Poëzie

Het moet raar lopen, wil Antjie Krog niet ooit de Nobelprijs krijgen

Beeld Maartje Geels

Het moet toch raar lopen lijkt me, wil Antjie Krog niet ooit de Nobelprijs krijgen. 

De Zuid-Afrikaanse, die zo scherp, zo menselijk en zo hoopvol de thema’s van haar land belicht. Die in een van haar vroege gedichten schreef: “Kijk, ik bouw voor mij een land / waar huidkleur niet telt, / alleen verstand. / Waar zwart en wit hand in hand / vrede en liefde brengen / in mijn mooie land.”

Die wens werd opgenomen in ‘Waar ik jou word’, een kleine bloemlezing van 25 gedichten uit het werk van Krog, die afgelopen najaar verscheen. Al haar thema’s komen er zo’n beetje in voorbij. Liefde, familie, het moederschap - het intense geluk en de nu en dan onvoorstelbare ondraaglijkheid ervan.

Beeld Frank Castelein

Ontluisterende eerlijkheid

Dat laatste in een vers dat eigenlijk iedere (jonge) moeder op haar nachtkastje zou moeten hebben, omdat het in zijn ontluisterende eerlijkheid even hilarisch als troostend is: “de een schreeuwt van honger / de ander van woede / de oudste met zijn zenuwachtige groentemesstem / probeert een hele supermanvlucht boven het lawaai uit de steken”.

Ook de overgang krijgt ruimte, evenals de ouderdom - Krog werd onlangs 65 - en het oma worden.

Haar poëzie gáát niet over het leven, die ís het leven, met alles wat daarbij hoort.

Dus schrijft ze ook over ‘dingen waarover je natuurlijk nooit zou dichten’, zoals “van tampon en maandverband wisselen en piesen in / townshiptoiletten (…) in een toiletpot voor de helft gevuld / met minstens vier verschillende kleuren stront”.

Werkelijkheid van haar land

Het is taal die de werkelijkheid van haar land, van Zuid-Afrika, laat zien. Haar poëzie is met dat land verknoopt, met zijn geschiedenis, zijn heden. Dat Zuid-Afrika de apartheid vreedzaam afschudde, noemt Krog ‘een wonder’. Maar ze heeft bar weinig op met ‘de opgeblazen geluiden van onze leiders’. Haar verknochtheid is tweeslachtig: “mateloos is mijn liefde voor het land / gecompliceerd gehard en onomwonden”.

De grond heeft haar gemaakt, zoals ze schrijft, het complexe verleden evengoed als het landschap, dat in de bloemlezing ook stem krijgt. Een steen uit ‘de bergwoestijn van het Richtersveld’ komt aan het woord, schreeuwt in het Afrikaans: Ek is fokkenklipdiklelik (ik ben keihardsteenvetlelijk).

Iets veel groters

In een ander gedicht lijkt de aanblik van een antilope bij een poel iets veel groters te openbaren: “de antilope het water de vlakte / de bergen branden zich in mijn netvlies ik kan voelen / hoe iets in mij probeert open te gaan dat zoekt naar hoe / de antilope het water de bergen deel uit maken // van een geheugen van oneindige voortglippendheid”.

Dat laatste gedicht staat helaas niet in deze tweetalige bloemlezing, waarmee vooral gezegd is dat die dus uit véél meer dan 25 gedichten had kunnen bestaan.

Laat deze kleine bundel een beginnetje zijn, een opmaat naar de rest van dat indrukwekkende oeuvre.

Antjie Krog
Waar ik jou word
Vert. Robert Dorsman, Jan van de Haar en Alfred Schaffer Podium; 128 blz. € 15

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden