Review

Het risico van burn-out

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek loopt tien procent van de werkende bevolking op een gegeven moment vast in het werk. Deze mensen zijn opgebrand oftewel burn-out. Ze hebben geen energie, levenslust, plezier in hun werk, zin in seks of andere bezigheden meer. Ze kunnen zich niet concentreren, slapen en eten slecht, voelen zich uitgeput en blijven maar malen over problemen op het werk. Onderwijzend personeel heeft het wat dit betreft het zwaarst te verduren. Dertien procent gooit er het bijltje bij neer, terwijl elf procent van de journalisten moet afhaken.

TONJA KIVITS

Burn-out, een modeverschijnsel? Zo'n twintig jaar geleden bestond het woord nog niet. Je was overspannen. De huisarts gaf je wat pillen en poeders, en na een poosje, als je het suffen op de bank beu was geworden, ging je weer aan het werk. De Amerikaanse psychiater Herbert Freudenberger lanceerde het begrip in 1974. Burn-out is volgens de deskundigen vele malen erger dan overspannenheid. Je raakt overspannen als je te veel hooi op je vork neemt. Deel je werk anders in of ga er op een andere wijze mee om, en het leed is voorbij.

Bij burn-out is er echter sprake van totale ongeschiktheid voor het werk. Terugkeer naar de oude werkplek is dan ook vaak uitgesloten. De groep die het grootste risico loopt opgebrand te raken zijn mannen die een volledige baan hebben, kostwinner zijn en zich niet kunnen permitteren ziek te worden. Dominees dienen ook op te passen. Zij leven zich (net als vele vrouwen) zo in in het leed van de ander dat ze er zelf letterlijk doodmoe van worden, en zich met burn-outklachten ziek melden.

Enkele jaren geleden luidde psychiater Rigo van Meer in 'Overspannen door je baas' al de alarmklok. De werkdruk loopt almaar hoger op, wat op zich weer een hoge leefdruk veroorzaakt. Ook in onze vrije tijd kunnen we geen rust meer vinden. We jakkeren maar door, alsof we voortdurend in de hoogste versnelling rondtoeren. Een Japans onderzoek uit 1998 toont aan dat mannen die meer dan elf uur per dag werken bijna tweeënhalf keer zoveel kans op een hartinfarct hebben dan zij die een gewone achturige werkdag hebben.

Ook de inhoud van het werk speelt een rol van betekenis. Zij die weinig controle hebben over de eisen van hun werk, lopen, volgens een Zweeds onderzoek uit 1996, bijna twee keer zoveel risico om vroegtijdig aan een hartstilstand te overlijden. En het slechtst zijn zij eraan toe die weinig steun van collega's ervaren. Zij zijn zelfs 2,6 keer zo kwetsbaar voor een hartziekte. Uit een onderzoek onder Italiaanse spoorwegwerkers bleek dat de combinatie van grote verantwoordelijkheid en zwaar lichamelijk werk de kans op hartaanvallen verhoogt.

Kortom de wetenschappers zijn unaniem: hoge mentale inspanning, weinig persoonlijke controle en onvoldoende steun is een ideaal paspoort voor burn-out, en in het ergste geval een vroegtijdige dood. En wat te denken van vrouwen die naast al deze stressfactoren nog een extra belasting meetorsen in de vorm van seksuele intimidatie. Zo'n kleine veertig procent klaagt erover.

Wie alles wil weten over burn-out kan terecht bij Carien Karsten. 'Omgaan met burn-out' is als een omgevallen statistiekkast. Heerlijk voor de weetgrage lezer, want zo kom je onder andere te weten dat het idee van de slome, trage, alles op z'n beloop latende boer nog steeds op waarheid berust. Hij prijkt op het lijstje van de stressberoepen trots onderaan. Slechts vier procent van de agrariërs raakt opgebrand, ellende van varkenspest en biotechnologie ten spijt. Die zijn dus echt stressbestendig, zou je denken. Of kan het zijn dat boeren de weg naar de instanties nog niet zo goed gevonden hebben, en daarom aan Karstens spiedende statistische oog zijn ontsnapt.

Een lijstje met gevallen van zelfdoding als gevolg van burn-out ontbreekt helaas. Wil je weten of je zelf ook burn-out bent, of op weg bent het te worden, dan kun je op internet de burn-out-test van de Utrechtse hoogleraar Wilmar Schaufeli maken (www.intermediair.nl/test/burnout). Computerlozen kunnen de uitgebreide vragenlijst bij Karsten invullen. Zij is dol op lijstjes, schema's, grafieken. Ze deelt ze keurig netjes voor ons in, lettend op het gedrag, het gevoel, de waarneming van het lichaam, de gedachten die erbij horen, de beelden die door het hoofd schieten, de omgang met andere mensen en de fysieke toestand. En de echte maniakken -zij dus die op weg zijn burn-out te worden- kunnen alles nog eens dunnetjes overdoen met behulp van 'stress patroon analyse' en 'klachtenprofielen', met 'weekplanning' en 'stresslogboek'.

Ook moeilijke theorieën en woorden schuwt Karsten niet. Zo legt ze ons uit dat je verhoogd risico loopt burn-out te worden als je lijdt aan 'parentificatie': als kind zorgde je als een ouder voor je vader en moeder en als volwassene blijf je dat gedrag herhalen. Vooral hulpverleners willen zich 'groot houden', altijd klaar staan voor anderen en zich verdienstelijk maken. In Karstens boek staan storende schrijffouten als 'pubertijd' in plaats van 'puberteit', en haar amateuristische, rammelende uitleg van de 'narcistische persoonlijkheid' (en dat voor een psycholoog) veroorzaken een wat vreemde smaak in de mond.

Wie echt uit de eerste hand wil weten wat het is om burn-out te zijn, kan daarom beter 'De lessen van burn-out' van Annegreet van Bergen kopen. Van Bergen was redacteur bij het weekblad 'Elsevier' toen ze zich in de zomer van 1996 ziek meldde. Anderhalf jaar later pas kon ze zich weer met opgeheven hoofd aan de buitenwereld tonen. Ze is dan volledig hersteld. Een echte calvinist, noemt ze zich. Zo'n plichtsgetrouwe harde werker voor wie arbeid adelt en het 'laat maar waaien'-adagium onbekend is. En als je dan ook nog een 'Pietje Precies' bent, kun je je bij voorbaat al op de wachtlijst van de Arbo-arts laten zetten.

De lijdensweg van Van Bergen begon geruisloos, ongemerkt. Een opgewekte, vrolijke jeugd moest er borg voor staan dat ze de beste van de klas, de sportiefste van de gymnastiekles en het meest getapte meisje van de straat was. In de voetsporen van vader, die zich van krullenjongen in een drukkerij tot docent grafische technieken aan de kunstacademie in Enschede had opgewerkt, lag er een gouden toekomst voor haar in het verschiet. Lange tijd vervulde ze die wensdroom. Er liep wel eens wat fout. Zo zakte ze voor het eindexamen van het gymnasium, maar dat streek ze weer glad door cum laude af te studeren in de economie. Ook 'de haantjesmentaliteit' van de financiële redacteuren van de Volkskrant kreeg haar niet klein. Bij het vrouwvriendelijker Elsevier kwam ze tot volledige ontplooiïng. Van Bergen zette er een extra tandje bij. Drank en nachten doorwerken stuwden haar voort. Totdat langzaam de geest uit de fles verdween. Van een overvolle agenda, vulde ze nu de dagen met wandelen, keutelen in huis en leunend uit het raam naar gehaaste mensen kijken.

Van Bergen heeft een zeer leerzaam boek geschreven, met een goede afwisseling van instructie en achtergrondinformatie. Bovendien heerlijk leesbaar door de roddel en achterklap. Ach, en burn-out heeft ook zo zijn voordeeltjes. Ze heeft er niet alleen de liefde van haar leven aan overgehouden, maar weet nu ook van haar vrije tijd te genieten, hoe ze haar verdiende geld kan uitgeven en de dingen doen die ze leuk vindt. Nee, bij Elsevier werkt ze niet meer. Haar eigen bureautje moet ervoor zorgen dat ze nooit meer opgebrand raakt.

Deze wijze les is helaas niet besteed aan Marjolein Hurkmans, die met 'Mama's zijn ook mensen. Ervaringen van een werkende moeder' hard op weg is burn-out te worden, zo ze het al niet is. Het is ook wat, als je journaliste van De Telegraaf bent en ook nog drie kinderen thuis heb rondlopen. Dat moet geheid problemen opleveren. En dat niet alleen, het is ook een combinatie die tenenkrommend is. En dan hebben we het niet alleen over haar manier van schrijven, passend in de stijl van het bekende ochtendblad. Ronduit verwerpelijk is haar kijk op de wereld, de medemens en haar ideeën over de opvoeding alsof de tijd in het jaar nul is stil blijven staan.

Voor haar drie kleine bovennatuurlijke wonderbaarlijke schatten is uiteraard geen au pair geschikt, geen kinderdagverblijf het beste. Van 'goeden huize' is het minste dat telt, met volledige inzet, opoffering en idoolverering voor haar kroost. Let wel, buitenlanders vallen dus meteen al af, en crèches waar ook de zoon van de timmerman of de dochter van de slager zit, worden meteen van haar lijstje afgevoerd. Hurkmans' advies: 'Hoe minder je zeurt, hoe gelukkiger je wordt' lijkt goed om regelrecht af te stevenen op een burn-out-syndroom. Maar misschien is domheid wel de enige manier om daaraan te ontsnappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden