Het goede leven

De tweeling David en Pieter Oyens deelt bijna alles. Deze schilders uit het einde van de 19de eeuw laten hun personages genieten van het leven: eten, drinken, roken en keuvelen.

Gewerkt wordt er zelden op de schilderijen van de schilderstweeling David en Pieter Oyens. Gegeten, gerookt en gedronken des te meer. In de wereld van de gebroeders Oyens heerst geen tijd, geen armoede ook. Hun tijd is het fin-de-siècle dat in Brussel al net zo bruisend was als in Parijs.

In hun schilderkunst is de tijdgeest alom tegenwoordig, maar plaats voor weergave van de werkelijke sociale omstandigheden is er niet. De Oyens kijken goed naar de heersende klasse aan het einde van de 19de eeuw en laten zich het luxe leven welgevallen.

Het Haags Gemeentemuseum biedt met een bijna overladen tentoonstelling een mooi inzicht, niet alleen in die tijd, maar ook in de opvattingen van de twee schilderende broers.

Kunstenaars uit een en dezelfde familie zijn op het ogenblik niet iets bijzonders in de Nederlandse musea. In het zelfde Haagse museum wordt aandacht gevraagd voor de broertjes Jacob, Willem en Matthijs Maris. En het Frans Hals Museum in Haarlem toont vader en zonen De Bray, een schildersgezin uit de 17de eeuw. Maar wat de keus voor de tweeling Oyens zo bijzonder maakt, is dat ze een zelfde schildersopvatting hadden. Hun werk lijkt van een en dezelfde hand te komen. Specialisten die zich uitputtend met het oeuvre van David en Pieter Oyens hebben beziggehouden – op de tentoonstelling en in het boek zijn dat Fred Hendriks en Saskia de Bodt – komen tot de conclusie dat er nagenoeg geen verschillen tussen de twee makers zijn aan te wijzen.

David en Pieter Oyens delen zowat alles. Ze worden in 1842 in Amsterdam geboren, waar hun tekentalent door moeder Oyens al snel wordt ingezien. Acht jaar zijn ze pas als ze de eerste lessen van Johannes Hendrik Veldhuyzen kregen, een schilder met wie ze in contact blijven. Nog geen 18 jaar zijn ze als vader Oyens, een niet onbemiddelde bankier, besluit zijn zoons naar Brussel te sturen. Voor een baan in het bedrijfsleven acht hij hen niet geschikt, maar in Brussel zouden ze een goede scholing als schilder kunnen krijgen. Vijf jaar duurt hun verblijf in de Belgische hoofdstad die door de Franstaligen wordt gedomineerd. Ze voelen zich er thuis.

David woont er aanvankelijk met zijn echtgenote, terwijl Pieter kiest voor domicilie bij zijn ouders in Amsterdam. In 1870, nadat Pieter ook het Parijse kunstleven had verkend, besluiten de broers een gezamenlijk atelier in Brussel te huren. In het vierkante vertrek hangt een gordijn die de ruimte in tweeën verdeelt. Verder delen David en Pieter alles, tot hun modellen aan toe.

Binnen vijf jaar is hun naam in Brussel gevestigd: de verzamelaars staan in de rij om hun schilderijen aan te schaffen. Hun donkere, romantische palet valt juist bij de kapitaalkrachtige burgerij die het in het nieuwe België voor het zeggen heeft in de smaak. Deze klasse is wars van nieuwlichterij als art nouveau of symbolisme.

In de bouwkunst in Brussel is het al niet anders. Als Horta en de zijnen hun eerste gebouwen in de stijl van de nieuwe kunst ontwerpen, vlucht de overheid als voornaamste opdrachtgever naar ontwerpen die eerder neo-classicistisch en dus neo-conservatief zijn. Brussel staat er bol van: de Koninklijke Munt, het Noordstation, het Luxemburgstation en het Paleis van Justitie zijn bombastische forten van behoudzucht, van hang naar het verleden.

David en Pieter bedienen hun publiek met al even weinig vooruitstrevende voorstellingen. De goegemeente keutelt gezellig rond, drinkt een glas wijn in het café, doet zich te goed aan de dis. ’Raak’ en ’origineel’ worden deze schilderijen in de kritieken genoemd. Inderdaad, ze zijn soms heel humoristisch, maar ze missen op sommige momenten diepgang.

Dan blijkt dat er voor Davids werk meer waardering bestaat dan voor dat van Pieter: de eerste valt regelmatig in de prijzen, krijgt onderscheidingen en verkoopt iets beter. Het gaat hen helemaal voor de wind als vader Oyens overlijdt en hen beiden een erfenis van 84 duizend gulden nalaat. Echt sappelen hoeven ze niet. Pieter verkoopt in 1884 zijn grootste schilderij ooit voor het bedrag van 3 duizend gulden. Gevraagd naar wat hen van elkaar onderscheidt, gaat Pieter daar het verst in. Volgens hem staat David voor een spontanere aanpak en een frisser kleurgebruik. Hijzelf werkt soms te lang door aan het schilderij waardoor het stijfjes gaat lijken.

Pieters productie ligt een stuk lager: tegen elk doek of paneel dat hij voltooit staan er twee van David. Zo op het oog bekeken vallen trouwens wel meer zaken op die ingezet kunnen worden om de werken aan de broers onderling toe te schrijven. Opvallend is dat Pieter Oyens’ kleurgebruik vaak heel terughoudend is, terwijl David niet zal nalaten elke voorstelling op te fleuren.

Davids vormbeheersing is soms ook heel levendig of dynamisch te noemen, maar hij heeft minder oog voor detail. Het gaat te ver om te stellen dat David al enigszins tegen het impressionisme aanleunt, maar feit is dat Pieter trouw aan de vermenging van romantiek met realisme blijft.

Pieter overlijdt als eerste in 1894. David leeft acht jaar langer. Voorgoed komen ze naast elkaar te liggen op de Protestantse begraafplaats van de Brusselse gemeente Ixelles. Onwetend van de grote sociale nood die zich bijna letterlijk op de stoep voor zijn huis in Brussel afspeelt, houdt David Oyens zich in die laatste jaren afzijdig van elke vorm van sociaal engagement.

Van Gogh mag de wantoestanden onder de ondervoede boerenbevolking hebben geschilderd, Manet de verwoestende uitwerking van het drinken van absint, Toulouse-Lautrec de verschrikkelijke gevolgen van soa’s hebben ondervonden, David Oyens is oprecht geïnteresseerd in een kokette serveerster of wordt getroffen door de schalkse blik van vrouwen. Zo is hun werk niet meer dan een voetnoot in het boek van de 19de eeuwse kunstgeschiedenis geworden en is deze uitvoerige presentatie iets te veel eer voor hun werk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden