Riho Sakamoto (links) en Young Gyu Choi in ‘Made in Amsterdam’.

RecensieBallet

Het Nationale Ballet mag eindelijk weer: Sakamoto en Choi dansen in de geest van hun fameuze voorgangers

Riho Sakamoto (links) en Young Gyu Choi in ‘Made in Amsterdam’.Beeld Hans Gerritsen

Made in Amsterdam
Het Nationale Ballet
★★★

Sander Hiskemuller

Waren we op weg naar de Nationale Opera & Ballet niet al omvergeblazen door storm Franklin, dan gebeurde het wel tijdens het programma Made in Amsterdam bij het duet Voorbij Gegaan van Rudi van Dantzig.

Dansers Riho Sakamoto en Young Gyu Choi móchten na maanden van theatersluiting eindelijk weer en dat was te zien. In slechts het kwartiertje dat het ballet omspant, trokken ze ons in hele werelden.

Rudi van Dantzig creëerde Voorbij Gegaan in 1979 ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum van Nederlands beroemdste balletpaar Alexandra Radius en Han Ebbelaar. De mannenrol: een tikje brutaal jongensachtig, wat Ebbelaar kenmerkte. De vrouwenrol: vederlicht en toch krachtig, waar Radius beroemd om was.

Sakamoto en Choi dansen in de geest van hun fameuze voorgangers. Sakamoto lijkt van kwikzilver, Choi is een aimabel haantje door wie je je zó laat inpakken. En samen trekken ze Van Dantzigs licht geëxalteerde en daardoor iets gedateerde choreografie op Chopins etudes naar een ongekend niveau.

Door dit soort prestaties begrijp je dat Het Nationale Ballet wereldwijd tot de top wordt gerekend. Om tot die top te blijven behoren, moet je in de toekomst investeren. Daarom flankeren twee aanstormende choreografen Van Dantzig, als zogeheten Young Creative Associates.

Alles klopt bij Wubkje Kuindersma

Anatomy of Light van Wubkje Kuindersma is om door een ringetje te halen. Alles klopt in dit ballet, een verkenning van vijf dansparen die het thema ‘licht’ belichamen. In een vloeiende danstaal, organisch met balleteske ‘uithalen’ in armen en benen, vertolken ze ieder een andere kleur, terwijl het theaterlicht wordt gevangen op hun plastic hesjes.

In een muzieksample horen we jazz-zanger Chet Baker het woord ‘bliss’ bezigen, gelukzaligheid. De dansers vormen bewegingsconstellaties die het gevoel van ‘samen’ uitdrukken. Delen uit composities van Jacob ter Veldhuis accentueren de zoetgevooisde onderlaag van de choreografie. Een verfijnd ballet, onmiskenbaar, maar alles bij elkaar mist het een bite.

Meer artistieke sturing vanuit het balletgezelschap zou Do All Dogs go to Heaven van Sedrig Verwoert wellicht goed hebben gedaan. Zijn grote groepsstuk bevat zó veel ideeën dat er sprake is van overkill en ze zijn niet goed doordacht. Het is lastig tabak te maken van de vele referenties naar identiteit (voguende zonderlingen in latex of beschilderd met leem), de maakbaarheid ervan (kantelende spiegels) en het leven in een bubbel (treintje van dansers in een soort megacondoom).

Jeugdige overmoed? Toch is Verwoerts artistieke onstuimigheid ook enorm toe te juichen. Als hij zijn ballet aftrapt door de lemen zonderling onverwacht vanaf het eerste balkon te laten zingen, ontlokt dat een spontane gil uit het publiek. Een beetje deining in het balletpluche kan nooit kwaad.

Lees ook:

In ‘The Battle’ is dans voor iedereen dichtbij

Een ballet van witte paddenstoelen. Zo noemt hoogleraar Jan van Hooff de parachutedropping tijdens Operation Market Garden in het filmpje waarmee het balletprogramma ‘The Battle’ begint.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden