Het rooster

"Het is zelfs nog verder dan Groningen" had Chantal haar snel toegefluisterd toen ze samen de direktiekamer uitliepen.

Tonko Ufkes

Anja hoefde niets te antwoorden en gelukkig merkte Chantal daardoor evenmin dat Anja het gehucht in Noord-Groningen maar al te goed kende. Want natuurlijk wist ze wel waar het lag; vlakbij Usquert waar Opa en Oma vroeger woonden, vlak bij haar oude school in Warffum, vlak bij alles wat zo ver weg leek en zo ver weg moest blijven.

De rest van de middag lukte het werk niet meer zo goed en droomden Anja’s ogen geregeld door de kantoortuin. Naast haar tikte Chantal ijverig op het toetsenbord. Vreemd, dat Chantal niet gewoon hier in Amsterdam een congrescentrum had gezocht, of dat ze niet opnieuw naar Noordwijk konden gaan. Want waarom moesten ze nu uitgerekend een symposium organiseren in die rare uithoek van het land?

Opnieuw krijgt Anja dat onbestemde gevoel van vorige week terwijl ze door het wijde Groninger land rijdt. Ze heeft slecht geslapen en is daardoor veel te vroeg opgestaan. De Randstad ligt achter haar, het eigen vertrouwde huis, de uitdagende baan, de gezellige vrienden: Alles lijkt ineens achtergebleven, lijkt ineens ook achter haar.

In de auto wordt het benauwd - misschien is het nieuwe mantelpakje toch te nauw of doet de airco het niet goed – en Anja voelt haar hoofd steeds lichter worden. Als ze ook nog misselijk wordt draait ze snel het autoraampje open. Een vage geur van bietenloof drijft direkt naar binnen. De vergeten lucht van bieten, van kool en mest overvalt haar. Wild zet Anja de auto meteen aan de kant, bang dat ze moet overgeven. Dan doet ze de motor uit, sluit de ogen en probeert langzaam haar ademhaling weer onder controle te krijgen. Als dat uiteindelijk lukt besluit ze om een klein stukje te gaan lopen, even een zijweg in, voor ze weer verder moet.

Ineens ziet ze daar rechts achter de rij bomen een kerktoren en een rijtje huizen, nog voor het dorp begint. Die bomen, die toren en vooral die huizen trekken haar en net voor ze het eerste huis bereikt schreeuwt Anja het uit, tegen zichzelf en tegen de stilte: “Opa!” Vlakbij staat vredig een oud, laag arbeidershuisje op Anja te wachten en als vanzelf doet ze het tuinhekje open. Maar als ze naar binnen wil klemt haar schoen vast in het rooster. Met een smak belandt ze op het tuinpad, de schoen blijft achter, de naaldhak vast tussen twee spijlen van het rooster. Als verdooft blijft Anja languit liggen, ook al voelt ze dat een beetje bloed uit haar pijnlijke wang sijpelt, ook al weet ze dat haar nieuwe mantelpakje nu nat en smerig wordt.

Anja wacht, Anja wacht ergens op twee troostende werkhanden en op een stem die misschien weer zal zeggen: “Hou gait t, mien wicht?”

Tonko Ufkes

Groningen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden