Het Mauritshuis pronkt dit Rembrandtjaar met zijn miskopen

Portret van Rembrandt met ringkraag. In 1999 bleek dit toch geen zelfportret, maar een kopie van een echt zelfportret. Het is zo knap geschilderd dat het toch op zaal mocht blijven in het Mauritshuis. Beeld Mauritshuis

Deze week begint het Rembrandtjaar 2019 met veel tentoonstellingen over het werk van de grote meester die 350 jaar geleden stierf. Het Mauritshuis toont ook de ‘miskopen’ van onechte Rembrandts, en de twijfelgevallen.

Die rode streep op het oor, de vreemde rode vlekjes in zijn ogen en dat frommelig geschilderde kraagje...” Elke keer als Edwin Buijsen, hoofd collecties van het Mauritshuis, naar het schilderij ‘Tronie van een oude man’ kijkt, slaat de twijfel toe. Is dit wel een echte Rembrandt?

Rembrandt-expert Ernst van de Wetering vindt van wel. De houding van de man met grijzende snor en sik is helemaal ‘des Rembrandts’. Ook de pigmenten komen uit diens atelier, net als het houten paneel, waarop het portret is geschilderd. Sterker nog, het hout is afkomstig van dezelfde boom als de panelen van twee onbetwiste Rembrandts. En toch twijfelen ze in het Mauritshuis. Buijsen: “We hechten veel waarde aan het oordeel van Van de Wetering, maar zijn nog niet voor 100 procent overtuigd. We willen ook zelf tot die conclusie komen op basis van eigen onderzoek.”

Kijk en vergelijk

En daarom hangt dit schilderij met een vraagteken achter de naam Rembrandt op de tentoonstelling ‘Rembrandt en het Mauritshuis’, waarmee het Rembrandtjaar wordt ingeluid. Omdat de schilder 350 jaar geleden stierf, pakken musea uit met speciale tentoonstellingen (zie onder). Zowel het Rijksmuseum als het Mauritshuis laten voor het eerst al hun Rembrandts zien. Het Rijksmuseum toont alleen de echte, maar het Mauritshuis etaleert ook vijf schilderijen die als een Rembrandt zijn aangekocht, maar toch niet van hem bleken te zijn; plus twee twijfelgevallen, waaronder ‘Tronie van een oude man’.

Musea pronken doorgaans niet met hun ‘miskopen’, ook al dateren ze uit een ver verleden. Het Mauritshuis laat ze nu juist wel zien om zo duidelijk te maken hoe in de loop der tijd steeds weer nieuwe inzichten zijn ontstaan en het beeld van Rembrandt voortdurend aan verandering onderhevig is.

Voor het publiek is dit ook een mooie kans om te kijken en te vergelijken, zegt junior conservator Charlotte Rulkens, die een boek schreef bij de tentoonstelling. “Ongetwijfeld komen er discussies op zaal of het verschil tussen een echte en onechte Rembrandt is te zien met het blote oog.”

‘Studie van een oude vrouw’. Met haar ‘scheve mond en uitdrukkingsloze ogen’ kon dit portret nooit van Rembrandt zijn, luidde de kritiek op deze aankoop van voormalig Mauritshuis-directeur Bredius, die er de moeder van Rembrandt in zag. Beeld Mauritshuis

In één oogopslag

Voor een leek waarschijnlijk niet, maar ook kenners kunnen er faliekant naast zitten. Vier van de vijf ‘Rembrandts’ die zijn afgeschreven, werden aangekocht door Abraham Bredius (1855-1946), voormalig directeur van het Mauritshuis en in zijn tijd de belangrijkste Rembrandtexpert. Hij ging er prat op dat hij in één oogopslag een Rembrandt herkende. Maar ‘het brilletje’ van Bredius was toch niet altijd zo goed op sterkte als hij beweerde. 

Hoewel een aantal van de mooiste Rembrandts in het Mauritshuis door Bredius is gekocht, zoals ‘Saul en David’ en ‘Homerus’, sloeg hij af en toe de plank mis. Bij sommige van zijn ‘missers’ vraag je je nu af, zegt Buijsen, hoe hij daar de hand van Rembrandt in heeft kunnen zien. Bredius was rijk en financierde vaak zelf zijn aankopen, die hij vervolgens in bruikleen gaf aan het Mauritshuis. Na zijn dood werden ze gelegateerd. “Misschien was zijn wens om de hand van Rembrandt te herkennen soms sterker dan zijn kritische oordeel.”

Een voorbeeld daarvan is ‘Studie van een oude vrouw’, in 1890 door Bredius gekocht als een portret van Rembrandts moeder. In de achttiende en negentiende eeuw werd ze in talloze schilderijen, prenten en tekeningen herkend. Wat Bredius’ opvolger bij het Mauritshuis, Wilhelm Martin, deed verzuchten dat de moeder van Rembrandt wel een oneindig geduld moet hebben gehad om ‘zoo dikwijls in allerlei houdingen te hebben kunnen poseren’.

Al snel ontstond er discussie over de matige kwaliteit van dit portret, haar ‘scheve mond en uitdrukkingsloze ogen’. Ondanks de kritiek hing Bredius het in het museum als een authentieke Rembrandt en zo werd het in 1935 ook vermeld in zijn oeuvrecatalogus. Vanaf de jaren vijftig was eigenlijk wel duidelijk, zegt Buijsen, dat Bredius zich in dit geval had vergist. Het portret is van een onbekende kunstenaar die mogelijk een verdwenen schilderij van Rembrandt heeft gekopieerd. “Het is tegenwoordig moeilijk te geloven dat Bredius hier een Rembrandt in zag. Waarschijnlijk kwam dat ook omdat hij heel graag in een portret de vader, moeder of broer van Rembrandt wilde herkennen, terwijl Rembrandt ook heel veel tronies schilderde, studies van bepaalde karaktertrekken, waarbij het niet gaat om wie er is voorgesteld.”

Tronie van een oude man. Het Mauritshuis is nog niet voor 100 procent overtuigd. Beeld Mauritshuis

Vier jaar later kocht Bredius het schilderij ‘Rustende reizigers’, dat gesigneerd was met ‘Rembrandt.f.’ Die signatuur bleek vals en tegenwoordig wordt dit als werk van een navolger van Rembrandt beschouwd. ‘Minerva’, door Bredius in 1899 in Londen gekocht als mogelijke Rembrandt, was altijd al een twijfelgeval voor de kenners. Waarschijnlijk is het geschilderd door een leerling.

Hoe dan ook lelijk

Een pijnlijke miskoop was ‘Biddende vrouw’, in 1898 als een Rembrandt getoond op de tentoonstelling ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina.

Buijsen: “Een heel lelijk schilderij. Het hangt al dertig jaar in het depot. Voor deze tentoonstelling hebben we het weer voor de dag gehaald, maar na afloop gaat het meteen weer van zaal.”

Rulkens: “Bredius hield van de grove schildertrant die kenmerkend was voor de late Rembrandt. Die herkende hij in dit schilderij, maar zelfs een journalist schreef destijds over dit paneeltje dat het ‘zonder de stellige wetenschap dat Rembrandts adem er over heen gegaan is, misschien weinigen in groote geestdrift (zou) brengen.’ Bredius begon later ook te twijfelen en schreef het toe aan Carel Fabritius. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat het is gemaakt door iemand in de omgeving van Rembrandt, maar niet per se in zijn atelier. 

Maar als over een paar jaar blijkt dat ‘Biddende vrouw’ toch geschilderd is door Rembrandt, in een slechte bui misschien? Buijsen is onverbiddelijk. “Zelfs als het echt is, laat ik het niet op zaal hangen. Misschien even, als nieuwe ontdekking, maar daarna terug in het depot. Het is gewoon een heel matig schilderij. Ik ga het niet anders waarderen als er het labeltje Rembrandt aan wordt gehangen.”

Toch niet

Ook omgekeerd geldt dat, benadrukt Buijsen. Als hij door de museumzalen loopt, gaat hij altijd even kijken naar het portret van de jonge Rembrandt met ringkraag. Hij vindt het een prachtig schilderij. Eeuwenlang werd gedacht dat dit een zelfportret was van Rembrandt.

Prins Willem V (1748-1806) kocht het voor zijn kunstgalerij in Den Haag, de voorloper van het Mauritshuis. In 1999 bleek het toch geen Rembrandt te zijn. Het is een kopie van een wel echt zelfportret dat zich bevindt in het Germanisches Nationalmuseum in Neurenberg. 

‘Biddende vrouw’. Rembrandts adem is waarschijnlijk nooit over dit matig geschilderde paneeltje gegaan. Beeld Mauritshuis

Toch mocht de jonge Rembrandt daarna gewoon op zaal blijven. Op het tekstbordje staat dat het een kopie is, gemaakt in het atelier van Rembrandt. Voor Buijsen doet dat niets af aan zijn waardering voor dit schilderij. “Ik heb nooit gedacht: het is niet bijzonder meer, want het is geen Rembrandt. Natuurlijk kijk je er anders naar, maar het blijft net zo’n mooi schilderij, alleen is het geschilderd door iemand uit de omgeving van Rembrandt die ook heel goed was.

“Dat maakt me nieuwsgierig naar die persoon. Ik vind het fascinerend dat anderen dit ook konden en niet alleen Rembrandt. De naam maakt niet de kwaliteit.”

Overal Rembrandt

Woensdag is de aftrap voor het Rembrandtjaar - in 2019 is het 350ste sterfjaar van de schilder. Een overzicht van de belangrijkste tentoonstellingen:

- Fries Museum, Leeuwarden: Rembrandt en Saskia, Liefde in de Gouden Eeuw, tot 17 maart.

- Mauritshuis, Den Haag: Rembrandt en het Mauritshuis, 31 januari t/m 15 september.

- Rembrandthuis, Amsterdam: Rembrandt's social network, 1 februari t/m 19 mei; Inspired by Rembrandt, 7 juni tot 1 september; Laboratorium Rembrandt 21 september tot 16 februari 2020.

- Rijksmuseum, Amsterdam: Alle Rembrandts, 15 februari t/m 10 juni; Rembrandt-Velasquez 11 oktober t/m 19 januari 2020.

- De Lakenhal, Leiden: De jonge Rembrandt, 3 november t/m 9 februari 2020.

Lees ook: 

‘Project Rembrandt’ is een fraai eerbetoon, maar saaie tv

Een Westerkerk vol schilders­ezels, hoe zou de oude meester Rembrandt dat hebben gevonden? In de Amsterdamse kerk waar hij begraven ligt, begon zondag ‘Project Rembrandt’, een van de vele projecten ter ere van zijn 350ste sterfjaar in 2019.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden