Poëzie Janita Monna

Het leven in voetbaltaal beschreven

Even moest ik denken aan Jaap Stam toen ik las: “Voor het begin van de wedstrijd zegt de trainer: als jullie nog een keer / verliezen / moeten jullie niet denken / dat jullie mij nog een keer zien”. De inmiddels ex-trainer van Feyenoord was in ieder geval snel weg na de nederlaag tegen Ajax, een week of twee geleden.

Over Stam gingen die regels van Nachoem Wijnberg niet. Wel over voetbal, of ook niet echt óver voetbal. In zijn nieuwe bundel, ‘Afscheidswedstrijd’, gebruikt Wijnberg vooral de taal van het spel. Trainer, speler, winnen, verliezen, wedstrijd, buitenspel, opstelling, doel, verdediging, kans, woorden die zowel in als buiten een voetbalstadion een woud aan betekenissen oproepen.

Wijnberg hoort, om in sporttermen te blijven, tot de eredivisie van de Nederlandse poëzie – hij ontving de P.C. Hooftprijs, de VSB Poëzieprijs – en zijn vaak lijvige bundels zijn te lezen als poëtische onderzoeken, bijvoorbeeld naar de grap of de herinnering. En nu naar voetbal.

Verwacht geen lofdichten op Johan Cruijff, of treurzangen over de teloorgang van deze of gene club, Wijnberg stelt de woorden steeds opnieuw op, als waren het spelers op een veld. Gedichten hebben vaak dezelfde titels, al is er ook iets vreemds aan de hand in deze ‘voetbalpoëzie’.

De spelers zijn geen helden, het is zelfs de vraag of ze kunnen voetballen: “Je zei dat je niet blind was en ze / vroegen / waarom je de bal dan nog zo vaak miste”. Wedstrijden ­worden verloren, er wordt gespeeld op een veld met gaten zo groot dat je erin kunt vissen als het geregend heeft, en hoeveel man er op het veld staan, is ook niet altijd duidelijk.

Kortom, de strikte regels van het voetbalspel gelden hier niet. Er heerst een soort chaos waarop moeilijk grip te krijgen is. Spelers zijn zoekend en vol vragen. Ze tasten in het duister: “Als je wil kan je de lichten rond het veld zelf aandoen, / of je kan in het donker spelen, / om je ogen te laten wennen aan je voeten”.

Maar één ding is wel duidelijk, steeds opnieuw zijn er afscheidswedstrijden. Is zo’n wedstrijd in ‘de voetballerij’ er een met bloemen, toespraken en feest, in Wijnbergs poëzie is het moment met onzekerheid omgeven. Zoals het leven dat is. “Wat je bang maakt aan een / afscheid // is dat je niet meer terug kan / als je aan de andere kant toch niet wil blijven?” De afscheidswedstrijd als voorbereiding op het grote, definitieve afscheid.

Want ook dat komt voor een voetballer. Denk aan Emiliano Sala van FC Nantes die vermist raakte. Wijnberg dicht: “Zoals de verkochte speler die in de lucht / verdween, // boven het water, / op weg naar zijn nieuwe club, pas weken later diep in het water gevonden / werd.”

Afscheidswedstrijd, Nachoem Wijnberg, Pluim, 110 blz., € 24,99.

Janita Monna

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden