Het regent het regent - maar niet in de schilderkunst

‘Het onweer’, Johannes Tavenraat Beeld Rijksmuseum

‘Het regent en het is november’ schreef J.C. Bloem, maar de beeldende kunst houdt het opmerkelijk droog. Al lieten schilders het rond 1850 wel plenzen.

 In de muziek regent het vaak, van ‘I’m singing in the rain’ tot ‘Zachtjes tikt de regen tegen ’t zolderraam’ van Rob de Nijs. Maar in de schilderkunst blijft het meestal droog. Wie bijvoorbeeld in de Rijksmuseumcatalogus zoekt op ‘regen’ vindt weliswaar vijfhonderd objecten, maar slechts drie schilderijen. Twee zijn van ná een regenbui en geen van die drie zijn van vóór 1850 – bijna alle regenhits uit de catalogus zijn foto’s en prenten van na 1850. Waarom is de regen goeddeels afwezig in de schilderkunst? En waarom is dat rond 1850 even veranderd?

Aan de onderwerpen lag het niet: in de Bijbel, het belangrijkste bronnenboek van de vroege kunst, regent het wél. Maar toen Michelangelo voor de Sixtijnse Kapel de ark van Noach ­verbeeldde, rond 1510, deed hij dat ­zonder regendruppels. Honderd jaar ­later schilderde ook Antonio Carracci een zondvloed onder een droge hemel.

‘Brug in de regen’, Vincent van Gogh Beeld Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Ook in de Nederlandse landschapskunst van Ruisdael en Van Goyen, zijn er weliswaar soms dreigende wolkenluchten, het regent er nooit. Alleen bij de prentkunst, in etsen en tekeningen, komt soms een regenbui opzetten, ­bijvoorbeeld bij een verbeelding van de maand oktober in een serie over de maanden van het jaar van Jan van de Velde, rond 1613, als zwarte diagonale streepjes. Die zijn in een zwart-wit­tekening een stuk makkelijker toe te ­voegen dan allesweerkaatsende regen in een schilderij.

Het is dan ook niet vreemd dat de enige grote regenrage in de schilderkunst kwam meewaaien met de ­populariteit van Japanse prentkunst in Europa. Maar toen de Japanse prenten in Europa populair werden, rond 1860, wáren westerse kunstenaars al geïnteresseerd in heftige natuurverschijnselen. De Romantiek was de periode van grote gebaren en nog grotere gevoelens, en die kwamen heel mooi naar voren in stormen, regen- en onweersbuien. Denk bijvoorbeeld aan de mist-, stoom- en regenspektakels van de Brit J.M. ­Turner, rond 1840: een en al emotie, waarin lastig iets grijpbaars te herkennen is. In Nederland had Johannes Tavenraat in diezelfde tijd ‘Het onweer’ geschilderd, nu in het Rijksmuseum (foto hiernaast). Donkere wolken en een wegschietend hertje, de laatste zonnestralen, regendruppels zijn er (nog) niet te zien. In de achtergrond lijkt de hemel de aarde te raken, daar moet het dus wel regenen.

Ongrijpbaar

Het grootste struikelblok voor de ­regen in de schilderkunst is natuurlijk praktisch: het is niet eenvoudig om een regenbui vast te leggen, te zien, te ­bevriezen. Want wat zien we als het ­regent? Zien we dat wel? Alleen tijdens regelrecht noodweer weten we met een blik naar buiten dat het regent, als het miezert is er meestal niets te zien. ­Regen is iets dat je ervaart, plotseling. Zonder druppende, klaterende regendruppels op een raam, tentdoek of dak, zonder rimpelingmakende druppels op het water is het ook nu nog lastig om vast te stellen of het regenpak aan moet, of de was naar binnen moet. ­Regen voel je. Wat we zien, zijn de ­gevolgen: plassen, spiegelende straten, beslagen ramen en lompe regenpakken. En de uitgelopen mascara, ingestorte kapsels en natte honden erna.

Japanse prentkunstenaars hadden een slimme oplossing voor die ongrijpbaarheid: ze gebruikten de schuine strepen als symbool voor al dat ingewikkelds. In die oosterse houtsnedes heeft de regen bovendien een minder negatieve betekenis dan die van de straffende zondvloed: de rijstvelden hebben de regen van het begin van de zomer, de tsuyu, hard nodig. Vanaf de zeventiende eeuw kwam de regen vaak voor op de prenten, meestal in de vorm van witte of zwarte lijnen. Vooral Vincent van Gogh, zoals bekend groot liefhebber en verzamelaar van Japanse prenten, maakte een eigen kopie naar een prent van Hiroshige van een brug in de regen. Later schilderde hij ook ­Auvers sur Oise in de regen: dankzij de grijze krassen plenst het er voor het eerst echt.

‘Samoerai in de regen’, Utagawa Kunisada Beeld Rijksmuseum

In Parijs waren meer kunstenaars op dat moment bezig met het hemelwater, zij het om een andere reden: de impressionisten zochten naar een zo direct mogelijke weergave van de zichtbare werkelijkheid. Vandaar dus dat Gustave Caillebotte een ‘regenachtige dag op een straat in Parijs’ schilderde waarbij het vooral de spiegelende straat en de paraplu’s zijn die duidelijk maken dat het regent. Ook Monet en Pissarro legden in grijsgekleurde strepen de druilerigheid vast die een natte stad over zich krijgt. Aan de andere kant van het Kanaal maakte John Atkinson Grimshaw er zijn specialisme van, met tegen de glinsterende straten reflecterende straatlantaarns en nagloeiend zonlicht.

Binnenregen

In de twintigste eeuw is de regen weer weggetrokken, op een paar opvallende uitzonderingen na. Wat te denken van ‘Car Naval’, ook wel ‘Rainy taxi’, ook wel ‘Mannequin rotting in a taxi-cab’, van Salvador Dalí, uit 1938? Het is een Amerikaanse Cord, zo’n oude auto, waarbinnen het begint te regenen ­zodra je een muntje in een machine stopt, de etalagepop die achterin zit ­ondergaat het gelaten. In de eerste ­presentatie van de installatie had Dalí er levende slakken bijgestopt, wél regenliefhebbers. 

Eén belangrijke schilder waagt zich nog vaak aan het onderwerp: alweer een Brit, David Hockney, met bijvoorbeeld een hele serie over regen in het ­zwembad (in 1973).

En in 2009 maakte hij een digitale print van ‘Regen tegen het raam van het atelier’. Je hoort Rob de Nijs er automatisch bij. Het geluid van de regendruppels tegen het ­zolderraam is blijkbaar stukken ­eenvoudiger en prettiger op te roepen dan het grijze, wazige beeld van een ­gemiddelde novemberdag.

Volgend jaar is er volop Hockney te zien in Nederland. In het Van Goghmuseum, u begrijpt nu al waarom.

Geen regen, wel storm

In museum Panorama Mesdag in Den Haag opent dit weekend ‘Storm’, een tentoonstelling met schilderijen over de vernietigende kracht van de natuur. De vissers van Scheveningen waren vaak overgeleverd aan het geweld van de zee. Verschillende stormen worden belicht, met als eindpunt de storm van 1894. Ook Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) ging zich graag te buiten aan de wilde golven en vooral de verwoeste bomschuiten op het Scheveningse strand. Er is op zijn schilderijen geen regendruppel te zien.

‘Storm’, te zien van 18 november 2018 t/m 3 maart 2019, www.panorama-mesdag.nl.

‘Hockney - Van Gogh. The Joy of Nature’ is van 1 maart t/m 26 mei 2019 te zien in het Van Gogh Museum in Amsterdam.

Lees ook: Van Gogh vangt ‘absolute rust’ van Japanners

Een grootse tentoonstelling in Amsterdam toont de bewondering van Vincent van Gogh voor Japan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden