Mensenbaby’s plassen waar ze eten. Biggetjes niet.

InterviewDocumentairemaker Victor Kossakovsky

Het varken Gunda is slimmer dan u

Mensenbaby’s plassen waar ze eten. Biggetjes niet.

De Russische regisseur Victor Kossakovsky maakte met 'Gunda' een beeldschone film over een varken, en wist zelfs Joaquin Phoenix te verbluffen. 

De Russische regisseur en meesterverteller Victor Kossakovsky (59) was vier jaar toen zijn beste vriendje dood ging, een varkentje. “Het maakte een verpletterende indruk”, vertelt Kossakovsky die eerder dit jaar zijn droomfilm presenteerde in Berlijn: ‘Gunda’, het aangrijpende, wonderschone portret van een zeug en haar twaalf biggen.

Meer dan twintig jaar droomde Kossakovsky er al van om de documentaire te maken, ‘maar niemand was geïnteresseerd in een film over boerderijdieren’, zegt hij. Producenten kwamen wel naar hem toe, ze wilden samenwerken, zeker als Kossakovsky weer eens in de prijzen was gevallen. “Maar zo gauw ik over een portret van een varken begon, verslapte de aandacht”, vertelt de regisseur die dolblij is dat zijn idee uiteindelijk werd opgepikt door een Noorse producente.

Op het Noorse platteland vond Kossakovsky ook zijn prachtige hoofdrolspeelster: Gunda, een enorme zeug die we volgen bij het grootbrengen van haar twaalf kinderen. Liefdevol en aandachtig, in glorieus zwart-wit, filmt Kossakovsky op ooghoogte van de dieren het dagelijkse leven op de boerderij waar ook twee loeiende koeien en een eenpotige kip rondscharrelen. Zonder commentaar, met alleen natuurlijke geluiden zoals het gekwetter van vogels en het geritsel van bladeren, geeft Kossakovsky een magnifiek inkijkje in de dierenwereld. Des te schokkender is het slot waarin de idylle bruut wordt verstoord door menselijk ingrijpen.

Victor Kossakovsky, regisseur van Gunda

Het is ook de reden waarom de Amerikaanse acteur Joaquin Phoenix, prominent veganist en dierenrechtenactivist, zich als ‘executive producer’ achter de film schaarde. Phoenix omschreef Gunda als ‘een film met een betoverend perspectief op het gevoel van dieren dat normaal, en misschien met opzet, voor ons verborgen wordt gehouden’. 

“Ja, het was geweldig”, zegt Kossakovsky. “Nadat Phoenix een Oscar had gewonnen voor ‘Joker’ en in het hart van de Amerikaanse filmwereld een speech had gehouden over het artificieel insemineren van een koe, en het stelen van haar kalfjes, stroomden van alle kanten berichten binnen: of ik misschien zijn speech had geschreven.”

Gunda gaat precies over wat Phoenix aankaart, zegt Kossakovsky. “Het gaat om het hardnekkige geloof dat de mens het middelpunt van het universum is, en dat wij boven de dieren staan, terwijl we de aarde natuurlijk delen met de dieren.” Maar dat Phoenix zo enthousiast zou reageren op de film, en hem ook zou laten zien aan Paul Thomas Anderson, een bevriende Amerikaanse regisseur, was onverwacht. Anderson reageerde even lyrisch, noemde Gunda ‘pure cinema’.

Uit ‘Gunda’.

Kossakovsky vertelt dat hij tijdens de voorbereiding van de film te rade ging bij vele wetenschappers, gespecialiseerd in het gedrag van dieren, en met name in dat van varkens, om erachter te komen dat de meeste studies georiënteerd zijn op de productie van dieren, niet op het begrijpen van dieren.

Hij wist wat hem te doen stond en plaatste een 360-gradencamera en acht microfoons in het houten onderkomen van het varken. Zonder te dichtbij te komen, kon hij de dieren vanuit allerlei hoeken gadeslaan en filmen.

“Je ziet dat elk biggetje vanaf de geboorte een eigen karakter heeft”, zegt hij. “Je hebt het brutale, het luie, het verlegen, het creatieve en het bange biggetje. Je ziet ook hoe slim ze zijn. Mensenbaby’s plassen waar ze eten. Biggetjes niet. Vanaf de eerste dag zoeken ze een hoekje om hun behoefte te doen. Je ziet dat ze een heel geavanceerd systeem hebben, met allerlei ingebouwde regels, en dat dwingt groot respect af.”

Driehonderd soorten geloei

Begrijpelijk vindt Kossakovsky het ook: “Varkens bestaan al vijf miljoen jaar, mensen slechts zo’n 200.000 tot 300.000 jaar.” Hetzelfde geldt voor koeien, weet hij. “Koeien zijn nooit te laat. Ze hebben geen horloge, maar als ze weten dat ze om zeven uur water krijgen, zijn ze er om zeven uur. En je zou zeggen: een koe loeit, maar we hebben op de boerderij wel driehonderd soorten geloei geregistreerd.” Tenslotte is er in de film de eenpotige kip, een karakter op zich. Kossakovsky: “Omdat het een gehandicapte kip is, is elke stap voor haar een uitdaging. Het betekent dat ze, voordat ze een stap doet, heeft nagedacht over die stap. Een kip is niet stom, het tegenovergestelde is waar.”

Omdat we de dieren op de boerderij als persoonlijkheden leren kennen, met gevoelens, weet Kossakovsky ze heel nabij te brengen. Aan het slot, na het wrede menselijke ingrijpen, zie je hoe Gunda lijdt. Het is een scène die door merg en been gaat, en die ook Kossakovsky en zijn filmploeg niet onberoerd liet. “Aan het slot keek Gunda me aan”, zegt Kossakovsky. “Ik wist dat ze tegen me praatte, alsof ze tegen me zei: wat ben je in godsnaam aan ’t doen? En het is echt waar, ik voelde op dat moment de schuld van de mensheid op mijn schouders. Ik begon te huilen, en even later begon mijn hele crew, die achter me stond, te huilen. Iedereen had Gunda’s reactie gezien, haar diepe verdriet, paniek en wanhoop, en niet te vergeten haar vragende ogen.”

Voor Kossakovsky voelde het alsof hij weer vier jaar oud was, en hij zijn varkentje verloor. Sowieso voelt de hele film als een terugkeer naar de oorsprong, naar de kleine, ogenschijnlijk simpele films waarmee Kossakovsky in zijn woonplaats Sint-Petersburg begon en waarmee hij zoveel indruk maakte en uitgroeide tot een van de grootste regisseurs van de moderne cinema. 

Denk aan het portret van zijn zoontje dat voor het eerst in de spiegel kijkt in ‘Svyato’ (2005). Of neem de film waarmee hij bijna dertig jaar geleden debuteerde en waarmee hij meteen de hoofdprijs won op het documentaire festival Idfa: ‘Belovy’ (1992), een portret van een getroubleerd boerengezin. Met Gunda is Kossakovsky terug op het platteland, en hoe: zijn meditatie op het dagelijks leven van een varken is gemaakt met een klein gebaar, maar heeft een enorme zeggingskracht.

Filmfestival

‘Gunda’ is te zien op het 33ste ‘International Documentary Filmfestival Amsterdam’ (IDFA) dat van 18 november t/m 6 december ruim 200 nieuwe documentaires in omloop brengt. Gunda is tevens een van de zeven films die op tour gaat langs 44 filmtheaters in het land. Mochten de bioscopen in verband met corona toch nog gesloten zijn, dan vindt het festival grotendeels online plaats, zie idfa.nl. In het voorjaar van 2021 verschijnt Gunda in de bioscoop.

Lees ook:

Deze IDFA-films moet u per se zien, volgens de recensenten van Trouw

Op het 33ste ‘International Documentary Filmfestival Amsterdam’ (Idfa) van 18 november tot 7 december worden ruim tweehonderd nieuwe documentaires in omloop gebracht. De recensenten van Trouw wijzen de beste aan. 

De scheiding kan een trauma én een avontuur zijn

Sonja Wyss duikt in ‘Farewell Paradise’ als een detective in haar eigen familieverhaal. Via interviews met haar ouders en zussen leert ze het verleden te ontsluieren en te begrijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden