Vluchtelingenkamp Moria 2.0

Het leven door de lens van een vluchteling, zo ziet dat eruit

null Beeld Fotografen Now You See Me Moria
Beeld Fotografen Now You See Me Moria

Op Instagram laten Amir, Qutaeba en Ali zien hoe uitzichtloos hun leven is in vluchtelingenkamp Moria 2.0 op Lesbos. Hun foto’s bereiken nu ook de musea.

“Probeer je eens voor te stellen dat je in mijn schoenen staat”, schrijft Amir. Hij appt vanuit het vluchtelingenkamp dat wel Moria 2.0 wordt genoemd, de vervanger van het beruchte kamp op het Griekse eiland Lesbos dat vorig jaar afbrandde. Amir wil niet met zijn achternaam in de krant, want hij doet iets wat de autoriteiten niet op prijs stellen: foto’s maken van het dagelijks leven in het kamp en die delen met de buitenwereld. Als de politie het ziet, krijgt hij problemen, zegt hij. Dus doet hij het voorzichtig, met zijn smartphone. Met precies dit doel: zodat wij even in zijn schoenen kunnen staan en zien hoe het leven in het kamp eruitziet.

De foto’s zijn te zien op het Instagram-account Now You See Me Moria. Een aantal ervan wordt de komende maanden geëxposeerd in drie musea: het Nederlands Fotomuseum, Foam en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het zijn beelden van een monotone troosteloosheid: wapperende tentzeilen, kinderen die spelen in de stoffige en soms modderige straten tussen de tenten. Hoge hekken, rondslingerend afval en zonsondergangen met bijschriften als: ‘Weer een dag voorbij’, of ‘De zon gaat onder zonder hoop’.

Groter publiek

“Dat is het ergste aan het kamp”, appt Amir (21), die uit Afghanistan komt. “Ik wacht al twee jaar en er verandert niets. Ik word langzaam gek.” Het fotograferen geeft hem een doel.

Het Instagram-account met 32.000 volgers wordt beheerd door Noemí, een Spaanse fotoredacteur die in Nederland woont. Vrijwel dagelijks plaatst zij nieuwe foto’s en af en toe een filmpje. Ook zij wil niet met haar achternaam in de krant. Uit solidariteit: “Het moet niet over mij gaan. Amir kan zijn achternaam niet gebruiken uit veiligheidsoverwegingen. Het zou zijn procedure kunnen schaden. Het voelt niet eerlijk als ik de enige ben met een achternaam, dan lijkt het opeens mijn project. Maar we werken samen.”

null Beeld Fotografen Now You See Me Moria
Beeld Fotografen Now You See Me Moria

Noemí (41) kwam Amir vorig jaar op het spoor toen een bevriende journalist Moria bezocht en Amir leerde kennen, zijn foto’s zag en deelde op Facebook. Noemí wilde ze aan een groter publiek laten zien en zocht contact met Amir. “Nee, we hebben elkaar nog niet ontmoet”, zegt ze. “Hij kan natuurlijk niet reizen en ik heb een klein kindje, dus dat is ook lastig. Bovendien was er corona.”

De foto’s zijn niet perfect belicht of gekaderd, mensen staan er soms maar half op, de horizon is regelmatig scheef. Maar ze zijn belangrijk, vindt Noemí. “Dit zijn de foto’s die je niet in de media ziet. Journalisten mogen maar sporadisch het kamp in.” Dat ze nu in het museum hangen, stemt haar tevreden. Behalve in Nederland zijn er ook exposities in München, Wenen en Barcelona. Ook Amir is er blij mee: “Het is fantastisch dat de foto’s in het museum hangen. Nu kunnen meer mensen zien en begrijpen onder welke omstandigheden wij leven.”

Archieffunctie

‘Now You See Me Moria’ bestond net een maand toen de grote brand uitbrak in Moria en iedereen het kamp ontvluchtte. “De mensen leefden tien dagen op straat. Ze wilden niet terug naar het nieuwe kamp, naar dezelfde uitzichtloze situatie”, zegt Noemí. “Maar de Griekse regering gaf ze een brief met het dreigement: als je niet in het kamp gaat, behandelen we je zaak niet. Dus keerden ze toch maar terug.” Beelden van die dramatische dagen zijn ook op Instagram te zien.

null Beeld  Now You See Me Moria
Beeld Now You See Me Moria

In de maanden die volgden zijn er meer mensen voor ‘Now You See Me Moria’ gaan fotograferen. “Ik probeer een archief van de situatie te maken, met zoveel mogelijk stemmen”, zegt Noemí. “Qutaeba uit Syrië is vader van twee dochters, zijn vrouw is zwanger. Hij geeft een ander perspectief – hoe het is voor een vader in het kamp? Mahdi is een meisje van 16. Ze komt uit Afghanistan, net als Ali en Mustafa. Mustafa is inmiddels vertrokken. Hij is in Bosnië, in de buurt van de Italiaanse grens. Nadat hij drie keer was afgewezen, besloot hij te vertrekken, hij wilde niet langer wachten en zijn leven verpesten.”

Confronterend

Natuurlijk maakt Noemí zich zorgen, maar voor haar is het allemaal niet nieuw. “De vader van mijn zoon is een Afghaanse vluchteling,” vertelt ze. “Het raakt mij allemaal dus heel persoonlijk. We hebben veel Afghaanse vrienden die hier legaal zijn, of mensen die al vijf jaar wachten in de opvang. We zijn zelf ook slachtoffer geweest van deze stomme migratiepolitiek.”

Noemí en Amir zijn vooral boos over de situatie van kinderen in het kamp. Ze groeien op in krappe, tochtige tenten en krijgen geen structureel onderwijs. ‘Weer een dag niet naar school’, luidt regelmatig het bijschrift bij een foto van spelende kinderen. “Een van de mensenrechten is dat alle kinderen onderwijs kunnen krijgen. In het kamp wordt hooguit iets door een hulporganisatie georganiseerd”, zegt Noemí.

Op de foto’s zijn de kinderen nooit herkenbaar in beeld, daar let Noemí scherp op. “Ik hou er niet van hoe foto’s van kinderen vaak gebruikt worden om donaties los te krijgen. Deze kinderen zijn extreem kwetsbaar, als ze ouder zijn willen ze zichzelf niet altijd zo terug zien op internet. Ze hebben het recht op anonimiteit. Dus ik heb tegen Amir en de anderen gezegd: fotografeer ze van achter of opzij, zodat ze niet herkend kunnen worden.”

Noemí snapt niet dat mensen het accepteren dat in Europa vluchtelingen zo lang onder zulke erbarmelijke omstandigheden moeten leven. “Daarom wil ik iets creëren wat confronterend is. Zodat mensen later niet kunnen zeggen: ik had geen idee dat dit aan de hand was.” Om naast het Instagram-account nog meer mensen te bereiken, organiseerde ze begin dit jaar een postercampagne. “We deden een oproep aan ontwerpers om de foto’s van Amir en de anderen te verwerken in een affiche. We hadden niet verwacht dat er 449 ontwerpers zouden reageren.”

Een zwaar boek

Volgers van ‘Now You See Me Moria’ konden de posters op Valentijnsdag voor hun raam hangen. “Als een liefde voor de mensheid-actie.” Uit dat initiatief kwam ook een boek voort, ontwerpers Raoul Gottschling, Bas Vroege en Christian Knöpfel boden hun hulp aan. Het verschijnt later deze maand. “Letterlijk een zwaar boek”, zegt Noemí. “Het weegt 3,5 kilo. We willen het aanbieden aan politici en verspreiden in bibliotheken. Ik wil deze situatie documenteren, het is geschiedschrijving.” Ze hoopt mensen te overtuigen dat de behandeling van vluchtelingen in Europa humaner moet worden.

Amir kan daar alleen maar op hopen. “Ik ben op dit moment echt uitgeput”, appt hij. “Ik heb anderhalf jaar gewacht op mijn eerste asielaanvraag. Die werd afgewezen. Nu wacht ik op mijn tweede kans – ik heb geen idee hoe lang dat gaat duren.” Als hij wordt toegelaten, wil hij naar Duitsland. “De Duitsers hebben gezegd dat iedereen welkom is, dat ze mensen een kans willen geven. Als ik daarheen kan wil ik piloot worden. Of fotograaf.”

De gegevens van Amir en Noemí zijn bekend bij de hoofdredactie.

Het Instagram-account is:@now_you_see_me_moria

Website: nowyouseememoria.eu

De tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum opent op 9 juni, daarna volgen Foam in Amsterdam (juli) en het Stedelijk Museum in Amsterdam (september). Ook op het Fotofestival in Naarden zullen foto’s en posters te zien zijn (juli).

‘Dit kun je als buitenstaander bijna niet fotograferen’

“Deze foto’s passen heel goed in de traditie van het Nederlands Fotomuseum”, zegt programmeur Aya Musa. “Wij tonen veel fotografie waarin minderbedeelden en vluchtelingen vaak een belangrijke rol innemen.” Musa nam het initiatief om de foto’s van ‘Now You See Me Moria’ in het museum te exposeren. Hij is blij dat de twee andere musea aanhaakten bij het initiatief – dat is nooit eerder gebeurd. “De musea doen het allemaal op hun eigen manier. Iedereen voelt de urgentie”, zegt hij.

Dat de foto’s komen te hangen naast het werk van grote namen als Ata Kandó, Peter Martens, Ad van Denderen is volkomen terecht, vindt hij. ”Het is heel bijzonder wat de fotografen in Moria maken. Juist omdat het is gespeend van alle lessen in fotografische esthetiek. Ze laten het leven van binnenuit zien. Ze leggen alles met een genadeloze intimiteit vast en dat komt hard aan. Dit kun je bijna niet fotograferen als buitenstaander.”

Lees ook:

Het nieuwe Moria is niet goed, maar beter dan het was

Nadat het vluchtelingenkamp Moria vorige maand volledig afbrandde, werd een nieuw kamp op Lesbos uit de grond gestampt. ‘Dit is een noodkamp’.

Hoe Moria een mensonwaardige en uitzichtloze hel werd

Liever de gevangenis dan de hel van kamp Moria. Het vluchtelingenkamp op het Griekse eiland Lesbos was al nooit een fijne plek maar veranderde de afgelopen jaren in een mensonwaardige en uitzichtloze hel. Correspondent Thijs Kettenis, die het kamp meermaals bezocht, legt uit hoe het zo ver kwam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden