Willem Roelofs, ‘Het Hunebed van Tynaarlo’ (1861)

RecensieExpositie

Het ‘Hollandse’ landschap was in Drenthe op zijn ongereptst te schilderen

Barbizon van het Noorden,
de ontdekking van het Drentse landschap 1850-1950
Drents Museum
★★★★☆ 

Een hutje op de hei, mét schildersezel. Waar past dat beter dan in Drenthe? Het Drents Museum wijdt een tentoonstelling aan de kunst die sinds 1850 in de provincie gemaakt werd.

Predikant en schrijver Jacobus Craandijk wandelde eind negentiende eeuw door Nederland en beschreef en tekende wat hij onderweg zag. In 1880 kwam hij in Drenthe. “Wat kan men er verwachten, dan afmattende eentoonigheid, afgelegen boerendorpjes en ver uiteen verspreide gehuchten, zandige wegen, verzengenden zonnegloed in den korten zomer, doodsche vlakten, waarop gij uren lang omdwalen kunt, zonder een levend wezen te zien, dan op zijn hoogst een herder, met zijn hond en schapen, waarvan de hond nog wel het vernuftigst schepsel is?”

Craandijk was bevooroordeeld, kunstenaars vonden die leegte al in de achttiende eeuw juist interessant. Avontuurlijke lieden trokken er vanuit het volgebouwde westen op uit om de leegte te schilderen of te tekenen, zo blijkt uit een grote tentoonstelling in het Drents Museum. In de negentiende eeuw werd het drukker op het Drentse land. Drukker met kunstenaars, in eerste instantie. 

Met ezel en al de natuur in

In Barbizon bij Parijs hadden vanaf 1850 talloze kunstenaars hun grote voorbeelden Théodore Rousseau en Jean-François Millet gevolgd, met ezel en al de natuur in. Ze keken niet alleen naar buiten, ze bewonderden ook de wolken- en bomenschilderijen van de kunstenaars van de Hollandse Gouden Eeuw, zoals Ruysdael en Cuyp. Voor Nederlandse kunstenaars een reden om dicht bij huis te blijven; het ongerepte ‘Hollandse’ landschap was het beste te zien in Drenthe.

Julius van de Sande Bakhuyzen (1835-1925), ‘Rustende koeienhoeder aan oever van door bomen omzoomde waterkant’ (ongedateerd)

De tentoonstelling volgt de kunstenaars langs de verschillende landschapstypes, met voornamelijk schilderijen en enkele schetsboekjes uit eigen collectie. Het begint met het meest Drentse onderdeel: het hunebed. Johan Picardt, een dominee in Rolde, beschrijft de mysterieuze steenformaties in 1660 voor het eerst. Het moeten wel bedden voor reuzen, huynen, geweest zijn, is zijn theorie. Op het schilderij van Willem Roelofs lijkt een van de kleinste hunebedden, dat van Tynaarlo, gigantisch; het steekt donker af tegen de witte regenwolken. De voorspelde herder zit op de rand van het gevaarte, zijn schapen grazen rondom. 

Drenthe is meer dan hunebedden alleen. Zandgrond met heidevelden is de uitgelezen grond voor spectaculaire wolkenluchten – u weet wel, met die van Ruysdael in het achterhoofd. De gebroeders Mesdag nemen het ervan in een buitenhuisje in Vries, rond 1877. Anderen schilderen het eenvoudige boerenleven of, zoals Van Gogh, de turfstekers.

Vooruitgang als de ondergang van de schilderachtigheid

Al snel lijken sommige kunstenaars bezorgd dat de ‘onschuld’ van het Drentse landschap verloren zal gaan. “Alle dorpen worden welvarender, krijgen goede straatwegen en winkels, station voor de spoor, alles uitstekend maar ‘t is de ondergang van de schilderachtigheid”, aldus Julius van de Sande Bakhuyzen in 1910. Zijn werk lijkt meer dan dat van de anderen op dat van de zeventiende-eeuwse meesters.

Simon Moulijn, ‘Boerderij in Drenthe’ (1894)

De meeste door het Drents museum verzamelde werken uit de negentiende eeuw zijn weinig experimenteel en kunnen voor de moderne toeschouwer wat braafjes ogen, als net iets te vaak gedraaide achtergrondmuziek. Maar door compacte achtergrondinformatie bij de werken (gewoon op een tekstbordje, geen gedoe met audiotours) wordt het verhaal levend gehouden. Lof dan ook voor de uitschieters. De werken van Simon Moulijn bijvoorbeeld, de Rotterdammer die als laat-twintiger in 1894 door Drenthe trok en er prachtig modern-gestileerde schilderijen maakte van boerderijen. Ook de lucht bracht hij schematisch terug tot twee kleuren, wit en grijs. Meer was even niet nodig, vond Moulijn.

Bovendien gaat het museum verder, tot ver in de twintigste eeuw. Met een felgekleurd Drents winterlandschap door Ploeg-kunstenaar Jan Wiegers uit 1928, met een paarse lucht en een knalrode zon. En met als epiloog werken van hedendaagse kunstenaars. Experimenteel en klassiek naast elkaar: van de afmattende eentonigheid van Jacobus Craandijk is hier geen enkele sprake. Het landschap blijft voor elke bezoeker, elke kunstenaar, weer anders.

Vincent van Gogh, ‘Onkruid verbrandende boer’ (1883). Dit schilderij is onlangs op een veiling in New York aangekocht door het Drents Museum en het Van Gogh Museum in Amsterdam.

Van Gogh in Drenthe

Van de vijf schilderijen die Vincent van Gogh maakte tijdens zijn verblijf van drie maanden in Drenthe in 1883, is er nu één in de tentoonstelling te zien: ‘De turfschuit’. Het schilderij ‘Onkruid verbrandende boer’ is onlangs door het Drents Museum en het Amsterdamse Van Gogh Museum op een veiling in New York gekocht. Het Drents Museum hoopt het voor de kerstvakantie te kunnen laten zien.

Barbizon van het Noorden; de ontdekking van het Drentse landschap 1850-1950

De tentoonstelling is tot en met 22 maart te zien in het Drents Museum, Assen.

Lees ook: 

Hoog tijd dat ook Van Goghs Drentse periode boven water komt

Waar liep en sliep Vincent van Gogh in Drenthe? Dat moet nieuw onderzoek gaan uitwijzen.

Zonder Jo van Gogh was Vincent nooit zo beroemd geworden

Tien jaar verdiepte Hans Luijten zich in het leven van Jo van Gogh-Bonger. Ten onrechte bleef zij altijd op de achtergrond in boeken die over haar zwager Vincent zijn geschreven. Het verhaal van een buitenbeentje in de door mannen gedomineerde kunsthandel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden