Op locatie Burren Way

Het Groene Pad: oeroude wegen die nergens heen gaan

Beeld Gemma Pauwels

Deze zomer presenteren we u ‘literaire locaties’. Hoe kijken schrijvers naar een plaats? Afl. 3: ‘Het groene pad’ in de roman van Anne Enright.

Wie levensmoe is, houdt zich beter verre van de ‘Sli Boirne’, in goed Engels de ‘Burren Way’, het wandelpad dat begint in Lahinch en eindigt in Corigin; 114 kilometer, door het grootste landschap van karst en kalksteen dat Europa kent. Mistig, desolaat, onherbergzaam is dit landschap, onder meer bekend uit de romans van schrijfster Edna O’Brien die opgroeide in Clare County, eraan ontsnapte en vervolgens een leven lang bleef schrijven over dat ruige oord, des te onherbergzamer dankzij de benepenheid van de inwoners van de gehuchten her en der die zich vol angst en afkeer afwendden van iedereen die anders is. Een humeurig land. Het zonlicht is er schaars, meestal regent het, beukt de wind of is er storm op til.

De wandelaar met een hang naar Ierse buien stopt het best ‘Het groene pad’ van Anne Enright in de rugzak. Grillig, grimmig, en geestig in de beschrijving van een disfunctionele familie: mokkende moeder, afwezige vader, slovende oudste dochter, alcoholistische jongste en twee zonen ontsnapt in de Ierse diaspora, de één mensen reddend in Mali, de ander ternauwernood ontkomend aan de aids­epidemie in New York. Drank, kerk, Keltische tijger, al het Ierse komt voorbij in fonkelende zinnen.

Het viertal keert voor een gezinsreünie terug naar Clare County, naar het huis aan de kust, met in de buurt het groene pad dat in de ogen van de twaalfjarige Hanna die de roman opent dan nog het mooiste pad van de wereld is. Het loopt “hoog boven het strand van Fanore waar de rotsen kortstondig tot muren oprezen en vervolgens afhelden in velden, kleine steenweiden met geurige, zeldzame bloemen.

In de diepte was de ‘kalksteenkust’, kalkstenen plateaus, grijze rotsen onder een grijze lucht; op sommige dagen glinsterde de grijze zee en viel het niet te zeggen of het licht gloorde of schemerde, je ogen moesten zich altijd bijstellen. Het leek of de rotsen het licht stalen en verstopten. Dat was kenmerkend voor Boolavaun: het was een plek die zich niet makkelijk liet zien.”

Zo tegen het einde van de roman lijkt de inmiddels bejaarde moeder Rosaleen op dit groene pad definitief de draad te verliezen. “Er was geen maan. Er klonk het geluid van stromend water, heel luid. Ze had één natte voet – het voorste deel – en het pad was hobbelig. Rosaleen zocht de strook gras in het midden en volgde die, en Kijk omhoog. Daar had je hem dan. Ze bleef staan en keek. De stenen muur, overblijfsel van een fort dat waakte over de Aran-eilanden en de bergen van Connemara in de verte. De bergen waren paars en donkerblauw, de drie eilanden zwart tegen een zilveren zee. De zon was achter de horizon verdwenen, maar het licht weerkaatste nog in de lucht. Bij het hek voorbij het laatste huis keek ze over haar schouder naar het dal van Ought­darra. Plechtig en donker nu, de kalksteenrotsen bij de zee, er waren daar graven en dolmens, oeroude wegen en doorgangen die nergens heen gingen, nergens vandaan kwamen. Twee huizen waren feestelijk verlicht, de flikkerende lichtjes een vaag schijnsel in de verte. Daar stond ook de ruïne van een kerkje; de naam van de man die het had gebouwd mocht niet worden uitgesproken of je zou door een verschrikkelijke vloek worden getroffen.”

Die vloek dreint mee op ‘het groene pad’, een plek die zich niet makkelijk laat zien, moeilijk maar prachtig.

Eerdere afleveringen van “Op locatie” leest u hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden