Review

Het kind in sopraan Dawn Upshaw schudt zaal wakker

AMSTERDAM - Als om haar veelzijdigheid te illustreren, gaf de Amerikaanse sopraan Dawn Upshaw dinsdagavond in de kleine zaal van het Concertgebouw drie toegiften: een cabaretlied, een negentiende-eeuws lied en een lied van een hedendaagse componist.

Alle drie zong ze met volledige overgave. Die intensiteit -ze zingt bijna voortdurend met haar ogen dicht- is haar grote kracht. Maar ze heeft die niet altijd paraat. Dinsdagavond duurde het daarom lang voor de vonk op de luisteraars oversloeg.

Dat gebeurde pas toen ze voor het laatste onderdeel van haar recital met pianist Gil Kalish de zaal ging toespreken. Of ze even mocht uitleggen waar de liederencyclus 'De Kinderkamer' van Modest Moessorgski over gaat. Als het publiek die uitleg niet nodig had, was het in elk geval handig voor haar zelf.

Dat laatste werd natuurlijk opgevat als een grapje, maar Upshaw had echt baat bij het kleine toespraakje, zo leek het. Ze heeft het contact met het publiek nodig om zich helemaal te kunnen geven. Moessorgski's liederencyclus over een klein jongetje en zijn kinderjuffrouw was het eerste moment waarop Upshaw toonde dat haar sterstatus haar toekomt. Met een kinderstemmetje, dat erg dicht tegen haar lichte, geschoolde stem aan zat, en een hilarische mimiek bracht ze het afwisselend boze, verlegen, beteuterde en vrolijke jongetje tot leven. Hop, hop, hobbelde ze op het imaginaire hobbelpaardje over het podium. Muzikaal en theatraal was dit een geslaagde uitvoering van 'De Kinderkamer', en die zijn zeldzaam.

Dat haar Moessorgski een groot succes werd, komt ook doordat het uitbeelden van de concrete wereld van een kind haar goed afgaat. Veel moeilijker had ze het met de duistere, romantische beelden van de dichter Mörike, door Hugo Wolf in drie liederen getoonzet. Na dit bleke en wankele begin kwam ze meer op dreef met Bartóks 'Zes Hongaarse volksliederen' en Hindemiths 'Das Marienleben'. In Hindemiths 'Piet' toonde ze voor het eerst hoe ongekend puur en kwetsbaar ze durft te zingen. Op zo'n moment, als ze alles om zich heen vergeet en techniek en een mooie klank er even niet toe doen, voel je dat het verdriet van Maria recht uit haar hart komt en niet gespeeld is. Mahlers 'Des Knaben Wunderhorn' wist ze na de pauze interessanter te brengen dan de eerste helft van het programma. De contrasten werden groter en ze zorgde met name in 'Das irdische Leben' voor een dramatische opbouw. Terwijl het programma met de twintigste-eeuwse Bartók en Hindemith al niet doorsnee te noemen was voor een liedrecital, maakte Upshaw voor de toegiften uitstapjes naar nog ongebruikelijker muzieksoorten.

Een Amerikaans lied kan niet ontbreken bij deze zangeres die vroeger droomde van een carrière op Broadway. Met William Bolcoms 'Amor' uit zijn 'Cabaretsongs' liet ze horen dat ze daar beslist een kans had gemaakt. In Schumanns 'Er ist's!' revancheerde ze zich voor het zwakke begin met Wolf. En voor haar andere specialiteit, de hedendaagse muziek, koos ze het aangrijpend gezongen 'Lua descolorida' van de Argentijnse componist Osvaldo Golijov, die dit lied een paar jaar terug speciaal voor haar en pianist Kalish schreef.

Met een programma met muziek uit de barok en de twintigste eeuw keert Upshaw vrijdagavond terug in het Concertgebouw. Daarna volgt zondagmiddag nog een masterclass.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden