Review

Het verleden ligt altijd grommend op de loer

Er zijn boeken die je na lezing verbluft achterlaten. Urenlang ben je in hun wereld aanwezig geweest, je hebt meegemaakt hoe die wereld werd opgebouwd en ten slotte ook weer werd afgebroken, en het is alsof je uit een volmaakte droom gevallen bent. Dat gevoel had ik toen ik 'Publieke werken' van Thomas Roosenboom had uitgelezen en precies datzelfde gevoel is mij nu overkomen bij de roman 'Franklin' van Tomas Lieske. De zuigkracht van beide boeken is enorm en de spanning, die naar het einde toe hoogspanning wordt, is maar ternauwernood te verdragen.

T. VAN DEEL

Lieskes roman begint, net als zijn eerdere 'Nachtkwartier', met een hoofdstuk, waarin de voorgeschiedenis verteld wordt, dat wil zeggen alles wat voorafgaat aan de geboorte van de hoofdpersoon, Franklin. Die krijgt in zijn leven namelijk veel te maken met zijn oom Charles, de broer van zijn moeder, en met diens vriend, het 'varkensbeest' Niel. Charles heeft zich in de oorlog bij de SS aangemeld, maar is op weg naar het oostfront gedeserteerd en in een Russische nikkelmijn in het hoge noorden terechtgekomen. Daaruit ontsnapt hij, samen met zijn Duitse maatje, met behulp van Niel, die de vervaarlijke stoomlocomotief bestuurt. Bij die vlucht raakt de Duitser gewond, waarop Niel hem zonder pardon met een schop doodslaat en de trein uitgooit. Gewonden zijn maar tot last.

De tas met spullen van deze Duitser, die Charles en Niel voor alle zekerheid achter hebben gehouden, zal in het verloop van het verhaal, wanneer zij beiden in Den Haag zijn aangekomen, een cruciale rol spelen. De latere moeder van Franklin wordt gefascineerd door de broodmagere Niel, maar het is toch een ander met wie zij uiteindelijk trouwt en die haar, juist op de dag dat zij weer eens sterk aan Niel moet denken, verkracht, met Franklin als gevolg. De wereld van de roman is een buitengewoon gewelddadige, waarin de mens de mens een wolf is.

"Laten we beginnen met een moment van liefde, met een van de zeldzame momenten van liefde, gespeelde liefde, maar toch. Franklin zal drie of vier jaar geweest zijn." Zo begint de beschrijving van het leven van de hoofdpersoon. Daarin zal liefde een schaars artikel zijn, maar even leek het er toch op toen zijn vader, gehuld in een rode jas, hem optilde, omhooggooide en opving. Even was Franklin zwevend geweest en in het besef "hoe hoog hij vloog, hoe pijnlijk hij op de stenen kon vallen".

Lieske is en blijft ook als romancier een dichter. Zijn werkwijze is eerder associatief en beeldend, dan lineair vertellend. Hij lijkt zich ook voor elke zin afzonderlijk te interesseren, waardoor zijn tekst een hoog soortelijk gewicht krijgt. De rode jas zal nog dikwijls, maar dan in verband met Niel, terugkeren en ook het vliegen en vallen zijn belangrijke motieven. Er is zelfs een verhaal in de roman over de kleermaker Pommer - Franklin vertelt het -waarin het verzoek om een jas van rood fluweel te maken, als een aankondiging van niets meer of minder dan de dood wordt ervaren.

De roman is door dat poëtische netwerk van betrekkingen, variaties, verschuivingen, herhalingen met één keer lezen nog allerminst uitgelezen. Het maakt het ook moeilijk, zo niet onmogelijk om het verhaal na te vertellen, want er resoneert bij deze manier van schrijven veel onder de oppervlakte mee dat onuitgesproken blijft. In dit verband is de mop van belang die Franklin aan Niel vertelt. Een walvis wordt opengesneden en wat zien ze? Een levende ijsbeer komt er tevoorschijn. Die wordt doodgeslagen en opengesneden en wat zien ze? Er zit een man in de ijsbeer, "onmiskenbaar Willem de Zwijger. Er wordt cognac gehaald. De ongelukkige slaat de ogen op. Wat denk je dat hij zegt?" Niels variatie op de mop gaat verder, hij laat Willem de Zwijger op zijn beurt ook weer open snijden en wat vinden ze dan? De tas van de gedode Duitser.

Niel en Charles leven hun nieuwe leven, maar hun verleden ligt altijd grommend op de loer. Niel hoort nog altijd de trein razen in zijn hoofd. Het is Franklin die hun tegenspeler wordt en daarmee ook de regisseur van zijn eigen dramatische ondergang. Op zijn negende is Franklin in een internaat gestopt, zijn moeder kon hem niet verdragen en sloeg hem tot verminkens toe. Oudergeworden kwam hij onder de hoede van zijn oom Charles te staan en dus ook in contact met de vreselijke Niel. Bij hen woont de mooie Michelle op kamers, met wie Franklin een verhouding begint. Zijn jeugdliefde Angela, die spoorloos uit zijn leven verdween, speelt in zijn beleving nog altijd een grote rol.

De passages met deze geliefden behoren tot de mooiste uit het boek. Ze laten zien dat de bikkelharde, altijd met scheermesjes in de weer zijnde jongen ook zachte kanten heeft, die hij echter nauwelijks durft te tonen, bang om afgewezen te worden. Franklin is iemand "met wie niemand wilde omgaan" en dan is het dus bijna niet te geloven dat Michelle dat wel blijkt te willen.

Het slot van de roman is magistraal en volgt op een orgie van geweld, waaraan veel moedwil en misverstand ten grondslag ligt. Die afronding is daarom zo mooi, omdat hij zeer tegenstrijdige gevoelens losmaakt en ook goed laat merken hoeveel sympathie je voor deze in menig opzicht afschuwelijke jongen hebt gekregen. De laatste bladzijden reken ik tot de aangrijpendste en ontroerendste die ik ken. Ik zou dat kunnen uitleggen, maar doe het niet. U moet ze zelf maar lezen, dan weet u precies wat ik bedoel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden