Review

Het succes van boeken over zware christelijkheid

Vorige maand verschenen, vlak na elkaar, twee boeken over zware christelijkheid. Beide van jonge schrijvers die hun onderwerp open en, ondanks eigen reserves, liefdevol benaderen. Anders dus dan de woede waarmee een vorige schrijversgeneratie kerk en christendom te lijf ging. Rachel Visscher beschreef het bevindelijk protestantisme in een kleine provinciestad. Boudewijn Smid schreef een roman over zijn jeugd in de pinksterbeweging. Met zijn moeder als pneumatische aanjager op het pad van bekering, zich door Jezus gered weten en alles wat daar uit voortkomt. Dat is heel veel. Vooral als een psychose, na een ongelukkige val bij het schaatsen op haar achterhoofd, vat krijgt op haar geest.

Nog niet zo lang geleden trok het debuut van Franca Treur over haar bevindelijke jeugd in Zeeland grote belangstelling. Daarvoor was er al het megasucces van Jan Siebelinks ’Knielen op een bed violen’. Nu weer deze boeken. Hoe valt die overvloed te begrijpen in dit geseculariseerde land? Toch nog verborgen behoeftes? Heimwee? Nostalgie? Ik vroeg het een vriendin die reeds lang afscheid nam van het zware protestantse milieu waarin ze opgroeide, maar die wel al die boeken leest. Heeft ze er op den duur niet genoeg van? Nee, antwoordt ze, want je wilt keer op keer bevestigd worden. Bevestigd in de juistheid van de beslissing dorp en kerk achter je te laten. Bevestigd dat je dat niet deed uit liefdeloosheid of rancune, maar puur uit zelfbehoud. Dat het zo gek nog niet was, wat je deed.

Ik schat dat er een paar honderdduizend zijn als zij. Tel daarbij ruim tweehonderdduizend bevindelijken en pinkstergelovigen waarvan zeker een deel wil nalezen hoe zij worden beschreven. Voeg daar de ex-gelovigen uit godsdienstig minder strenge milieus aan toe die al die beschrijvingen van zware godsdienst beschouwen als ideaaltypische schetsen van waar geloof volgens hen uiteindelijk op neerkomt: aanpassing en onderwerping. Zo kom je op een groot publiek, dat bovendien groot is geworden met boeken en lezen. Heerlijk voor de boekverkopers.

In ’Zwarte Dauw’ valt op hoeveel angst er is. In Smids boek zit meer blijdschap, maar ook daar loert de angst. Maar had je anders verwacht? Het gaat over eeuwige eindbestemming. Over hemel of hel. Protestanten doen niet aan priesters of andere tussenpersonen. Als individu, moederziel alleen, staat de protestant voor God. Ik ken dat gevoel. Ik sta ook zo voor God. Maar niet vanwege eeuwig erop of eronder. Ik zoek God in verband met liefdevol en goed leven, niet om wat me na mijn dood te wachten zou staan. Te zijner tijd zal ik wel zien of daar nog wat van komt. Noodzakelijk motief voor christelijk leven is het voor mij niet. Voor mijn bevindelijke medeprotestanten ligt dat anders. Zij staan voor God in verband met hun eeuwig lot. Wie houdt dat uit? Wie kan zeggen dat God hem of haar, toch al behept met een enorm besef van schuld en zonde, heeft uitverkoren? Bij het avondmaal zit de kerk stampvol. Slechts enkele tientallen durven ’aan te gaan’. De meesten leven in vrees dat de hel hun wacht. Wie zou niet sidderen? Bovengenoemde vriendin kreeg bij de begrafenis van haar moeder te horen dat er geen indicaties waren die wezen op een hemelse bestemming. Ze mocht zelf haar conclusies trekken.

Het is bovendien, hoe boetvaardig ook geleefd wordt, nooit genoeg. In het zware protestantisme niet. In de pinkstergemeente ook niet. Wie kan ooit van zichzelf zeggen definitief gekwalificeerd te zijn voor uitverkiezing? ’Niemand’, zullen de bevindelijken zeggen, ’alles is genade.’ Maar toch. De Dordtse Leerregels zeggen het zo mooi: ’De goddelijke genade van de wedergeboorte werkt in de mensen niet als in stokken en in blokken.’ Voor vruchten van genade moet wie zich uitverkoren weet, putten uit eigen ervaring. Ook dat is nooit genoeg. Altijd zijn er die nog intenser geloven, nog dichter bij God staan. Hoe groter de orthodoxie, hoe sterker de hiërarchie. Mannen onveranderlijk boven vrouwen.

De post-gelovige Rachel Visscher voelde zich uiteindelijk het meest thuis bij de Gereformeerde Gemeente, de zwaarste variant. Waar de geborgenheid het grootst is en afwijking het minst wordt getolereerd. Het is dezelfde geborgenheid die Boudewijn Smid ervaart in de pinkstergemeente van zijn moeder. Geen vrijheid, geen zelfbeschikking, maar zekerheid en schuilen bij elkaar. Zou dat niet de grootste aantrekkingskracht van deze gemeenten zijn?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden