null Beeld -
Beeld -

Tv-columnMaaike Bos

Het oase-idee is mooi, maar lastig te vertalen naar mensen in Nederland

Alsof hij langs een woestijnzandduin slentert, zo struint Kefah Allush door de duinen bij Wijk aan Zee. Het dorpje met zijn brede strand daarachter is een oase van rust voor mensen uit de Randstad. Ze komen er wandelen, surfen, paardrijden.

Dan draait Allush zich om en toont achter zich de hoge fabriekstorens en vette rookwolken van Tata Steel in IJmuiden.

Daar gaat de oase. Bedreigd door zijn omgeving die roet uitspuwt, en die benauwdheid, hoofdpijn, misselijkheid en pijn op de borst veroorzaakt, zo rapporteerde het RIVM dit jaar. Allush heeft zijn eerste conflictlocatie gevonden.

Gewoon leven in crisisgebieden

In zijn nieuwe zesdelige reisserie Oases in de Lage Landen (EO) trekt hij nu eens niet door het Midden-Oosten, waar hij door zijn Palestijnse oorsprong Arabisch spreekt. In eerdere series liet hij zien dat er in die ‘crisisgebieden’ (ons beeld uit de media) ook gewoon leven is, dat mensen feestvieren, schapen hoeden en kinderen opvoeden. In zijn laatste serie Oases in de Oriënt van april kristalliseerde zich nog meer uit hoe hij zich richt op sprankjes van hoop te midden van destructieve krachten. Het is de essentie van een oase in de woestijn: een toevluchtsoord waar leven, geluk en liefde mogelijk zijn in een vijandige omgeving.

En toen hield corona de vliegtuigen aan de grond. Allush vertaalde zijn concept naar plaatsen in Nederland en net over de grens in België en Duitsland. Ook deze toevluchtsoorden worden van buitenaf bedreigd. Wijk aan Zee door de gifstoffen van de staalfabriek, het Zuid-Limburgse Vijlen door Randstedelingen die het dorp overspoelen, andere plekken door toerisme, rijke nieuwkomers of mensen van een andere geloofsrichting. Hoe komt het vertrouwde geluk in de knel, en hoe proberen mensen daarvan iets te behouden?

Marissa vertelt Kefah Allush en haar dochters over de camping naast Tata Steel. Beeld
Marissa vertelt Kefah Allush en haar dochters over de camping naast Tata Steel.

Het oase-idee is mooi, maar lastig te vertalen naar mensen in Nederland, bij wie minder het bestaan zelf op het spel staat. Ze hebben geen gezamenlijke natuurvijand, maar menselijke belangenconflicten. Die vragen om een heel ander soort programma, eerder zoals Sophie Hilbrands Opstandelingen.

De serie begon woensdag luchtig met een stel in een strandhuisje. Ze kwamen ‘lekker genieten op het strand’. Alleen bij zuidoostenwind ruik je de Hoogovens, noemt de man het bedrijf nog koesterend. Een ouder stel in het dorp noemt zich ‘vierde generatie Hoogovens’ (“Voor mijn zoon is het Corus, voor m’n kleinzoon Tata”). Geen kwaad woord erover.

De tent was zwart

Op een veldje onder de rook van de fabriek was ooit een camping. Allush loopt daar (toeval of niet?) Marissa en haar dochters tegen het lijf. Ze bracht hier haar hele jeugd de vakanties door. De tent was zwart, ja, maar daar dachten ze niets bij. Ten slotte mag Allush mee paardrijden met een horecavrouw. Ze maakt zich zorgen over het roet dat ze op haar terrastafels terugziet, maar merkt niets van tweestrijd in het dorp. Alle neuzen staan dezelfde kant op. Tussen de oogkleppen, denk ik dan.

“Is dit nog wel een oase?”, vraagt hij herhaaldelijk. Ja, met een rouwrandje, is het antwoord. Dit is geen ontroerende veerkracht maar eerder behoudzucht. “Omdat de wortels van deze mensen sterker zijn dan wat er ook in die rook zit”, concludeert Allush mooi. Maar ik denk: ‘ga liever de werkelijkheid eens aan’.

In deze oase ontbreekt het zwart-wit-schema, en ik vrees ook in de andere belangenconflicten de volgende afleveringen.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden