Uit 'Mijn naam is Stefano Keizers'Beeld Renate Van Der Bas

TV-columnRenate van der Bas

Het onvermijdelijke lot van Stefano Keizers

Irritant druk mannetje, die Stefano Keizers. Ergens geloof je wel dat hij menselijk is, maar je met deze theatermaker identificeren, je aan hem overgeven? Het is veel gevraagd.

Eén ding moeten vriend en vijand de artiest wel nageven: Keizers verkoopt geen eenheidsworst. En dat is sowieso verfrissend in deze dagen waarin de opdracht is met z’n allen braaf in het gareel te lopen.

Maar de grote horde die je moet nemen bij de clowneske rebel is: kijk ik nu naar een charlatan, een slimme trukendoos of heeft deze man echt talent? De documentaire ‘Mijn naam is Stefano Keizers’ ­– donderdag op NPO 3 – verloste mij van deze vraag, door hem simpelweg irrelevant te maken. Het draait bij Keizers helemaal niet om ‘echt of onecht’, maar om een heel andere kwestie: zichtbaar zijn.

Een kracht die groter is dan hijzelf

Keizers geeft onrust, laat je grinniken, maar ook verbaasd kijken, zuchten van vermoeidheid en eventueel voortijdig wegzappen. Het is een vrij land. Maar hoe dan ook dwingt hij af dat je iets van hem vindt. Zoals hij vol bewondering praat over de performance-grootheid Marina Abramovic: het maakt duidelijk dat hij de confrontatie zoekt. Hij wil gezien worden, een reactie uitlokken. Het is een kracht die groter is dan hijzelf, maar zijn ontstaansgeschiedenis tekent. En pijn doet: “Het is onnatuurlijk om op een podium te gaan staan, want je brengt jezelf in gevaar”.

Als de film van de jonge documentairemaker Lavinia Aronson ­– vers van de BNNVARA Academy voor nieuw talent – één ding duidelijk maakt is het dat Keizers niet anders kan dan zich exposeren. Ze overtuigde me van de onvermijdelijkheid van zijn lot.

Aronson had geen moeite om de weg te ontdekken in Keizers’ krochten, letterlijk en figuurlijk. Ze mocht alles zien, in zijn huis zijn, om vier uur ’s nachts binnenvallen met een camera, alle jeugdfilmpjes bekijken, met een van zijn broers praten. Dat laatste bracht iets geruststellends aan het licht: die broer heeft dezelfde lijzige, quasi-formele, opvallende stem als de artiest. Dat is dus geen trucje van Keizers, die in het echt trouwens Gover heet, Gover Meit.

Aronson slaat in de ring het hele verhaal eruit

De jeugdfilmpjes vertellen in feite alles al. Als kind, als puber: Gover moest altijd optreden, lollig doen, de aandacht trekken. Hij grapt (?) dat dat is gekomen toen die jongere broer werd geboren, precies toen hijzelf jarig was, en zo alle aandacht wegzoog. Zo miskend wilde hij zich nooit meer voelen.

Knap is een scène waarin Stefano met Aronson gaat boksen, de favoriete sport van de filmmaker. In no time is hij kapot, bleek en afgepeigerd. Maar Aronson knokt door en vraagt door. En de artiest praat door, wankelend. Over hoe iemand die niet sterk, slim of mooi is dan maar die laatste strohalm grijpt om op te vallen, dat mensen om hem willen lachen.

Aronson sloeg in de ring het hele verhaal eruit. En loodste een knappe documentaire door het waanzinnige universum van Stefano Keizers. Met subtiel tromgeroffel bij iedere punchline.

En het gebeurde, ik gaf me over aan de clown. En zal hem met meer aandacht gaan volgen op zijn pad. Waarnaartoe? Aronson vraagt het nergens: wanneer is het genoeg, Stefano, wanneer ben je er? Maar misschien is dat ook wel een overbodige vraag. Je bent ‘er’ nooit. ‘Er’ bestaat helemaal niet.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden