column

Het streng-gereformeerde leven beveel ik niet per se aan, maar refo’s lezen wel

Franca Treur Beeld Olivia Ettema

Rondom de ontvangst van de Astrid Lindgren Memorial Award werd schrijver Bart Moeyaert herhaaldelijk en op beschuldigende toon ondervraagd over het leesgedrag van jongeren. 

Zitten kinderen niet veel liever met de iPad op schoot in plaats van met een boek? Alsof het aan de actuele kinderliteratuur zou liggen dat de jeugd tegenwoordig massaal afhaakt.

Onbeschoft

Behalve dat het onbeschoft is om een dergelijke beschuldiging te uiten tegen iemand die net de Nobelprijs voor de kinderliteratuur heeft gewonnen, is het maar de vraag of jongeren echt massaal afhaken, en als dat inderdaad zo is, aan wie dat ligt. (Actuele titels als ‘De Gorgels’, ‘De waanzinnige boomhut’, en ‘Lampje’ zijn toch razend populair.) Maar wie verzint er een uurtje op de iPad als beloning? Dat idee komt niet van schrijvers, en ook niet van een kind zelf.

Kinderen voor lezen enthousiasmeren is een van de speerpunten van het CPNB, maar volgens mij hoef je qua promotie niet veel meer te doen dan ze zoveel mogelijk weghouden van schermen. Het is niet moeilijk om kinderen in een verhaal te krijgen, maar de computer blijkt vaak aantrekkelijker en verleidelijker. Die hadden we nog niet in huis toen ik jong was, en er was ook geen televisie. Mijn broers en ik grepen boeken aan om in een andere werkelijkheid te verdwijnen, en dat geldt voor zo’n beetje alle reformatorische jongeren van toen. We lazen omdat er geen andere vormen van vervoering waren.

Daarbij komt dat we opgroeiden met het besef dat taal iets ‘magisch’ is (zonder het overigens zo te noemen). Schiep God niet de hemel en de aarde met woorden? Hij sprak: ‘Er zij licht’ en er was licht. Bovendien was het Woord een van de genademiddelen voor het verkrijgen van de zaligheid.

Gereformeerde jeugd

De beleving van het bevindelijk-gereformeerde geloof gaat samen met een taal die ook wel de tale Kanaäans genoemd wordt. Waar in de meeste kerken de geloofstaal zich, vaak in eigentijdse clichés, concentreert op de liefde van God en de oproep om aardig voor anderen te zijn, raakt de tale Kanaäans van vroeger aan de hoogten en diepten van het geestelijke leven. ‘Er is nog balsem in Gilead’, zegt een gunnende dominee daar tegen een moedeloze verwonde ziel.

Het is al met al niet voor niets dat relatief veel reformatorische jongeren Nederlands gaan studeren. Ze gaan alleen niet naar de VU, maar ook naar de universiteit in Leiden of Utrecht. En trouwens, afgelopen weekend was ik nog in de Boekenmolen, de boekwinkel van het Zeeuwse Meliskerke die draait op voornamelijk reformatorische klanten. De zaak bestaat twintig jaar en loopt heel goed. Het jubileum werd door het dorp met een middag vol activiteiten gevierd.

Een streng-gereformeerde opvoeding wil ik niet per se aanbevelen, maar mooie boeken, luisterboeken of een superfancy neonkleurige e-reader in plaats van een Nintendo Switch als verjaardagscadeau, daar kan ik me wel iets bij voorstellen.

Zelf studeerde ik overigens al (inderdaad Nederlands in Leiden) toen ik het werk van Bart Moeyaert leerde kennen. Voor veel seculiere kinderfilms en -boeken was ik voorgoed te laat. Zwijmelen bij ‘Grease’ gaat niet meer als je die musical voor het eerst op je tweeëntwintigste ziet, maar ‘Broere’ en ‘Het is de liefde die we niet begrijpen’ van Moeyaert heb ik toen alsnog verslonden.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier allemaal terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden