Schrijverscolumn

Het is in de mode om het type schrijver te zijn dat niet to the point komt

In het Van Gogh Museum keek ik nogal intens naar het schilderij met de grote bijbel en dat moderne boek van Zola, waarmee Vincent van Gogh afscheid nam van zijn protestantse jeugd. Hij schilderde het net voordat hij vanuit het Noord-Brabantse Nuenen via Antwerpen naar Parijs vertrok.

Het is een schilderij in Hollandse bruine aardappelkleuren, het saaiste van de hele collectie, en ik bleef er alleen maar lang naar kijken omdat ik me identificeerde met die boekenmetafoor. Het schilderij zelf greep me niet aan. Op de fiets terug naar huis dacht ik aan mezelf als schrijver, maar mijn geest leek wel van aardappel, ik kwam op geen enkele interessante gedachte.

Het is op het moment geloof ik in de mode om het type schrijver te zijn dat niet to the point komt. Gewoon, omdat het niet om de point gaat, want wat is een punt meer dan ‘toevallige stilstand’ van iemand die op zeker moment het woord krijgt of neemt? Wat precies laat zich met taal nu echt vátten? Het enige wat je met een punt bereikt, is dat je een tekst mooi rond krijgt.

Ik zie mezelf als het type dat juist graag to the point komt, vooral als ik ergens over nadenk. Dat nadenken gebeurt al schrijvend, en een point is daarbij een sport op een ladder. Als de volgende sport te hoog zit, en ik kom er steeds net niet bij, dan voel ik me mach­teloos. De machteloosheid moet bezworen worden, al is dat alleen maar in de activiteit van het schrijven zelf. Oftewel: zelf zin maken, omdat de grote Zingever niet thuis geeft. Het is daarbij onduidelijk waar de ladder heen gaat, maar als je niet klimt, kom je er sowieso niet achter.

Vlammende kleuren

De schrijvers die de sporten oninteressant vinden, en eigenlijk die hele ladder kunnen missen, geven hun pen alle vrijheid. Ze schieten alle kanten uit met hun stormachtige gedachten, associaties, aforismen. Ze schilderen zonnebloemen in wilde vlammende kleuren, áls je er al bloemen in herkennen kunt. Meer dan een zoektocht is het schrijven een uitdrukking van de eigen persoonlijkheid, van hun verlangens, hun zelfvertrouwen.

Wat steekt mijn bruin daar schraal bij af! Ik wil ook die vrijheid, die vlammen, die kleuren! Ik wil dat meer dan wat ook op de wereld.

Is het dan toch mijn begin dat me blijvend zal nekken, race, milieu, moment? Zal ik tot zoeken veroordeeld blijven en nooit vlammen, omdat ik daar als kind niet van droomde, en om­dat ik daar, in tegenstelling tot Van Gogh die een oom had met een internationale kunsthandel, geen enkel voorbeeld van kende?

Toen mijn debuutroman een succes werd en een journalist van de Provinciale Zeeuwse Courant mijn vader en moeder vroeg wat voor kind ik was geweest, zeiden ze: ‘een heel gewoon kind’. De journalist: “Ze doen niet bepaald aan mythevorming, die ouders van jou.” Zelf was ik verbaasd noch beledigd. Je ouders kennen je toch het beste, dacht ik.

Het is avond. Normaal schrijf ik deze columns met plezier, maar nu had ik geen leuke dag. Het was alsof ik iets opschreef wat ik altijd al heb geweten. Maar tijdens een wandeling – je moet bij dit soort stemmingen jezelf naar buiten dwingen – dacht ik: als al dat zoeken van de afgelopen jaren mij iets heeft opgeleverd, dan is dat het inzicht dat er meer dan één frame is, dat er talloze verhalen zijn, en talloze rollen. Voor iedereen, en ook voor mij. En dat je je dus niet moet laten vangen, en al helemaal niet door zoiets als je eigen betoog.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier allemaal terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden