Review

Het lelijke jonge eendje

Alles deed hij om beroemd te worden: om bij de zwanen tehoren. Hij verzweeg zijn nederige komaf, liet zijn arme moederbarsten, en likte zich in bij iedereen die hooggeplaatst was. Maar tweehonderd jaar na zijn geboorte, in het Andersen-jaar,wordt er nog steeds iets verdonkeremaand, schrijft Carl Friedman:de nieuwste biograaf bestrijdt dat Andersen homoseksueel was.

'Mijn naam begint langzamerhand te schitteren, en dat is hetenige waarvoor ik leef'', aldus Hans Christian Andersen in 1837.Hij had destijds bij het Deense publiek bekendheid verworven alsschrijver van gedichten, romans en sprookjes. Maar hij vondDenemarken te klein voor een zo groot genie als het zijne. Hijstreefde naar internationale roem. Zijn bestaan stond in hetteken van die ambitie. Inmiddels zijn de sprookjes van Andersenwereldwijd geliefd. Hele volksstammen groeiden op met de kleinezeemeermin en het meisje met de zwavelstokken. De nieuwe klerenvan de keizer zijn spreekwoordelijk geworden.

Ter gelegenheid van het tweehonderdste geboortejaar van deDeense held is er een nieuwe biografie van hem verschenen, 'HansChristian Andersen: a new life', geschreven door zijn naamgenootJens Andersen. Volgens deze biograaf heeft de sprookjesvertelleralles in het werk gesteld om zijn persoonlijke geschiedenis teverfraaien.

Dit zijn de feiten. Hans Andersen werd in 1805 in het stadjeOdense geboren als de zoon van een wasvrouw. Zij was getrouwd meteen schoenmaker die kwam te sterven toen Hans elf jaar was. Maarhet is twijfelachtig of deze man de vader is geweest van dejongen. In het Denemarken van die dagen bedroeg het aantalbuitenechtelijke kinderen twintig tot dertig procent. Het landwemelde van alleenstaande moeders die hun toevlucht zochten inde prostitutie. Zowel een grootmoeder als een tante van Hansdreven een bordeel. Zijn grootvader was een krankzinnige dieregelmatig met bloemen en takken in het haar over straat zwierf,achtervolgd door joelende kinderen.

Deze antecedenten werden door Andersen angstvallig verzwegen.In zijn vele autobiografieën (,,Hans Andersen schreef méérzelfportretten dan Rembrandt ooit schilderde'', aldus een Deensecriticus) heeft hij nergens melding gemaakt van zijn mogelijkebuitenechtelijke geboorte of van zijn geestelijk gestoordegrootvader. Ook de losbandige grootmoeder en tante blijven buitenbeeld. Die kwamen hem niet gelegen op zijn jacht naaronsterfelijkheid.

Op zijn veertiende trok Hans naar Kopenhagen, vastbesloten eenster te worden in het theater. Bij aankomst in de stad dronghij zich op aan iedereen die hem daarbij van dienst zou kunnenzijn. Bij zangleraren, balletmeesters en toneelspelers liep hijtot vervelens toe de deur plat. Hij overrompelde hen bij demiddagthee met aria's en dansjes. Stuurden ze hem weg? Geen nood.Na het avondeten keerde hij hardnekkig terug om voor hen tedeclameren. Zo wist hij zich in te likken bij de welvarendeburgerij van Kopenhagen. Als een hondje vertoonde hij zijnkunstjes in hun salons. Toen hij merkte dat dichters daar in hoogaanzien stonden, begon hij sentimentele verzen te schrijven.Hiermee trok hij de aandacht van Jonas Collin, bankier enfilantroop, die zich als een vader over hem ontfermde en hemterugstuurde naar school, waar hij foutloos leerde spellen. In1829 verscheen zijn eerste boek, een reisverslag, waarmee hijdadelijk succes had. Hij publiceerde later meerdere reisverhalenen romans.

Zijn bekendste en meest geprezen roman, 'De improvisator', isdit jaar in een Nederlandse vertaling verschenen. Het is eendraak van een liefdesverhaal, waarin de heldin komt te sterven.In de romans van Andersen vormt de heldin steeds een ernstigebedreiging voor de vrijheid van de manlijke hoofdpersoon endiens vriendschap met andere mannen. Daarom wordt zij halverwegehet verhaal of nog eerder door de schrijver uit de weg geruimd,overigens zonder dat ze werkelijk tot leven is gebracht. Datlaatste geldt voor al zijn romanfiguren, ook die in 'Deimprovisator': het willen maar geen mensen worden van vlees enbloed. Andersen bezat meer talent voor beschrijvingen vanlandschappen, dorpen en steden. Daarmee heeft hij het boek, datzich afspeelt in Italië, dan ook volgestouwd.

Zijn grootste triomfen vierde hij met zijn sprookjes. In 1835,nadat hij 'De improvisator' had voltooid, voorspelde hij aan eenvriendin: ,,Ik ga beginnen aan een reeks sprookjes voor kinderen.Daarmee zal ik toekomstige generaties veroveren.'' Aanvankelijkwilde hij Deense volksverhalen verzamelen, zoals de gebroedersGrimm Duitse volksverhalen hadden verzameld en te boek gesteld.Maar Andersen beperkte zich niet tot het navertellen vanbestaande verhalen, hij vertelde ze in een geheel eigen stijl.Bovendien verving hij heidense motieven door christelijke, waarinliefde en onbaatzuchtigheid zelfs het machtigste kwaadoverwinnen.

In 1838 voelde hij zich in het genre zozeer thuis dat hijzelf sprookjes ging bedenken. Daarmee werd hij de pionier van hetliteraire sprookje. Overigens is de vrouwelijk figuren in zijnsprookjes vaak een even treurig lot beschoren als die in zijnromans: ze verkeren voortdurend in gevaar en menigeen sneuvelt.De kleine zeemeermin, die helse pijnen doorstaat voor haar prins, verandert in zeeschuim. De lichtzinnige Karen, die liever ophaar rode schoentjes danst dan ter kerke te gaan, sterft nadathaar beide voeten door de beul zijn afgehouwen. En van het meisjemet de zwavelstokken heet het: ,,Zij was dood: doodgevroren inde ijzige winternacht: de laatste nacht van het jaar, opoudejaarsavond. Nieuwjaar kwam over haar lijkje, zoals het daarzat met de zwavelstokken.''

In een van zijn sprookjes wordt een lelijk eendenkuikenverstoten en veracht, om zich later te ontpoppen tot eensuperieure zwaan. Met dat eendje vergeleek Andersen zichveelvuldig. Ook hij was immers in zijn jeugd miskend? En zie,inmiddels verkeerde hij met de groten der aarde! Hij was eenwelkome gast bij de Europese adel. Bovendien had hij vriendschapgesloten met beroemde schrijvers tot ver buiten Denemarken, alwaren zulke banden niet altijd blijvend. Charles Dickens werdAndersen beu, toen die in 1856 veel langer kwam logeren dan hijuitgenodigd was. Na zijn vertrek hing Dickens een briefje op delogeerkamerdeur met de woorden: ,,Hans Andersen heeft hier vijfweken geslapen: het leken eeuwen!'' Naar het schijnt heeftDickens de glibberige Uriah Heap in zijn roman 'DavidCopperfield' ontleend aan de persoon van Andersen.

Door menige tijdgenoot werd Andersen gekarakteriseerd alskruiperig. ,,Zijn uiterlijke verschijning verraadt een onderdaniggebrek aan zelfvertrouwen, waarmee hij in de smaak valt bijhertogen en prinsen'', aldus Heinrich Heine. ,,Hij beantwoordtprecies aan de voorstelling die een prins zich graag van eendichter maakt.''

Zou Andersen even hartelijk in paleizen en villa''s zijnontvangen wanneer hij had bekend dat hij hoeren, bedelaars engekken in zijn familie had? IJdel als hij was, durfde hij datrisico niet te nemen. In 1823 schreef hij in een gedicht voorzijn moeder: ,,Ik heb al mijn geluk te danken aan jou.''Intussen, terwijl hij dineerde met vorsten, liet hij haarverkommeren in het armenhuis. Daar stierf ze in 1833, nadat zezich een delirium had gedronken. In de laatste jaren van haarleven stuurde ze haar geleerde zoon tientallen bedelbrieven,meestal tevergeefs.

Maar nieuw is dat allemaal niet. Het was al grotendeels bekenduit twee eerdere biografieën, respectievelijk geschreven doorAllison Prince en Jackie Wullschlager. Beide boeken veroorzaakteneen schandaal, omdat erin wordt beweerd dat Andersen in zijnvolwassen leven meerdere homoseksuele verhoudingen heeft gehad.In het in 2000 verschenen boek van Wullschlager, 'Hans ChristianAndersen. The Life of a Storyteller', wordt uitvoerig geciteerduit de hartstochtelijke liefdescorrespondentie van Andersen metmannen. ,,Ik verlang naar je, ja, op dit moment verlang ik naarje als was je een meisje uit Calabrië, met zwarte ogen en eenopzwepende blik.'' Of: ,,Binnenkort zien we elkaar terug. Ikvraag me af of je mij in even grote verrukking zult brengen alstevoren.'' Of: ,,Je hebt er geen idee van hoe ik naar je hunker.Ja, je bent me eeuwig lief. Je vrouw, op haar manier, kan nietméér van je houden dan ik.''

Leden van de Andersen-lobby protesteerden heftig. Die zijn vanmening dat Wullschlager de reputatie van hun icoon door het slijkheeft gehaald. Andersen, de grote kindervriend en schepper vanzo menig vertederend sprookje, homoseksueel? Die gedachte vindenze kennelijk huiveringwekkend. Ze kunnen nu opgelucht ademhalen,want in 'Hans Christian Andersen: a new life' wordt met klemafgestreden dat de schrijver ooit de gelijkgeslachtelijke liefdezou hebben bedreven. Welnee, hij was een androgynepersoonlijkheid, die zowel voor mannen als vrouwen striktplatonische gevoelens koesterde en die tot aan zijn dood kuis isgebleven als een maagd. In de 19de eeuw waren sentimentelemannenvriendschappen heel gebruikelijk. Homoseksualiteit? ,,Datwoord bestond tijdens het leven van Andersen in de Deense taaleenvoudig niet'', heet het. De nieuwe biografie wordt enthousiastaanbevolen door de Andersen-lobby, omdat daarin eindelijk devolledige waarheid over Hans Andersen zou worden onthuld. Maarhet boek onthult vooral, dat tweehonderd jaar na de geboorte vande Deense schrijver, homoseksualiteit door sommigen nog altijdwordt beschouwd als pervers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden