Boekrecensie

Het verhaal over Adam, de mensmachine

Beeld Hollandse Hoogte

Ian McEwan reflecteert op wenselijkheid en mogelijkheid van een robot als huisvriend

Sinds Mary Shelleys sf-horrorroman ‘Frankenstein’ en Carol Capeks literaire creatie van de robot is niet alleen de mensheid maar ook de literatuur hevig geïnteresseerd in het creëren van een kunstmatige homo sapiens. Hoeveel papieren robots hebben intussen niet het licht gezien, vooral in strips maar toch ook in de serieuze literatuur! Centrale vraag is steeds hoe menselijk zo’n computer op twee benen gemaakt kan worden, en of hij mogelijk op den duur de mens zelf zal verdringen met zijn grotere intelligentie.

Onlangs nog verscheen Sander Pleij in zijn debuut als schrijver met een hoogst interessante experimentele roman ‘Explicador’, waarin een jonge onderzoeker het raadsel van het leven probeert te ontrafelen en een computer voedt, niet met algoritmen en statistische data maar met ideeën van de scheppende mens, kunstenaars, filosofen, schrijvers. En natuurlijk wordt zijn vinding gecontrasteerd met de gebrekkige mens zelf, die verliefd is en last heeft van zijn rug.

Mens of machine

Iets soortgelijks gebeurt in Ian McEwans jongste roman ‘Machines zoals ik’, een roman die tegelijkertijd if-history en sciencefiction is. Het verhaal speelt zich af in het Engeland van de jaren tachtig van de vorige eeuw, Thatcher is aan het bewind en zorgt voor sociale onrust, maar veel is anders dan de historie vertelt. Carter wordt niet verslagen door Reagan, De Engelsen verliezen de Falklandoorlog smadelijk, Sir Alan Turing, (in werkelijkheid overleden in 1954) leeft nog en speelt een belangrijke rol in het verhaal. De computerwetenschap heeft een al bijna volmaakte robotmens gefabriceerd.

In dit futuristische verleden schaft Charlie zich zo’n mensachtige robot aan, Adam geheten. Hij en zijn vriendin Miranda laden de voorgeprogrammeerde, verraderlijk mensachtige robot op met wat eigen voorkeuren en verlangens, waarna hij als een soort hyperintelligente vriend meedraait in het huishouden. De vraag is of Adam een echt bewustzijn heeft en emoties kent. Daar ziet het wel naar uit, want hij wordt nota bene verliefd op Miranda die zelfs een keer seks met hem heeft, en hij heeft allerlei ideeën over beslissingen die Charlie en Miranda hebben te nemen. Hij kent zelfs iets als heimwee en depressies en heeft een uitgesproken ethische kijk op de werkelijkheid.

Uiterlijk en ook innerlijk lijkt hij een echt mens, al realiseert Charlie zich, als hij haast betoverd lijkt door Adams mensachtigheid, dat hij wel degelijk een machine is: “De fabrikanten meenden ten onrechte dat ze indruk op me konden maken met een overdreven zucht en de gemotoriseerde beweging waarmee Adam zijn hoofd afwendde. Ik betwijfelde eigenlijk nog steeds of hij echt kon kijken.”

Zonder gebreken

Adam is een geleerd en bestudeerd man met een groot gevoel voor logica en rechtvaardigheid. Dat breekt hem op den duur op. Z’n verliefdheid weet hij nog rationeel te beheersen, maar als hij Miranda in het nauw brengt door haar rechtlijnig wegens een of ander vergrijp bij de politie aan te geven gaat zijn strenge geprogrammeerdheid de eigenaars te ver. Hij blijkt dan toch onmenselijk in zoverre hij het onbegrip van de mens voor zichzelf in zijn programma heeft opgeslagen. Althans zo legt Alan Turing het aan het eind van het verhaal aan Charlie uit: “Ze konden ons niet begrijpen, omdat wij onszelf niet konden begrijpen. Hun leerprogramma’s konden ons niet plaatsen. Als wij onze eigen geest niet kenden, hoe konden we dan die van hen ontwerpen en verwachten dat ze bij ons gelukkig zouden zijn”.

En ook “het sociale leven wemelt van onschuldige of zelfs nuttige onwaarheden. Hoe halen we die er tussenuit? Wie moet het algoritme voor het leugentje om bestwil schrijven dat de vriend een blos bespaart? Of de leugen waardoor een verkrachter die anders vrijuit zou gaan de gevangenis ingaat. We weten nog niet hoe we machines moeten leren liegen. En hoe staat het met wraak?”

De machine Adam ontbeert kortom essentiële menselijke gebreken. En dat is de impliciete boodschap van dit boek: de mens wordt niet gekenmerkt door zijn intelligentie en zijn kracht maar door zijn zwakheid en gesjoemel. Dat betekent het falen van zo’n IJzeren Hein als Adam.

Machines zoals ik van Ian McEwan

Aardschokjes

Ian McEwan, nooit te beroerd om de mens in extreme omstandigheden neer te zetten, schrijft met zijn robotroman een nieuw huiselijk drama, een kleinschalige dystopie over de alledaagse computerisering van ons leven, een eenentwintigste-eeuwse gedigitaliseerde Tsjechov. Het verhaal zelf is redelijk eenvoudig maar hij lardeert het met intelligente, soms briljante overwegingen en fantasieën; je leest dit boek grotendeels als een hedendaags/futuristische familieroman.

Tegelijkertijd werpt hij, door hem te spiegelen aan zijn robot, een kritische blik op de mens en zijn ongewisse ‘programmatuur’. Niet toevallig ziet de vader van Miranda een moment Charlie voor de robot aan en Adam voor de verloofde van zijn dochter. Ik dacht zelf ook even dat Charlie de eigenlijke robot was die de mens Adam abusievelijk als machine zag. Die dubbelzinnigheid van menselijk en robotisch gedrag geeft ‘Machines als ik’ een heel aparte lading. Door de extreme menselijkheid van Adam en de vaak voorspelbare, soms haast mechanische reacties van Charlie zou je je makkelijk kunnen vergissen. Het boek heet immers niet voor niks ‘Machines zoals ik’.

Het bijzondere aan de boeken van McEwan is dat hij, met zijn gedetailleerde stijl en in een feitelijk alledaags ogende wereld toch steeds onverwachte perspectieven oproept. ‘Machines zoals ik’, met een zelfbewuste robot als huisvriend, is daarvan niet alleen het jongste maar misschien ook wel het duidelijkste voorbeeld. Het doet je als lezer twijfelen aan de vanzelfsprekendheden van het bestaan en dat is misschien wel de mooiste taak van wat goede literatuur is: dat ze kleine aardschokjes veroorzaakt en je aan het denken zet.Oordeel: verrassende, futuristische familieroman die aan het denken zet.

Oordeel: verrassende, futuristische familieroman die aan het denken zet.

Ian McEwan
Machines zoals ik
Vert. Rein Verhoef Harmonie; 350 blz. € 24,90

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden