Dreigende sluiting

Het Klederdrachtmuseum staat op omvallen: ‘De torenhoge schuld is voor mij’

Jolanda van den Berg tussen de Surinaamse koto’s in haar Klederdrachtmuseum.Beeld Maartje Geels

Zonder subsidie begon Jolanda van den Berg een Klederdracht­museum. De coronasluiting bedreigt nu niet alleen het museum, maar ook haar persoonlijk. ‘Ik ben in mijn eentje financieel verantwoordelijk.’

Het was een grote gok – vier jaar geleden zegde Jolanda van den Berg haar baan op en opende een Klederdrachtmuseum in een statig pand aan de Herengracht in Amsterdam. Zeven dagen per week ontving ze bezoekers, ’s avonds deed ze het papierwerk. Natuurlijk, ze wordt ondersteund door tientallen enthousiaste vrijwilligers, maar het is háár museum. 

Ook financieel is ze helemaal in haar eentje verantwoordelijk: voor de pittige huur en de aflossing van de forse schuld die ze is aangegaan. En toen stopten, door de coronasluiting, abrupt alle inkomsten. “Ik krijg geen subsidie, heb geen grote sponsoren of een rijke mecenas. Als er niets gebeurt is het afgelopen hier. En dan mag ik van geluk spreken als er geen beslag wordt gelegd op mijn eigen huis.”

Misschien haalt ze 1 juni nog – de dag dat de musea de deuren weer mogen openen. Maar of dat een oplossing biedt? Het zeventiende-eeuwse pand is niet gebouwd voor een anderhalve meter-samenleving. Smalle gangen, steile trappen, kleine kamers, tweerichtingsverkeer. “Als mensen een beetje op elkaar wachten moet het kunnen”, zegt Van den Berg (51) twijfelend rondkijkend in het overloopje naar het achterhuis. “Maar wie zal er komen?” Buitenlandse toeristen, de helft van haar bezoekers, zijn in geen velden of wegen te bekennen. De Herengracht is uitgestorven. “Groepen uit Nederland kunnen ook niet komen. Daar moet ik het van hebben. Met een handjevol mensen ga ik het niet redden.”

‘De loop zat er goed in’

Dit had juist haar jaar moeten worden, zegt Van den Berg even later opvallend monter aan de grote keukentafel in het souterrain van het museum, dat dienstdoet als restaurant. “De loop zat er goed in. Vorig jaar hadden we 25.000 bezoekers. Eindelijk schreef ik zwarte cijfers, dit jaar zou er echt financiële ruimte komen.” Ze fantaseerde al over uitbreiding, had haar oog laten vallen op het naburige grachtenpand. “Ik wil er eigenlijk een veel breder kostuummuseum van maken. Met oude uniformen van de politie, de KLM. Of werk van beroemde Nederlandse mode-ontwerpers. Er is zoveel moois.”

Het was een droom en het werd een roeping, zegt ze. “Streekdracht is, met de tulpen en molens, echt een handelsmerk van Nederland. Vooral die Volendamse witte kappen zijn wereldberoemd. Maar bijna niemand draagt ze nog.” Ze wilde de traditie vastleggen nu het nog kan. In haar museum staan de kostuums in al hun bonte veelzijdigheid uitgestald: behalve Volendam ook Hindeloopen, Marken, Spakenburg en de Zeeuwse eilanden. 

Particuliere musea

Particuliere musea zijn er in alle soorten en maten. Van een omgebouwde garage met een hobby-verzameling, tot een publiekstrekker als Voorlinden in Wassenaar. De problemen die deze musea nu ondervinden zijn nauwelijks te vergelijken, meldt Hanna Marije Booij van de Museumvereniging. Achter het ene zit een grote geldschieter, het andere heeft weer nauwelijks kosten. Een duidelijk overzicht is er niet, want juist veel kleine musea zijn niet aangesloten bij de Museumvereniging omdat ze niet aan de strenge voorwaarden voldoen. Het Klederdrachtmuseum is wel lid. 

De poppen zijn aangekleed door mensen die de kleding zelf gedragen hebben, daardoor zit iedere plooi en sierknoop precies op de goede plek. “Ik heb het allemaal gefilmd, zodat die kennis bewaard blijft.” Ze kreeg veel lof voor het initiatief. “Het is fijn als andere mensen je steunen, zeggen dat het geweldig is en bijdragen leveren. Dan wordt het iets van ons allemaal.” Ze glimlacht. “Tja, ik ben straks wel als enige de sjaak.”

Weelderige jurken en kunstig geknoopte hoofddoeken

Maar genoeg gepraat over de finan­ciële ellende, veel liever leidt Van den Berg rond op de tentoonstelling die nu te zien is. Surinaamse koto’s, want ook dat is klederdracht met een Nederlands tintje. De weelderige jurken en kunstig geknoopte hoofddoeken zijn niet zelden van dezelfde stoffen gemaakt als de streekdrachten uit Holland, Friesland en Zeeland. “Die schepen van de VOC voeren de hele wereld rond – in India werden stoffen gehaald, in West-Afrika slaven die naar Suriname gingen. Een deel van de stoffen bleef daar, een deel werd in Nederland verhandeld.” 

Geen mooie historie, wel interessant. Van den Berg maakte de expositie samen met Christine van Russel-Henar die in Paramaribo het Koto-museum runt. Ze kreeg mooie recensies voor de expositie, niet voor het eerst trouwens. Modekenners prezen de bescheiden, maar trefzekere aanpak van Van den Berg. Ze slaagt er in de klederdracht van het oubollige imago te ontdoen.

Deze keer legt ze verbanden met Suriname, in vorige exposities wist ze een brug te slaan naar hedendaagse mode. “Er komen hier groepen modestudenten die les krijgen over oude handwerktechnieken”, zegt Van den Berg om de relevantie van haar museum nog maar eens te onderstrepen. Ze streelt over een kunstig gesmokt werkjak uit Volendam. “Anderhalve meter stof gaat hier in, het is zo knap gemaakt.”

Doortimmerd businessplan

Toen ze vier jaar geleden begon, lag er een doortimmerd businessplan ten grondslag aan het project. Van den Berg had voldoende ervaring, ze werkte als projectmanager strategie en innovatie bij het VU Medisch Centrum. “Ik deed efficiencyprojecten. Hoe de bedrijfsvoering beter, sneller goedkoper kon.” Natuurlijk vond ze het doodeng om een museum te beginnen, maar ze kwam goed beslagen ten ijs. De coronacrisis kon echter niemand voorspellen.

Ook nu is ze heel zakelijk bezig om alle beschikbare potjes en steunmaatregelen op te sporen, aan te vragen en te benutten. “Voor de meeste kom ik helaas niet in aanmerking. Overheidssteun is er alleen voor musea die al subsidie krijgen. Ik draai 100 procent op eigen inkomsten.” De stichting Museumkaart schoot wel snel te hulp en ze is een crowdfunding-actie begonnen.

Maar onder de streep zal het domweg te weinig zijn, verwacht ze. “Ik kan er uiteindelijk de huur niet van betalen.” Dat is haar grootste probleem, het forse bedrag dat ze maandelijks overmaakt voor het pand op deze toplocatie. Haar huurbaas is onvermurwbaar. “Terwijl zelfs Heineken twee maanden huur van kroegen kwijtscheldt.”

‘Geen gewone bank wilde geld lenen voor dit initiatief’

Daarnaast knelt ook die persoonlijke lening van 250.000 euro met als onderpand haar huis in de Jordaan. “Toen ik begon, zaten we in het staartje van de vorige crisis, die zijn we nu al bijna weer vergeten. Geen gewone bank wilde geld lenen voor dit initiatief.”

Zo kwam ze terecht bij de ideële kredietverlener Qredits. Maar die rekende een fors rentetarief, zeker naar huidige maatstaven. “Ik had in februari alles rond om de boel te herfinancieren tegen een lagere rente, de goede resultaten van 2019 maakten dat mogelijk.” Een wrang lachje. “Twee weken later moesten we dicht.”

Haar hoop is nog gevestigd op een structurele subsidie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst die ze heeft aangevraagd. In augustus hoort ze of ze in aanmerking komt. “Als dat niet lukt is het sowieso afgelopen.” Maar eerst is het de vraag of ze die datum haalt. En anders? “Dan blijf ik met een schuld van 2,5 ton zitten. Dat wordt doorwerken tot na mijn pensioen.”

Bloedkoralen kettingen, gouden oorijzers en sierknopen

De waarde van de kostuumcollectie, ondergebracht in een stichting, is moeilijk vast te stellen. “Het is niet uniek, mensen hebben thuis nog veel in de kast.” En de bloedkoralen kettingen, gouden oorijzers en sierknopen waarmee rijke boerinnen en vissersvrouwen elkaar de ogen uitstaken, die zijn toch waardevol? Helaas, veel van die sieraden zijn mooi gemaakte replica’s.

Als het misgaat, wordt het nog stiller aan de Herengracht – het Tassenmuseum een stuk verderop is twee weken geleden al omgevallen. Dat museum, met zijn omvangrijke en unieke collectie, gaat niet meer open.

Vooralsnog hoopt Van den Berg op een goede afloop. Natuurlijk slaat ze zich weleens voor de kop dat ze dit risico destijds is aangegaan. “Ik heb laatst uitgerekend hoe riant ik erbij zou zitten als ik gewoon was blijven werken bij het VU-ziekenhuis. Maar het heeft geen zin, weet je. Dan had ik misschien met het idee geleefd dat ik een kans niet gegrepen had.”

Lees ook: 

Een op de vier musea vreest ten onder te gaan zonder extra hulp

De Museumvereniging waarschuwt dat een op de vijf musea eind april al in de financiële problemen komt door de langdurige sluiting. Een kwart van de musea, vooral kleinere, dreigt het einde van dit jaar niet te halen. De minister belooft hulp.

Hoe museum Kranenburg zich voorbereidt op de coronaregels

De musea gaan vanaf 1 juni weer open, maar ouderwets dringen voor een schilderij in zit er voorlopig niet in. Een dik pakket regels ligt klaar om het bezoek zo veilig mogelijk te laten verlopen. Een ingewikkelde puzzel, ook voor museum Kranenburgh in het Noord-Hollandse Bergen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden