Review

Het Parool van 1945 tot 1970Slachtoffer van tijdgeest en toeval

Gerard Mulder en Paul Koedijk: Léés die krant! Uitgeverij: Meulenhoff, Amsterdam. 622 pagina's. Prijs: 89 gulden (gebonden) of 69,90 gulden (paperback).

Dagboekanier Henri Knap was in een memo al een stuk gedetailleerder over de opstandigen die “het ideële beleid van de krant willen ombuigen naar anti-parlementaire democratie, anti-VS, pro-Palestijnen, pro-studentenacties, pro-Tomaat (actie tegen de gevestigde toneelwereld), kortom: naar die hele verwarde en ondoorzichtige rimram.”

En de eeuwig gemankeerde hoofdredacteur Frans Goedhart vond in zijn altijd wat onbesuisde proza, dat hem z'n hele carrière bij Het Parool al had dwarsgezeten, dat de hele redactie opnieuw op poten gezet moest worden: “Redacteuren die voor Provo, Nieuw Links, V(rij) N(ederland) of de Maagdenhuisbende voelen, kunnen dan afvloeien. Verder moeten wij af van de toestand dat we allerlei lieden op de redactie hebben rondlopen die in het openbaar blijk geven van hun afkeer en walging van de Parool-politiek.”

Midden in deze opwindende tijd, begin jaren zeventig, met een verdeelde redactie en een afkalvend lezersbestand, eindigt het gisteren verschenen boek 'Léés die krant!' van Gerard Mulder en Paul Koedijk. Een verwarrend einde. Weliswaar vertellen de schrijvers daarna in enkele pagina's nog hoe het Het Parool sindsdien vergaan is, maar het lijkt dan toch op een toneelstuk waarbij wij op de laatste pagina merken dat we niet te weten komen of de geliefden elkaar ooit nog zullen krijgen. De laatste vijfentwintig jaar van Het Parool, dat heel lang adverteerde met de slogan 'Léés die krant', nemen amper veertien pagina's in beslag; over de eerste vijfentwintig jaar deden Mulder en Koedijk 500 pagina's.

In hun inleiding leggen ze de reden daarvan uit. De opdracht van het bestuur van de Stichting Het Parool luidde om in 1995 op wetenschappelijk verantwoorde wijze verslag te doen van de na-oorlogse geschiedenis van het voormalige verzetsblad, tot 1990. Aangekomen zo rond 1970 moesten de schrijvers noodgedwongen stoppen. Vorig jaar, op de afgesproken verschijningsdatum, waren ze nog lang niet aan het einde van hun speurtocht. Vandaar dat het uiteindelijk een jaar later werd en een halve geschiedenis korter. Wat dat betreft dringt zich onontkoombaar een vergelijking op met Lou de Jongs 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog', dat ambitieus van opzet toch ook aanvankelijk beperkt zou blijven tot drie delen in plaats van anderhalve meter boeken.

De eerste vijf jaar van Het Parool zijn uitstekend beschreven door Madelon de Keizer in haar studie 'Verzetsblad in oorlogstijd'. De volgende vijfentwintig jaar zijn minstens even uitstekend, uitputtend en wetenschappelijk verantwoord behandeld door Gerard Mulder en Paul Koedijk. Er zal, dat moet klinken als een hart onder de riem voor de huidige redactie, ongetwijfeld nog een derde deel komen over de volgende periode. Zoveel historisch besef heeft de stichting Het Parool allicht.

Het is buitengewoon jammer dat het boek tegen 1970 ophoudt, omdat inclusief de daarna volgende periode beeldend beschreven had kunnen worden hoe kranten een produkt zijn van de levenscyclus van een redactie. En dat gaat niet alleen voor Het Parool op.

Vijfentwintig jaar na de oorlog waren de Parool-redacteuren veelal oudere heren (en een enkele dame) geworden, die de oorlog aan den lijve hadden ondervonden, die de euforie en de bonhomie hadden meegemaakt in de tijd dat geen krant zo geprezen werd als Het Parool. Veel van hun idealen hadden ze inmiddels zien vervliegen, terwijl de wereld maar weerbarstig aan de gang bleef. En nu moesten ze ook nog een ondankbare, nieuwe generatie gedogen, die alles waar zij voor hadden gestaan, en met inbegrip van hun krant, op z'n kop wilde zetten.

Redacties hebben zo'n cyclus, waarbij binnen een paar jaar tijd ineens een hele reeks redacteuren verdwijnt. Tegen 1970 had zeker een krant die in 1940 illegaal was opgericht en in 1945 een officiële start had gemaakt daar last van.

En zij niet alleen. Op een septemberdag in 1965, niet zo gek lang nadat de legendarische hoofdredacteur Lücker weg was gezonden, bleek de Volkskrant niet langer een katholiek dagblad te zijn. De onderkop op de voorpagina was van de ene op de andere dag weggestreept op de golven van een redactie die aangeraakt was door wat er zich in progressieve kring in de r.-k. kerk afspeelde. Niet de jonge Turken schrapten die onderkop, maar de mannen van middelbare leeftijd, die ongetwijfeld kwetsbaar waren geworden en ook vatbaar voor zo'n ontwikkeling, na alles wat zich sinds de oorlog in Nederland en in het geloof had voorgedaan. Natuurlijk werd die omslag gedragen door jonge redacteuren, maar het was de gangbare redactiemacht die het besluit nam, en aanvankelijk even angstig als tevergeefs afwachtte hoe de lezers het opnamen.

Dat was het moment waarop zich voor het toen relatief kleine dagblad de Volkskrant, achteraf gezien, de grote omslag voordeed. Een meesterzet, maar niet echt met de contouren van een meesterplan. De demonstratieve verandering opende wegen die voor het veel grotere, maar in veel opzichten behoudende Parool gesloten bleven. En het is ook zo, dat de Volkskrant in die periode de redacteuren en medewerkers aan zich wist te binden, die spraakmakend waren of dat konden worden. Zoals Het Parool dat in de jaren vijftig en zestig kon. Met een reeks van klinkende namen zoals die van mede-oprichter Simon Carmiggelt, Evert Werkman, Willem Witkampf, Pieter Kuhn ('Kapitein Rob'), Jeanne Roos, Sal Tas, Klaas Peereboom en de lijst kan een stuk langer.

Dankzij de redactie die er was, en de redactie is altijd machtiger dan de hoofdredacteur zo lang die niet ook tegelijk directeur is, koerste Het Parool terzelfdertijd juist af op een confrontatie met de nieuwe generatie, die slecht - en het derde deel leert ons mogelijk zelfs, rampzalig - zou aflopen. Er was geen sprake van een concerntactiek of van een afgedwongen redactionele omslag. Maar van omstandigheden die daar de weg effenden.

Zoals Trouw in diezelfde jaren politiek gesproken toch ook weer niet de meest behoudende krant van het land was geworden, sinds de beroemde 'bekering' van hoofdredacteur Bruins Slot in de kwestie van de Nederlandse Nieuw-Guinea politiek. Trouw was tegen het Amerikaanse optreden in Vietnam, kon de zon in het water van de provo's zien schijnen en was bij machte genuanceerd te schrijven over de kwestie tussen Israël en de Palestijnen. Maar Trouw was tegelijk niet bij machte zich te ontdoen van het nadrukkelijk christelijke, blijkbaar als stoffig ervaren imago om de overstap naar een groter publiek te maken. Trouwens, financieel gesproken was de krant daar ook niet toe bij machte.

Ook relatief toeval en de tijdgeest kunnen een krant maken of breken. Dat is Het Parool overkomen, vóór 1970 en ná 1970. Inmiddels maken ze er een goede krant, die ze nauwelijks aan de straatstenen gesleten krijgen. Wat ook weer niet zo vreemd is, gezien het gebrek aan bevlogenheid op straat; daar valt het onderscheid al niet meer te halen. En kwaliteitskrant mag iedereen zich noemen. Dan red je het niet op een paar jaar Ajax-succes.

Het Parool is vooral slachtoffer van de tijd en de altijd wat onvoorspelbare realiteit. En van het verliezen van het momentum.

Over de eerste vijfentwintig jaar hebben Gerard Mulder en Paul Koedijk een uitstekend boek geschreven dat niet misstaat op het kleine plankje met toonaangevende publicaties over de historie van de Nederlandse pers. Vooral ook omdat de veranderingen in Nederland er zich zo goed in weerspiegelen. Welke items speelden bij mensen die uit het verzet kwamen en hoe snel die alweer botsten met de bijna automatische terugkeer naar de oude verhoudingen. De problematische relatie tussen Het Parool en de Partij van de Arbeid, tot het uiteindelijk geen relatie meer was. Hoe de krant lang, te lang bleef vasthouden aan oude politieke inzichten en idealen, terwijl Het Parool tegelijk op het terrein van kunst en cultuur faam wist op te bouwen.

Koedijk was in het proces naar de samenstelling van het boek de vorser, Mulder de journalist - het duo was eerder ook verantwoordelijk voor de biografie van H.M. van Randwijk, hoofdredacteur van Vrij Nederland. Ze hebben ook voor de historie van Het Parool uitputtend gesproken met betrokkenen uit de periode '45-'70, maar zijn voor hun verhaal toch vooral voor anker gegaan bij de geschreven bronnen. Dat maakt hun werk soms wat te taai en niet direct toegankelijk voor een doorsnee abonnee die eens wil weten hoe de geschiedenis van 'zijn' krant eruit ziet.

De voorkeur voor de geschreven bronnen stoelt op de ervaring van menig historicus en journalist die is gestoten op onbetrouwbare hersenen, die een geschiedenis jaren later modelleren naar eigen wensen, verlangens en inzichten.

Maar de vraag is ook of die geschreven bronnen wel allemaal zo betrouwbaar zijn als het lijkt. En in elk geval of ze allemaal de status hebben die ze soms krijgen. De brief heeft in de loop der tijden een ander gewicht gekregen onder invloed van de opkomst van de telefonie en bij de afgang van de postbezorging. Belangwekkende mededelingen die nu per telefoon worden gedaan (piepend ergens halverwege de snelweg van Den Haag naar Amsterdam) en waarvan nooit meer iets is terug te vinden, werden in de jaren vijftig op papier doorgegeven en in archieven bewaard. De oral history is er dan ook om een beetje het evenwicht te herstellen. En anders minstens om de gegevens wat minder taai en misschien zelfs wat overzichtelijker te maken.

Mulder en Koedijk hebben zó diep gespeurd, dat de details soms het uitzicht benemen. Maar dan gaat het niet over het niveau van hun geschiedschrijving, maar over wat er aan prettig leesbaar voer voor meer dan alleen (oudere) Parool-abonnees en studenten massacommunicatie rest.

De grote lijn van het verhaal van 'Léés die krant' was natuurlijk al bekend. Hoe Het Parool in de oorlog tot stand kwam, de enorme groei na de bevrijding, de problemen om een echt bedrijf te worden, gevolgd door veranderende tijden die nieuwe eisen stelden aan bedrijfsvoering en journalistiek. Uitmondend tenslotte in Perscombinatie, dat flarden van de laatste idealen van de eerste krantenmakers probeerde in ere te houden.

Hoe Het Parool in Van Heuven Goedhart een voortreffelijke hoofdredacteur had, die zonder echte journalistieke opleiding het vak aanvoelde. De consolidatie onder zijn opvolger Koets - naar voren geschoven door Frans Goedhart, die als een van de oprichters van de krant nog steeds wachtte op zijn kans en met Koets tevergeefs hoopte een tweemanschap te mogen vormen. Hoe H.W. Sandberg er vervolgens het veel strakkere Britse hoofdredacteurschap gestalte gaf over een redactie die daar niet op berekend was. En hoe die weer werd opgevolgd door Wouter Gortzak, die de krant een ander gezicht moest gaan geven, tot aan de periode Sytze van der Zee; maar die twee laatste vallen buiten het bestek van dit boek.

Mulder en Koedijk beschrijven ook de rol van de redactie in langdurige processen. Een hoofdredacteur kan veel, maar hij is elke morgen aan het ontbijt weer afhankelijk van de uitvoering door anderen. Bij Het Parool was in de jaren vijftig en onder Van Heuven Goedhart volstrekt duidelijk hoe de zaken lagen. De redactie zelf was ook een eigenstandig begrip. Dat geheel functioneerde voortreffelijk. Tot eind jaren zestig, toen in dat toch broze machtsveld, de redactie uiteen begon te vallen. Wat dat laatste aspect betreft verdient de historie van Het Parool, naast het boek van Mulder en Koedijk, toch ook nog iets meer oral history, omdat het de aanzet tot een drama werd.

Althans, het gaat niet goed met Het Parool van 1996. En eerlijk gezegd, de gang van zaken in het laatste jaar overziend en het conflictueuze vertrek van de Sytze van der Zee (de vijfde hoofdredacteur in toch vijftig jaar) beschouwend, blijft de naar buiten toe wat al te terughoudende reactie van de redactie van Het Parool een groot mysterie. De historie van de krant levert daarvoor in de eerste vijfentwintig jaar van het bestaan wel wat bedrijfscultuur op. Maar in '70 rook Pam verandering. Maar wat is er daarna dan gebeurd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden