Review

Het is allemaal de schuld van de plastic duivel

Explosief stijgend gebruik van creditcards zal de Amerikaanse samenleving in de komende jaren ontwrichten, stelt Robert Manning in 'Credit Card Nation'. Op het ogenblik zijn in de Verenigde Staten meer dan 650 miljoen creditcards in omloop, goed voor een uitstaande schuld van ongeveer 600 miljard dollar -4000 dollar per huishouden.

De jaarlijkse rente en boetes die over deze schuld betaald worden, bedragen méér dan 78 miljard dollar. Dat leidt in steeds meer Amerikaanse huishoudens tot constante geldzorgen. Voor sommigen bestaat er geen andere uitweg dan het aanvragen van persoonlijk faillissement, waarbij alle bezittingen worden geliquideerd. Is je kredietwaardigheid in Credit Card Nation volledig verspeeld, dan val je makkelijk ten prooi aan het grijze-geldcircuit met zijn ongeciviliseerde uitbuitingspraktijken en astronomische rentepercentages -tot 720 procent op jaarbasis. Schrikbarend is ook de verdrievoudiging van het aantal pandjeshuizen in de Verenigde Staten, van minder dan 5000 in 1985 tot 14000 nu.

Manning laat overtuigend zien hoe creditcards in minder dan twee decennia tot bloei zijn gekomen op een voedingsbodem van consumentisme en narcisme. Steeds meer huishoudens konden de verleiding van de duivel in plastic -geniet nu, betaal later- niet weerstaan. Creditcards vertroebelen het zicht op het verband tussen inkomsten en uitgaven. Spáárde Amerika in 1980 nog tien procent van het inkomen, aan het begin van het nieuwe millennium is dat tot nul procent teruggelopen.

Grote verdienste van Manning is dat hij niet alleen een rijkdom aan cijfermateriaal presenteert, maar ook de lotgevallen van individuele gedupeerden tot leven wekt door hen te interviewen. Banken en card-maatschappijen heeft Manning niet aan de praat gekregen. Dat is jammer, omdat Mannings beschuldigende vinger wat mij betreft net iets te vaak naar de banksector wijst, terwijl de kaartgebruiker als onschuldig slachtoffer wordt neergezet.

De auteur is zich van die zwakke plek bewust maar zoals een socioloog nu eenmaal betaamt, wil hij laten zien dat het creditcardgebruik niet alleen met individuele verantwoordelijkheid, maar ook met culturele en institutionele factoren te maken heeft. Voor startende ondernemers zijn creditcards bijvoorbeeld vaak de enige manier om een lening te krijgen. Ouderen trappen met open ogen in de val van persoonlijke, geruststellende marketingtaal en voelen zich vereerd als hun creditcard wordt opgewaardeerd tot gold of platinum. Voor jonge studenten symboliseert een creditcard financiële zelfstandigheid. De sociale druk om de levensstandaard van medestudenten te evenaren met onverantwoorde uitgaven, is bovendien hoog.

Creditcardmaatschappijen proberen voor de hand liggende kritiek vóór te zijn door kleine percentages van de winst aan goede doelen ter beschikking te stellen en bonussen te geven aan gebruikers die hun uitgaven maandelijks volledig afbetalen. Dat mag een prikkel zijn voor verantwoord gebruik, maar die prikkel blijkt voor de lage inkomensklassen niet te werken. Met de twintig procent rente die zij betalen over hun uitstaande schulden, subsidiëren zij het gratis gebruik van creditcards door de hogere inkomensklassen, die er meestal wél in slagen om uit de schulden te blijven. Manning spreekt dan ook terecht van een nieuwe vorm van sociale ongelijkheid.

Voor een minder pessimistische visie op betalingsverkeer leze men 'Het geld van de toekomst' van Bernard Lietaer. Lietaer laat zien dat de digitalisering van het geld een tegenbeweging kent in de vorm van honderden lokale munteenheden die de afgelopen tien jaar over de hele wereld zijn ontstaan. Munteenheden als de LETS (Local Exchange Trading System), de time dollars, of de Amsterdamse Noppes zijn gericht op het bevorderen van gemeenschapswaarden en duurzame groei.

Van een geldmarkt, speculatie, en lenen tegen vergoeding van rente is bij lokale munteenheden geen sprake. In plaats daarvan concentreren ze zich op de oorspronkelijke functie van geld: het vereenvoudigen van goederenruil of het verlenen van wederzijdse diensten. Daartoe vindt uitgifte van de lokale munteenheid plaats door middel van de verstrekking van onderling krediet: als iemand een dienst verleent, bouwt hij een krediet op dat hij vervolgens bij iemand anders kan besteden. Bij elkaar opgeteld vormen al deze munteenheden een nuttige aanvulling op het bestaande monetaire systeem dat economieën destabiliseert met de enorme speculatieve geldstromen die dagelijks de wereld rondgaan.

'De toekomst van het geld' was zonder twijfel een inspirerend en overtuigend boek geweest als de auteur het bij deze observaties en beweringen had gelaten. Probleem is echter dat Lietaer gouden bergen belooft -noem een eigentijds maatschappelijk probleem en lokale munteenheden bieden er volgens hem een oplossing voor. Bovendien jaagt Lietaer door zijn voorliefde voor kant-en-klare New Age-inzichten een groot aantal lezers tegen zich in het harnas. Dat wordt versterkt door de simplistische, vaak ellenlange toekomstscenario's, waarmee Lietaer zijn betoog heeft willen verlevendigen; het effect is dat de lezer zich niet serieus genomen voelt.

In scherp contrast tot 'Credit Card Nation' is 'Het geld van de toekomst' ook nog eens weinig logisch opgebouwd en slordig uitgegeven, en rammelt de vertaling aan alle kanten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden