ExpositieHet Mauritshuis

Het Mauritshuis bestaat 200 jaar en zet de bloemetjes van vrouwelijke schilders buiten

Een stilleven van Maria van Oosterwijck, ca.1670-1675.  Beeld Margareta Svensson
Een stilleven van Maria van Oosterwijck, ca.1670-1675.Beeld Margareta Svensson

Vrouwelijke schilders waren in de zeventiende eeuw een zeldzaamheid. Maar ze bestonden wel degelijk, toont het Mauritshuis. En ze excelleerden in één genre: bloemstillevens.

Sander Becker

Het Mauritshuis bestaat 200 jaar. Donderdag trapt het zijn jubileumjaar af met een explosie van kleuren in de tentoonstelling In volle bloei. Te zien is een bont boeket van exotische en exuberante bloemstillevens uit de zeventiende eeuw. Het bijzondere: een derde van de schilderijen en tekeningen is gemaakt door vrouwen.

“We hebben zoveel mogelijk vrouwelijke kunstenaars gekozen omdat zij in het bloemengenre relatief actief waren”, verklaart conservator Ariane van Suchtelen. “Destijds vond men vrouwen niet geschikt voor het schilderen van historische of Bijbelse taferelen, want daar zouden ze niet de kennis en geestelijke vermogens voor hebben. Bloemen en planten konden wel. Dichtbij huis, in de tuin, niet al te ingewikkeld.”

Geen vakopleiding voor vrouwen

Vrouwen kregen in die tijd geen vakopleiding. Een eigen beroepspraktijk was ook niet de bedoeling. Zo bezien is het een wonder dat er überhaupt enkele vrouwen in slaagden om van het schilderen hun werk te maken. De bekendste is Rachel Ruysch. Als dochter van een professor in de botanie had zij toegang tot de Amsterdamse Hortus. Ze specialiseerde zich in overdadige bloemstillevens, bouwde een internationale carrière op en overvleugelde al snel haar minder getalenteerde echtgenoot, portretschilder Juriaen Pool.

“Het grappige was: áls een vrouw eenmaal succes kreeg, dan had zij als curiositeit een grote meerwaarde”, zegt Van Suchtelen. “Voor schilderijen van vrouwen werd vaak een heel hoge prijs betaald. Het werk van Maria van Oosterwijck hing zelfs aan de muur bij Lodewijk XIV en koning-stadhouder Willem III.”

Maar lang niet alle vrouwen kregen de eer die hen toekwam. Zo werden de schilderijen van Michaelina Wautier vaak toegeschreven aan mannen, onder wie haar broer. Pas de laatste jaren wordt haar werk herontdekt.

Veel vraag naar botanische tekenaars

Bloemen waren in de zeventiende eeuw hip. Vanuit tropische gebieden kwam allerlei exotische soorten voor het eerst naar Nederland, waar ze vervolgens werden gekweekt, onderzocht en getekend. Er was daardoor veel vraag naar botanische tekenaars. Kunstenares en onderzoekster Maria Sybilla Merian greep haar kans; ze tekende bloemen, maar ook kleurrijke vlinders en insecten.

Beroemd is ook Agnes Block. Zij schilderde zelf niet, maar was de eerste in Europa die een ananas wist te kweken. “Zo’n tropische vrucht kwam verrot uit Amerika aan”, zegt Van Suchtelen. “Je had een verwarmde kas nodig om hem te kweken, toen iets nieuws.” Block won de internationale wedloop. En ze nodigde uiteraard een schilder uit om haar mét vrucht vast te leggen.

Aandacht voor vrouwen in de cultuurgeschiedenis is een trend. Ook in het Rijksmuseum hangen sinds kort vrouwen in de eregalerij. Maar er is nog een lange weg te gaan, aldus Van Suchtelen. “Van de 850 schilderijen die het Mauritshuis bezit, zijn er maar vier gemaakt door vrouwen.”

‘In volle bloei’ is te zien van 10 februari t/m 6 juni in het Mauritshuis.

Lees ook:

Literaire heldinnen uit de 17de en 18de eeuw keren terug op de planken in ‘Vondel was een Vrouw’

Vrouwelijke toneelschrijvers vierden in de 17de en 18de eeuw triomfen, maar zijn nu vergeten. In ‘Vondel was een Vrouw’ keerden de heldinnen terug op de planken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden