Het verlangen om aangelijnd te worden is overal

Beeld Maartje Geels

Het was alweer een tijdje geleden. Zes jaar om precies te zijn. Even dacht ik dat ze de poëzie had ingeruild voor het proza. 

Kira Wuck, dus, die in 2012 succesvol debuteerde met de bundel ‘Finse meisjes’. En die twee jaar geleden, toen haar verhalenbundel ‘Noodlanding’ verscheen, ook een bijzonder talent voor proza bleek te hebben.

Maar ze is gedichten blijven schrijven. Gelukkig. Er ligt een tweede bundel, ‘De zee heeft honger’, en nauwelijks had ik die opengeslagen of Wuck had me alweer bij de kladden. “Als je wilt weten waar mensen wachten / dan moet je peuken zoeken / op het strand liggen / kleine dromen als opgevouwen briefjes”.

Precieze zinnetjes, concreet en toch raadselachtig, en zelfs een beetje melancholisch.

Lichte absurditeit

Van Wucks eerste gedichten herinner ik me vooral hoe ze het wat troosteloze bestaan met een lichte absurditeit te lijf ging. Hoe familieleden met eigenzinnige hobby’s als elpees ‘stelen’ uit de bibliotheek in wonderlijke anekdotes tot leven kwamen, hoe allerlei personages er maar niet in slaagden contact met elkaar en de werkelijkheid te maken, moeder misschien wel voorop ‘ze komt het huis niet uit, behalve voor mijn spraaklessen’.

In het nieuwe werk lijkt in die situatie weinig veranderd. Moeders wereld is “zo groot als het zicht uit haar raam / er zijn dagen waarop ze alleen het zware gordijn verplaatst”. Familieverhoudingen zijn niet vanzelfsprekend: ‘in het wegrestaurant lijken we een gezin’.

De bundel is wat donkerder dan het debuut, wat minder anekdotisch ook. Eenzaamheid is een pregnant thema. En die is overal, van Helsinki, India tot Hanoi. Wucks personages aarzelen tussen gezien worden - desnoods alleen door beveiligingscamera’s op straat - en wegkruipen, opgaan in de anonimiteit, zoals dat kan in de grote stad:

“je kunt elke dag / precies dezelfde route lopen / jezelf in kleine ruimtes proppen / dicht bij iemand gaan staan om zijn geur op te vangen / zonder dat iemand doorheeft wie je bent”

Prettig ritme

Talig zijn deze regels niet eens zo heel opzienbarend, al hebben ze een prettig ritme. De kracht van dit gedicht schuilt in de lange opsomming van gewone en minder gewone handelingen die een mens op een dag zoal verricht, handelingen die meestal niemand opmerkt en die daarmee iets volkomen zinloos hebben. Of zoals Wuck het mooier zegt: “er zijn plekken waar de zon nooit komt / ook daar wonen mensen”. Want ze heeft een opmerkelijk beeldende, haast fotoscherpe pen, die fijn balanceert tussen lichtheid en droefenis, die gevoel heeft voor tragische, maar evengoed voor ongerijmde situaties.

Het zware gevoel van alleen zijn, en de wens om bij iemand geborgenheid te vinden, Wuck vindt er flonkerende taal voor: “Vroeger ging ik vaak naar het asiel / geblaf scheen als lichtstralen door de tralies / het verlangen om aangelijnd te worden”.

Kira Wuck
De zee heeft honger
Podium; 56 blz. € 17,50

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Kira Wuck

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Beeld Kira Wuck
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden