in Ahoy Rotterdam. De helft van het repertoire bestond uit Beatlesnummers, de rest was van na 1970. Wij wilden ook niets liever horen dan ‘All My Loving’, ‘Back in the USSR’ en ‘Yesterday’. Zo hebben we elkaar tientallen jaren in een wurggreep gehouden. Geen van ons tweeën wilde toegeven dat het voorbij was. Daarnaast heeft McCartney jarenlang zijn best gedaan om eeuwig jong te blijven. Hij verfde zijn haar, zong Beatlesnummers in dezelfde toonsoort waarin hij ze ooit opnam en trouwde na de dood van zijn eerste vrouw Linda met een veel jongere vrouw. “Ik maak me niet druk om mijn leeftijd”, zei hij.

Tegenwoordig lijkt het alsof McCartney (77 inmiddels) zich wat meer verzoend heeft met de tijd die voortschrijdt. Zijn haar is wat grijzer, zijn stem kraakt vervaarlijk. Maar hij laat het toe en zoekt met enige regelmaat de lagere regionen van zijn liedjes op. Niet langer probeert hij krampachtig met zijn vroegere ik samen te vallen. Zo raakt de muziek langzaam los van de geschiedenis en komt op zichzelf te staan. Het voelt als een kleine bevrijding. Ook voor mij als inmiddels 54-jarige fan.

Zebrapad

Het is 10 april 2070 en op Abbey Road in Londen vindt ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van de beste band uit de popgeschiedenis een herdenkingsplechtigheid plaats. Bij het beroemde zebrapad hebben zich een paar honderd mensen verzameld. Onder hen een aantal hoogwaardigheidsbekleders en familieleden van John, Paul, George en Ringo.

Helemaal vooraan zit ik, inmiddels 104, in een rolstoel in een vak dat gereserveerd is voor trouwe fans. Ik draag een blauwe blazer met Beatlesbuttons erop. Precies om twaalf uur ’s middags is het twee minuten stil. Daarna klinkt er stemmige muziek. Niet de Last Post, maar de trompetsolo uit ‘Penny Lane’. Zachtjes neuriën we de overbekende maten mee. 

Bob (21) en Dominic (17) zijn jonge Beatlesfans

Op 10 april is het vijftig jaar geleden dat The Beatles uit elkaar gingen, maar de band trekt nog steeds nieuwe, jonge bewonderaars. Dana Ploeger sprak met Bob van Gemert (21) en Dominic Bouvy (17)

Bob van Gemert (21), student sociale geografie uit Hoogland

“Ik weet nog het moment dat ik voor het eerst kon meedrummen met een Beatlesliedje. Ik was toen een jaar of zeven. Te gek vond ik dat. Al zolang ik me herinner, klinkt hun muziek in ons huis. Echt, op mijn tiende had ik hun hele discografie al beluisterd.

Boven mijn bed hangt de poster van de cover van ‘Abbey Road’, mijn favoriete album, en ik heb een vijftal originele platen – daar is niet makkelijk aan te komen. Verder heb ik verschillende Beatlesboeken. Alles fascineert me aan die band.

Toen ik met mijn oma een reisje maakte naar Londen zijn we natuurlijk even bij de Abbey Road Studio’s gaan kijken en heb ik op het beroemde zebrapad een foto gemaakt. Op de Wall of Fame tekende ik een kevertje. In mijn puberteit liet ik ze even los, toen hield ik me bezig met experimentele muziek, jazz en Frank Zappa. Maar sinds mijn vijftiende ben ik helemaal terug: er bestaat geen beter geschreven popmuziek dan die van The Beatles. De effectiviteit, zoals in ‘Strawberry Fields Forever’, is echt heel ‘catchy’. En wanneer ik naar de drumpartijen van Ringo Starr luister, denk ik vaak: hoe komt hij erop!

Met mijn coverbandje spelen we nummers als ‘I Want You’ en ‘Come Together’. Zo probeer ik leeftijdgenoten enthousiast te maken, ik leg ze uit hoeveel invloed ze hebben gehad: ik heb zelfs een Pink Floyd-fan aan The Beatles gekregen.

John Lennon is mijn favoriet: hij heeft de beste nummers geschreven. Maar Paul McCartney vind ik ook geweldig. Ik heb hem in 2009 live zien spelen, ik stond helemaal vooraan en kon de hitte voelen die van het podium dampte. Zo vet! Ik had al kaarten voor zijn concert in mei, maar dat gaat helaas nu niet door. Ik hoop wel dat hij nog een keer komt, want hij is al zevenenzeventig.”

Dominic Bouvy (17), Stedelijk ­Gymnasium, Leiden

“In mei zou ik hem voor het eerst live gaan zien: Paul McCartney. Hij is de Beatle waar ik het meest door gefascineerd ben, mijn grote voorbeeld, vooral omdat hij de muzikaalste is. Hij heeft wel op veertig instrumenten gespeeld, treedt nog steeds op en is totaal niet arrogant geworden. Ik vind het begrijpelijk, maar wel heel naar dat zijn concert nu niet doorgaat.

Mijn liefde begon onderweg naar Zuid-Frankrijk met mijn ouders en oudere broer. Altijd namen we Beatles-cd’s mee. Bij de tonen van het eerste nummer op het album ‘Anthology 3’ wist ik: nu begint de vakantie. Dat album is echt een kunstwerk en raakt me emotioneel het meest. Inmiddels hangt mijn kamer vol posters en verzamel ik alles van ze. Ik bezoek altijd de Beatlesbeurs en heb diverse limited editions.

Mijn mooiste bezit is het boek waarin alle nummers staan uitgeschreven. Daar speel ik geregeld uit. Ik ben drummer en speel basgitaar en piano. Ik heb dezelfde iconische basgitaar als Paul: een echte Höfner. Voor mij is deze muziek zo bijzonder, omdat zij de popmuziek echt hebben uitgevonden. Vooral op hun laatste albums hoor je dingen die nu nog uniek zijn. Zoals het tussenstuk in ‘A Day In The Life’, waarin ze ineens allemaal door elkaar heen spelen. Fascinerend!

Ik vind het wel jammer dat ik alleen sta in mijn hobby. Klasgenoten kennen The Beatles nauwelijks. Aan het begin van de middelbare school liet ik The Beatles even los en luisterde ik met vrienden vooral naar hiphopmuziek. Maar nu denk ik: wat een troep.

Had ik maar in de tijd van The Beatles geleefd, denk ik weleens. Dan had ik voor vijf dollar een kaartje gekocht voor hun eerste concert in het Shea Stadium en had ik tussen al die gillende meiden kunnen staan.”

Lees ook:

Het koude graf van Frederik en de warme Beatles-plaat

In zijn wekelijkse column buigt Stijn Fens zich over de vraag wat  The Beatles met Jezus Christus te maken hebben.

Een leven lang fan van Sarah - nu van Sam

Journalist Govrien Oldenburger was in de jaren negentig hartstochtelijk fan van K’s Choice. Zangeres Sarah Bettens was haar idool. Óók omdat ze op vrouwen viel. Vorig jaar kwam Sarah voor de tweede keer uit de kast, nu als transgender Sam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden