Review

Het kind is er verschrikkelijk aan toe

De hete zomer van 1978, ergens in Italiës arme zuiden. Na een lange tocht door de graanvelden beklimt een groepje kinderen een steile heuvel waarachter ze een bouwvallig, ogenschijnlijk onbewoond huis aantreffen.

Als straf voor zijn late aankomst op de top van de heuvel wordt de negenjarige Michele door de leider van het groepje gedwongen het wankele huis van binnen te verkennen. Tijdens deze verkenningstocht doet Michele een gruwelijke ontdekking, die zijn leven op slag verandert (en de lezer bij de keel grijpt): zijn oog valt op het naakte, schijnbaar levenloze, vastgeketende lichaam van een leeftijdgenootje in een put. Naast hem een emmer met uitwerpselen en een pannetje met wat water. Het kind is er verschrikkelijk aan toe en heeft geen flauw benul meer van wie hij is of waar hij zich bevindt.

De lezer begrijpt onmiddellijk dat de jongen is ontvoerd en wordt vastgehouden om aan zijn rijke, Noord-Italiaanse ouders een grote som losgeld te ontfutselen: een veel gepleegde misdaad in het naoorlogse Italië (de vermelding dat iedere overeenkomst met werkelijke gebeurtenissen en personen op puur toeval berust, is dan ook zeker niet overbodig - een vermelding die gek genoeg in de Nederlandse versie ontbreekt). De jonge Michele -door wiens ogen we alle gebeurtenissen zien- komt deze afschrikwekkende waarheid echter pas veel later aan de weet. Ook zal hij dan ontdekken dat uitgerekend zijn eigen, lieve vader één van Filippo's ontvoerders is. Voorafgaand aan deze gruwelijke gewaarwordingen, is Michele echter al Filippo's 'beschermengel' geworden, heeft hij stiekem extra eten gebracht en heeft hij beloofd hem te zullen helpen ontsnappen uit zijn kuil. Michele's loyaliteit jegens Filippo blijkt uiteindelijk groter dan die jegens zijn eigen vader: hij schendt de plechtige belofte aan zijn vader dat hij nooit meer naar de put zal terugkeren, maar zijn belofte aan Filippo om hem te bevrijden maakt hij waar, ook al moet hij dit bekopen met zijn eigen leven.

'Ik ben niet bang' is een roman over een té vroeg verlies van kinderlijke onschuld, over de tegenstellingen tussen de wereld van kinderen en volwassenen, en vooral ook over de innerlijke verscheurdheid van kinderen die zich door hun ouders verraden voelen. Ammaniti hanteert een sobere en directe stijl, een stijl die allereerst aansluit bij de belevingswereld van zijn negenjarige verteller en hoofdpersoon. Alle nadruk komt zodoende op het verhaal zelf te liggen, en dat verhaal mag er wezen: de verrassende wendingen, de krachtige natuurbeschrijvingen en de nachtelijke ontknoping die tegelijkertijd spannend en beklemmend is, vormen de grootste verdiensten van deze roman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden