Review

Het laatste verzet van Hollywood

De jaren zeventig, 'Hollywoods laatste gouden tijdperk', werden gedomineerd door filmmakers als Martin Scorsese, Francis Coppola en Bob Rafelson. Zij haalden de oude studiohiërarchieën onderuit en rekenden af met de adoratie van filmsterren. Films hadden in hun optiek immers maar een ster: de regisseur zelf. De Amerikaanse filmjournalist Peter Biskind beschrijft in zijn boek 'Easy riders, raging bulls' hoe een rebelse generatie cineasten, een handje geholpen door veel seks en veel drugs, moderne klassiekers als 'Taxi driver', 'The Godfather' en 'Five easy pieces' voortbracht. Een gesprek over het laatste verzet van Hollywood.

Hollywood appelleerde halverwege de jaren zestig allesbehalve aan wat de meeste Amerikanen bezighield: de Vietnam-oorlog, de zwarte-burgerrechtenbeweging en jongeren die in opstand kwamen tegen de gevestigde orde. De afwezigheid van deze thema's in de film creëerde volgens Peter Biskind de voedingsbodem voor de 'revolte' van een groep regisseurs. “Een hele generatie jonge mensen demonstreerde op straat en verbrandde openlijk oproepen voor dienstplicht, terwijl de Hollywoodstudio's komedies maakten met Rock Hudson en Doris Day”, zegt Biskind in een café in het New Yorkse SoHo, waar hij woont en werkt. “Jongeren herkenden zichzelf niet in films, want er kwamen nooit mensen in voor met lang haar die dope gebruikten. Tot 'Easy rider'.”

Hoewel 'Easy rider' in 1969 het werkelijke startschot betekende voor Hollywoods renaissance, dicht Biskind 'Bonnie & Clyde' (1967) een prominente plek toe als voorbode van de beweging. “'Bonnie & Clyde' was een significante film omdat de bestaande, conventionele machtsstructuren erin op hun kop worden gezet. De film romantiseert bankovervallers en moordenaars, terwijl de bad guys de sheriffs zijn. Dat was een van de eerste keren dat dat gebeurde. De film veroorzaakte niet voor niets een schandaal.”

In 1992 begon Biskind, die als filmjournalist en voormalig hoofdredacteur van het vooraanstaande filmtijdschrift Premiere al eerder vele interviews met betrokkenen had gedaan, doelgericht materiaal voor zijn boek te verzamelen. Hij voerde vele tientallen gesprekken met Peter Bogdanovich, Steven Spielberg, William Friedkin, George Lucas en andere prominente regisseurs, hij sprak hun verbitterde (ex)echtgenotes en acteurs als Ellen Burstyn en Peter Fonda, filmcritica Pauline Kael en scenarioschrijfster Melissa Mathison. Zo stuitte hij op nu eens hilarische dan weer dieptragische verhalen over hoogmoedige jonge helden die de wereld aan hun voeten zagen, maar in veel gevallen uiteindelijk ten onder gingen aan hun eigen succes.

Biskind maakte tevens gebruik van 'vertrouwelijke' bronnen, niet verwonderlijk gezien de hoeveelheid modder die over en weer wordt gegooid en de vetes die nog steeds tussen diverse betrokkenen spelen. Daarmee scheert zijn imposante studie langs ranzige roddel en achterklap (regisseur Robert Altman over de vroeggestorven producent Don Simpson: 'Simpson was een slecht mens, een klootzak ... het is voor onze industrie alleen maar goed dat hij dood is. Het enige wat ik jammer vind is dat hij niet langer heeft geleefd en meer heeft geleden'), maar Biskind gebruikt de anekdotes vooral om een gedegen tijdsbeeld te creeren. Hij schetst hoe de regisseurs uit die periode zichzelf vóór alles als kunstenaars beschouwden en hoe zij voor hun inspiratie sterk leunden op Europese filmauteurs als Federico Fellini, Jean-Luc Godard en Michelangelo Antonioni. Dat resulteerde in technische experimenten (Altman was gefascineerd door de mogelijkheden van geluid, Scorsese introduceerde een beweeglijke camerastijl), rauwe verhalen over anti-helden en de introductie van onbekende acteurs als Robert De Niro, Faye Dunaway, Harvey Keitel en Jack Nicholson. En natuurlijk 'Nashville', 'Shampoo', 'Apocalypse now', 'Badlands', 'Raging bull', 'Jaws' en andere films die wat originaliteit betreft tot de top van de Amerikaanse cinema worden gerekend.

Bijzonder amusant zijn de vele voetnoten in het boek, waarin Biskind laat zien dat de betreffende personen het dikwijls volstrekt oneens zijn met en over elkaars herinneringen. Na de beschrijving van een incident waarbij Warren Beatty voor de voeten van producent Jack Warner valt en hem smeekt 'Bonnie & Clyde' te financieren, voegt Biskind droogjes toe: “Beatty benadrukt dat zoiets zich nooit heeft voorgedaan.”

Ook de zeer chaotische productie van 'Easy rider' zorgt tot op heden voor onenigheid. Zo claimen verschillende mensen de verantwoordelijkheid voor het script (Dennis Hopper beweert het in twee weken te hebben geschreven). Hopper, die de film regisseerde en zichzelf beschouwde als een briljant cineast, begon tijdens het productieproces in toenemende mate megalomane trekken te vertonen die, gecombineerd met zijn agressieve aard, voor angstaanjagende conflicten zorgden. Volgens Hopper was Peter Fonda, die de film produceerde, na een hoogopgelopen ruzie 'zo paranoia dat hij bodyguards inhuurde'. Fonda ontkent dat ten stelligste en meent zelfs nooit bang te zijn geweest voor Hopper. Maar hij geeft wel toe dat hij op de set voor de zekerheid een motorketting bij zich droeg. “Het probleem met Hopper”, zegt Biskind, “is dat hij zich niet alles kan herinneren. Hij heeft zoveel drugs en alcohol ingenomen, zijn geheugen werkt niet goed meer.”

Biskind memoreert dat Hopper begin jaren tachtig gemiddeld twee liter rum, 28 biertjes en drie gram coke per dag consumeerde. Hopper zelf gaat er prat op Amerika een cocaïne-probleem te hebben bezorgd: 'Vóór 'Easy rider' was cocaïne nauwelijks te krijgen. Na 'Easy rider' was het overal', zo wordt hij geciteerd.

Drugs waren - of Hopper daar nu persoonlijk voor heeft gezorgd of niet - in het Hollywood van de jaren zeventig inderdaad alom aanwezig en immens populair. Hoewel Biskind zelf geen direct verband legt, beaamt hij dat in het algemeen de mensen die zich het minst uitbundig aan drugs hebben overgegeven, het meest succesvol zijn gebleken. “Voor een deel klopt dat”, zegt hij. “Spielberg en Lucas gebruikten geen drugs en niemand werd zo succesvol als zij. Beatty nam geen drugs en zijn carrière is vrij goed verlopen.” Maar, voegt hij eraan toe, “er is ook een andere kant. Paul Schrader heeft geen geweldige film meer gemaakt sinds hij met drugs is gestopt. Ik denk dat drugs, mits in bescheiden mate gebruikt, sommige mensen kunnen helpen. Zowel Schrader als Scorsese vertelden dat ze door drugs in staat waren bepaalde aspecten van zichzelf aan te boren die ze zonder drugs niet zouden hebben ontdekt. Schrader is een heel onderdrukt en rigide mens. Drugs maakten hem vrijer, denk ik.”

Opvallend in 'Easy rider, raging bulls' is de machocultuur die, in weerwil van de opkomende vrouwenbeweging, heerste onder de nieuwe garde filmmakers. Ondanks het feit dat er meer in collectieven werd gewerkt dan voorheen in Hollywood en er hechte banden bestonden tussen regisseurs - zoals tussen Francis Coppola en George Lucas - waren de meesten er voornamelijk op uit zo snel mogelijk persoonlijk te slagen. Overigens ook zo jong mogelijk: van Spielberg is bekend dat hij zijn geboortedatum zo'n twee à drie jaar verlegde om maar als wonderkind te kunnen worden bestempeld. Biskind verdenkt William Friedkin van eenzelfde ijdeltuiterij.

Hun succes leverde de jonge Hollywoodgoden - mede dankzij de toegenomen seksuele vrijheid - een schier oneindige reeks seksueel beschikbare vrouwen op. Vrijwel alle huwelijken die Biskind beschrijft liepen dan ook onverbiddelijk op de klippen zodra de regisseurs enige naam begonnen te maken. Toby Rafelson verliet haar man Bob vanwege zijn talloze affaires, Marcia Lucas scheidde van George nadat 'Star wars' van hem een workaholic had gemaakt en actrice Amy Irving ging weg bij Steven Spielberg omdat ze niet slechts 'de vrouw van' wilde zijn. Polly Platt werd verlaten door Peter Bogdanovich die verliefd werd op het door hem voor 'The last picture show' ontdekte model Cybill Shepherd.

In sommige gevallen hadden de scheidingen niet alleen persoonlijke maar ook professionele gevolgen. Biskind onderschrijft een uitspraak van actrice Ellen Burstyn, die zegt: “Zowel Bob Rafelson als Peter Bogdanovich maakten hun beste films in samenwerking met hun echtgenotes. Na het stranden van hun huwelijken is hun werk nooit meer op hetzelfde niveau geweest.” Biskind: “Ze waren inderdaad niet langer in staat goede films te maken. Maar wat de precieze reden daarvoor is valt moeilijk te zeggen, dit soort creatieve samenwerkingsverbanden werkt nogal gecompliceerd. Eén aspect is volgens mij dat de vrouwen, die hun echtgenoten al kenden van vóór de tijd dat ze beroemd waren, in staat waren te zeggen 'nee, dat moet je zo niet doen, dat slaat nergens op.' Terwijl de mannen, eenmaal rijk en invloedrijk geworden, zich uitsluitend omringden met 'yes'-people. Er was gewoon niemand meer in de buurt die 'nee' zei.”

Net als het begin speelde ook de afloop van het tijdperk, eind jaren zeventig, zich af tegen de achtergrond van maatschappelijke veranderingen: het einde van de Vietnam-oorlog en een verrechtsing van de politiek. Maar het einde werd ironisch genoeg mede bepaald door de grootste commerciële successen uit het regisseurstijdperk: Steven Spielbergs 'Jaws' in 1975 en George Lucas' 'Star wars' in 1977. Vooral Spielberg heeft sterk bijgedragen aan een mentaliteitsomslag binnen de filmindustrie waarbij producenten als vanouds weer de touwtjes in handen kregen. “Spielberg zag zichzelf helemaal niet als kunstenaar of auteur, maar als een studio-employé”, licht Biskind toe. “Hij wilde gewoon grote commerciële films maken.”

Na deze kassuccessen zagen de studio's meer heil in een nieuwe generatie jongere filmmakers die - anders dan de regisseurs die in de voorafgaande jaren furore hadden gemaakt - binnen het budget bleven, orders opvolgden en niet lastig waren. Bijkomend aspect was dat veel regisseurs hun beste, dat wil zeggen meest eigenzinnige films achter de rug hadden. Juist hun succes was daar volgens Biskind debet aan. “Ze werden erg rijk. Door hun rijkdom raakten ze vervreemd van hun publiek. Al deze jongens verhuisden naar Bel Air en reden in studio-auto's met chauffeur. Ze kwamen nooit meer in een supermarkt, maakten zich geen zorgen meer over de was, ze praatten nooit meer met gewone mensen buiten de filmwereld. Dat maakt een hoop uit.” Grinnikend: “Zoals Friedkin eens zei: zodra je je eerste tennisles neemt is je carrière over.”

Sindsdien is er veel veranderd: de blockbuster domineert vandaag de dag de filmindustrie en het sterrensysteem is terug van weggeweest. “Films zijn nu vooral escapisme, ze zijn gereduceerd tot ritjes in een amusementspark”, sombert Biskind, die niet optimistisch is over het huidige Hollywood. Hij kan weliswaar niet ontkennen dat er sinds onafhankelijke, dus los van de grote studio's geproduceerde films als 'Pulp fiction', 'Fargo' en 'Sling blade' een frisse wind door de filmwereld waait, maar van een golf is volgens hem geen sprake: “Het zijn afzonderlijke films.”

Maar belangrijker vindt hij de constatering dat er geen tegencultuur meer is die een publiek oplevert voor werkelijk alternatieve films. “De zogeheten independent movies buigen zich meer naar Hollywood en zijn conservatiever dan de films waar ik het in mijn boek over heb.” Biskind voorspelt dan ook dat een beweging zoals die vijfentwintig jaar geleden ontstond, niet meer zal terugkomen. “De studio's zijn inmiddels te machtig, het zijn grote bureaucratieën geworden. In 1973 waren er twee mensen die de productieafdeling van Paramount leidden. Nu bestaat die divisie uit dertig mensen en heeft iedereen een vinger in de pap. Dat is slecht nieuws voor het creatieve proces. Nu heb je te maken met script notes: je stuurt een script op en je krijgt 300 pagina's aantekeningen terug. In de jaren zeventig stuurde je je script op en als ze het iets vonden zeiden ze 'ga je gang' en als ze het niks vonden zeiden ze 'vergeet het maar'.”

Misschien is er weer een Vietnam-oorlog nodig om het systeem te doorbreken, zegt Biskind. “Maar hopen op een oorlog omdat dat goed is voor de filmindustrie, dat zou al te cynisch zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden