Review

Het gevoel een Rus te zijn

In de geschiedenis van de Nederlandse literatuur staat Paul Rodenko te boek als de woordvoerder van de Beweging van Vijftig. Hij was de samensteller van de bloemlezing 'Nieuwe griffels schone leien' die in oktober 1954, in een oplage van maar liefst tienduizend exemplaren, als Ooievaar-pocket verscheen. De inleiding ging het bevattingsvermogen van menigeen te boven, maar dat gaf niet: de nieuwe poëzie had een literair-historische achtergrond gekregen, van Gorter tot Lucebert, van Gezelle tot Hugo Claus. Vijftig was het resultaat van een lang proces, ook wereldwijd, van modernisering van de poëzie: verzelfstandiging van de klank en verzelfstandiging van het beeld, noemde Rodenko het, heel juist.

'Nieuwe griffels' heeft ettelijke drukken beleefd en in de herinnering van veel jongeren een onuitwisbare indruk gemaakt. Paul Rodenko was in de jaren vijftig, en ook daarvoor, in de naoorlogse positiebepaling en tijdschriftvorming, een man van gezag, maar ook iemand met wie het niet gemakkelijk samenwerken was. 'Ik ben een vreemdeling. Ik sta apart' heet dan ook de biografie die Koen Hilberdink nu van deze intrigerende figuur heeft geschreven. Leidmotieven in het verhaal van dit leven zijn de vader, het gevoel een Rus te zijn, het stotteren en het existentialisme, waarbij nog de psychoanalyse gevoegd zou kunnen worden.

Rodenko's vader Iwan was inderdaad een Russische emigrant, die er een Slavische levenswijze op na hield, met veel drinken, dans en muziek. Een opvliegende man, tiranniek en ondoorgrondelijk. Hij wordt geregeld aangevoerd als oorzaak van psychische problemen van zijn zoon, die er overigens prat op ging een Rus te zijn. Behalve overmatig drankgebruik, zijn leven lang, verklaarde het Rus zijn Rodenko's weinig punctuele gedrag: hij verscheen nooit op tijd op een afspraak. Zijn stotteren weet Rodenko zelf aan het autoritaire optreden van zijn vader, maar het kan ook verband houden met zijn verblijf in een vreemde taalomgeving. Behalve Nederlands hoorde Rodenko om zich heen Lets en Russisch spreken, en toen hij zes jaar was kwam daar nog Duits bij: de familie verhuisde tijdelijk naar Berlijn.

Rodenko is met veel talen in aanraking gekomen en dat heeft zeker bijgedragen aan zijn ontwikkeling tot 'vreemdeling'. Hij ging Slavische taal- en letterkunde studeren in Leiden, maar door de oorlogsomstandigheden moest hij deze studie opbreken en daarna ging hij in Utrecht psychologie studeren. Ook dat is niets geworden. Na de oorlog heeft hij nog even in Parijs vertoefd, waar hij het existentialisme opzoog en kennismaakte met het werk van Antonin Artaud, onder invloed waarvan hij voor het anarchisme koos. Intussen had hij een, ook weer afgebroken, psychoanalyse ondergaan, omdat de problemen hem boven het hoofd groeiden.

De literatuur kreeg er in zijn persoon een erudiete essayist bij, die zowel op filosofisch en psychologisch gebied als op literair en literatuurtheoretisch gebied veel wist. Ik zou niemand weten met een vergelijkbare bagage. Bovendien schreef Rodenko gedichten die opvielen door hun existentialistische en surrealistische karakter en die duidelijk iets nieuws vertegenwoordigden. Hij ontpopte zich als een kritisch begeleider van de actuele literatuur, als recensent in de NRC, als essayist in Literair Paspoort en Podium, onder meer.

En dat allemaal vanuit Den Haag, de woonplaats van zijn ouders en ook de zijne, want hij woonde bij hen in. Hilberdink maakt uitvoerig duidelijk dat ook Den Haag een bloeiend kunstleven had en dat niet alleen in het Amsterdamse dranklokaal Eylders goed werd ingenomen door de artistieke bohème, maar een feit is toch dat de meeste Vijftigers in Amsterdam woonden en dat Rodenko dus in de marge verkeerde. Dat zal hij misschien wel eens onhandig hebben gevonden, maar waarschijnlijk meestal juist plezierig. Hij voelde zich echt een buitenstaander. Vandaar dat het beter lijkt hem niet de woordvoerder van Vijftig te noemen, maar degene die van buitenaf de meest passende blik op de Beweging kon werpen en het best kon verwoorden welke poëzie-opvattingen er achter hun werk schuilden.

Overigens behoorde de dichter die voor Rodenko maatgevend was niet tot de Vijftigers: Gerrit Achterberg. Na een essay in de jaren veertig, dat grote commotie teweegbracht bij Achterberg vanwege de psychologiserende inzet, ontmoetten beiden elkaar en ontstond er een hechte vriendschap. Rodenko was op de hoogte van het feit dat Achterberg een vrouw had doodgeschoten, maar maakte niet openlijk van die kennis gebruik, zoals dat ook niet gebruikelijk was te doen bij leven van de dichter.

Zijn andere vriend was geruime tijd Willem Frederik Hermans, maar halverwege de jaren vijftig keerde die zich tegen hem, waardoor in zekere zin de neergang van Rodenko werd ingezet. ,,Rodenko's volzinnen zijn zwaar als gesmolten olifantenvet' schreef Hermans en er volgde nog veel meer bezwaarlijks. Het heeft ertoe geleid dat Rodenko van 1960 tot 1975 heeft gezwegen.

De biografie beschrijft uitvoerig hoe moeilijk Rodenko het had om het hoofd boven water te houden. Zijn uitgever, de Haagse Bert Bakker, spoorde hem zoveel mogelijk aan, maar Rodenko hield daar weinig aan over. De 'Nieuwe griffels' hebben hem maar vijftig gulden, in één keer afbetaald, opgeleverd, wat in feite een vorm van afpersing is. Rodenko was niet alleen dichter en essayist, maar ook broodschrijver, van bewerkingen van de pikante verhalen uit 'Duizend-en-één-nacht', ook voor de Ooievaar-reeks.

Gelukkig wemelt deze biografie niet van de vrouwengeschiedenissen en kan Hilberdink zich ten volle wijden aan de intellectuele en literaire ontwikkeling van zijn held (al moet het drankprobleem zo nu en dan gememoreerd worden). Rodenko had wel een enkele keer een vriendin, maar hij ging pas serieus samenwonen en zelfs trouwen in 1953. Ruim drie jaar later verhuisde het echtpaar naar Warnsveld, in de Achterhoek. Het onstuimige en rijkelijk met drank besproeide Haagse leven dreigde Rodenko noodlottig te worden en de gedachte was dat er ver weg rust zou komen en regelmaat.

Het alles bijeengenomen nogal tragische leven van Paul Rodenko kreeg tegen het einde nog een onverhoopte opleving. Uitgeverij De Harmonie bracht zijn verzamelde gedichten uit, 'Orensnijder tulpensnijder' (1975) en uitgeverij Meulenhoff de essaybundel 'Op het twijgje der indigestie' (1976), wat enige positieve aandacht opleverde. Maar voordat hij een groot essay, een soort samenvatting van zijn ideeën over poëzie, kon afronden overleed Rodenko in de nacht van 8 op 9 juni 1976 aan de gevolgen van een maagbloeding. Koen Hilberdink zou in het begin van de jaren negentig een monument voor hem oprichten in de vorm van vier delen 'Verzamelde essays en kritieken', een onmisbare uitgave voor wie in Rodenko en in de literatuur van zijn tijd is geïnteresseerd.

En nu heeft Hilberdink een tweede monument opgericht met deze concieze biografie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden