Review

Het verschil tussen Griffeljury en Kinderjury is poëzie

Sheila Och: 'Het zout der aarde en het domme schaap', vert. Dagmar Bartonikova en Henja Schneider, Houtekiet/Fontein, 116 p, ¿ 29,90, vanaf 13 jaar; Guus Middag: 'Ik maak nooit iets mee', De Bezige Bij, 135 p, ¿ 29,50 (wordt herdrukt met 'kinderlijker' omslag), vanaf 12 jaar.

De Griffel- en de Penseeljury bekroonden opvallend veel werk met een poëtische lading. Zoals 'Ik maak nooit iets mee' van poëziecriticus Guus Middag (Gouden Griffel). De met het Gouden Penseel bekroonde sprookjesachtige prenten van Geerten ten Bosch in 'De verjaardag van de eekhoorn' van Toon Tellegen zijn ware gedichtjes-in-beeld. Joke van Leeuwen krijgt een Zilveren Griffel voor haar bundel kinderversjes 'Ik ben ik' - in meesterlijke eenvoud op AVI-niveau 1 geschreven - en Johanna Kruit een Vlag en Wimpel voor haar dichtbundel 'Zoals wind om het huis'. Maar ook verschillende bekroonde prozateksten en prentenboeken hebben poëtische zeggingskracht. Zoals de prentenboeken 'Klein verhaal over liefde' van Marit Törnqvist en 'De plant van Jan' van Harrie Geelen (beide Zilveren Griffel). En ook in 'Blote handen' van Bart Moeyaert en 'Vreemd land' van Rita Verschuur (beide een dik verdiende Zilveren Griffel) hebben de auteurs hun woorden met dichterlijke precisie gekozen.

De Kinderjury heeft nog nooit voor poëzie gekozen. Kinderen zoeken de spanning uit zichzelf niet in de taal, maar in het verhaal, dat bij voorkeur realistisch of horrorachtig moet zijn. Voor het realistische tekent, evenals vorige jaren, Carry Slee, met 'Geklutste geheimen met strafwerk toe' en voor het griezelige Paul van Loon, die in alle drie de leeftijdscategorieën scoort met respectievelijk 'Meester Kikker' en 'Nooit de buren bijten'.

Een ander verschil tussen Griffel- en Penseeljury's en Kinderjury hangt met het voorgaande samen. De volwassen deskundigen kiezen nogal eens boeken in het vervagende grensgebied tussen literatuur voor de jeugd en voor volwassenen. Dit jaar zelfs verschillende, zoals 'Klein verhaal over liefde' van Marit Törnqvist, 'Ongelukkig verliefd' van Imme Dros, en 'Het boek van Bod Pa' van Anton Quintana (met Vlag en Wimpel te karig beloond). Ook 'Het zout der aarde en het domme schaap' van de Tsjechische Sheila Och (Zilveren Griffel) is leeftijdloze literatuur: een verrukkelijk tragikomisch verhaal over levenskunst in Praag toen die stad nog achter het IJzeren Gordijn lag. De ik-figuur is een meisje van zestien jaar dat met haar anarchistische grootvader samenwoont. Ze zijn belezen, maar straatarm, en weten die armoede te relativeren op een soms zwierige, soms cynische wijze. Maar het mooiste voorbeeld van dat grensgebied tussen jeugdliteratuur en literatuur voor volwassenen is de Gouden Griffel van dit jaar. De verhaaltjes uit 'Ik maak nooit iets mee' van Guus Middag zijn oorspronkelijk geschreven als columns voor de kinderpagina van NRC Handelsblad, maar níet uitgegeven als kinderboek. Tom van Deel, die de bundel voor Trouw recenseerde, vond dat terecht: “Ze zijn voor iedereen bestemd, worden heel puntig en geestig verteld en kunnen als verhalende essays over poëzie opgevat worden. Middag is erin geslaagd om in verhaalvorm interpretaties te geven van gedichten, een splinternieuw genre in de literatuur.”

De kwalificatie 'verhalende essays' klinkt alsof het moeilijk is. Dat is niet zo. Elk stukje begint met 'Ik maak nooit iets mee', gevolgd door iets wat de schrijver wél heeft meegemaakt, bijvoorbeeld met sport of een gameboy-spelletje. Dat wordt door de manier waarop hij ernaar kijkt heel bijzonder. De stukjes eindigen steevast met: 'En nu nog even een gedicht', waarna een gedicht volgt dat associatief te maken heeft met het vertelde. Zo worden gedicht en vertelde ervaring tot commentaar op elkaar. En zo laat Guus Middag zien dat in de meest alledaagse dingen een gedicht kan schuilen, waarbij hij Han G. Hoekstra aanhaalt: “De wonderen zijn de wereld nog niet uit,/ maar of dat waar is moet je zelf ontdekken.” Omgekeerd toont hij ook dat poëzie geen ivoren-torenkunst is, maar een stukje levensechte ervaring: in woorden gevangen, maar door diezelfde woorden bevrijd van zijn concrete bepaaldheid.

De bundel doet denken aan 'In de keuken van de muze', Willem Wilminks schitterende 'schriftelijke cursus dichten'. Maar Guus Middag is onnadrukkelijker, alsof zijn verhaaltjes terloops, zomaar vanzelf in een gedicht uitlopen.

Kinderen doen massaal mee aan de poëziewedstrijd van de Stichting 'Kinderen en Poëzie' (dit jaar 36 000), maar dat brengt ze er kennelijk niet toe poëzie te kiezen voor de Kinderjury (dit jaar 40 000 kinderen). Is die belangstelling voor poëzie maar schijn? Verplichte schoolkost? Of worden er geen poëziebundels in de voorselecties voor de Kinderjury opgenomen? Zelfs een technisch supertoegankelijk bundeltje als 'Ik ben ik' van Joke van Leeuwen kwam absoluut niet in de buurt van de Kinderjury-nominaties, terwijl mijn ervaring is dat kinderen uit groep 3 en 4 er dol op zijn, inclusief de zwakke lezers. Werk aan de winkel dus voor de stichting 'Kinderen en Poëzie', ook naar de Kinderjury toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden