BoekrecensieNiets is gelogen

Het verraderlijk geheugen speelt een slordige hoofdrol in ‘Niets is gelogen’

Sacha Bronwasser schrijft wat slordig over onze slordige herinneringen.

Kortrijk 25 mei 2013. Een zestal mensen gaat, na de feestelijke opening van een tentoonstelling, nog wat eten in Restaurant La Dijonnaise. Daar gebeurt iets wat hun leven (al dan niet dramatisch) zal veranderen. Zie hier het even intrigerende als beproefde recept van ‘Niets is gelogen’, de debuutroman van kunsthistoricus Sacha Bronwasser.

We maken kennis met de kunstenaar Lisa, die met haar iPhone 3G al foto’s van zichzelf op Facebook postte toen het woord selfie nog moest worden uitgevonden, en haar man Maxim die op de Zuidas werkt, met de Vlaming Pé, een van de eersten die hadden gezien dat Lisa met haar ‘huisvrouwenporno’ een missie had: de vertrutting tegengaan, met galeriehouder Paul die in Lisa’s werk het onbeschaamde had herkend, ‘de neiging jezelf zo als materiaal te zien’, en met de verteller van de roman: kunstcriticus Gala en haar reisgenote: de Brabantse smokkelaarsdochter Fatima.

Opening voor het bewustzijn

Deze laatste wil op die bewuste avond meedoen aan de ‘vollemaansmeditatie’ die overal ter wereld wordt gehouden want, zo legt Fatima uit, ‘er wordt vanavond een portaal geopend door de stand van de planeten.’ ‘Een opening voor het bewustzijn’ die een eens in de zoveel jaar voor zou komen en vanavond, 25 mei om half negen, is het zo ver.

Het is ook de datum waarop het nog zeer jonge leven van gynaecoloog en kunstliefhebber Pé Derkinderen exact 59 jaar geleden ingrijpend veranderde, al hoorde hij dat pas jaren later, na het overlijden van zijn ouders. Toeval is het dus niet dat hij uitgerekend op deze datum in 2013, dronken wordt en een gevaarlijk portaal van zijn eigen bewustzijn opent.

Nu, ruim vijf jaar later, is hij overleden en begint Gala aan haar speurtocht naar de oorzaken en de gevolgen van die ene dag. Waarom ging zij eigenlijk in op de uitnodiging om op de opening te spreken? Hoe verliep de reis? ‘De hooggehakte schoenen klaargelegd in de auto (…) Zo moet het ongeveer gegaan zijn omdat het altijd ongeveer zo gaat.’ Een zogenoemde onzuivere herinnering. Het was voorjaar, weet ze, maart misschien, maar zeker weten doet ze het niet. Pas als ze zich de kleur van een bloeiende theeroos herinnert beseft ze dat het eind mei geweest moet zijn.

Maar wacht eens even, bij ontvangst van Pé’s rouwkaart wist Gala exact uit te rekenen hoeveel jaren en dagen hij nog had geleefd na die rampzalige avond. Niet het geheugen rommelt hier maar wat aan, de verteller doet het. Een foutje misschien – moet kunnen – of krijgt de lezer hier expres zand in de ogen gestrooid?

Het beslissende moment

Als dat (onbetrouwbare) geheugen zo’n belangrijke rol speelt, en dat doet het, waarom dan zo slordig? En waarom dan zo gefocust op de juistheid van details waar niets mee op het spel staat? Want wat maakt het eigenlijk uit of iemand op de wc werd gekust of in een hoekje van de bar, als aan de kus zelf en de aard ervan niet wordt getwijfeld? Wat doet de tafelschikking in La Dijonnaise ertoe – en Bronwasser tekent het letterlijk na, in alle varianten zoals het door de diverse leden van het gezelschap werd onthouden – als die niets verandert aan een vraag die wél van belang lijkt: was wat er met Pé gebeurde een ongeluk of nam hij expres risico’s?

Het begon te irriteren. Maar belangrijker nog, die focus op dit (potentieel relevante) thema ontnam mij het zicht op waar het veel meer over lijkt te gaan: het krijgen van een tweede kans in het leven of zelfs óm te leven, gepaard aan het ‘beslissende moment’ waarop die kans zich voordoet of juist verkeken lijkt.

Ook het voorval met Pé in La Dijonnaise én de zoektocht ernaar creëren zo’n moment: Gala krijgt toegang tot dat deel van haar geheugen dat tot dan toe was gesloten. Herinneringen aan haar vader, die stierf toen zij twintig was, veranderen van een paar ‘schrale potloodstrepen’ in echte beelden. De meest kostbare (‘ik droeg haar als een ei op een lepel voor me uit’): hoe hij op lentedagen ‘de ramen opendeed en Olé Coltrane integraal vanuit de woonkamer naar buiten liet schallen.’ De scène is zo kleurrijk, beseft Gala, met diepte, geur en textuur, ‘het moest wel waar zijn’. Okay...

En wat nou als het niet waar was? Hoe erg zou dat zijn? Het antwoord hierop ligt ongetwijfeld in (de bedoeling van) het boek, maar ik heb het niet gevonden of begrepen.

Bronwasser kan schrijven en niet zo’n beetje ook. Ze is erudiet, de zinnen lopen, de beelden staan, ze kan kijken, weet te ontroeren en spanning op te bouwen, maar het lijkt wel of het verhaal dat ze vertelt niet strookt met het verhaal dat ze wíl vertellen.

Oordeel: beeldend en intrigerend, maar te weinig focus.

Sacha Bronwasser
Niets is gelogen
Ambo Anthos; 256 blz. € 20,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden