Review

Het geheugen voor de rechter

Het geheugen is een bedrieger, ook al is de eigenaar eerlijk als goud. Nergens blijkt dat duidelijker en dodelijker dan in de rechtszaal.

Maja Vervoort

In een uitzending van 'Mirror Mission' (een tv-serie over het effect van sociaal-psychologische manipulaties) werd de deelnemers gevraagd naar een video te kijken waarop een groepje mensen door elkaar liep en elkaar intussen een bal toewierp.

Er werd met twee ballen gegooid en de vraag aan de toeschouwer was te tellen hoe vaak er een bal gegooid werd. Tussen de vrolijke balspelers door kwam van rechts een in gorillapak verklede man op die, zonder een bal aan te raken, links het beeld weer uitwandelde. Achteraf bleek niemand van de toeschouwers de gorilla-man gezien te hebben, zozeer waren zij geconcentreerd op het tellen van de gegooide ballen. Dus ook als je oplettend naar iets kijkt, of misschien juist als je oplettend naar iets kijkt, zie je toch niet alles.

In het dagelijks leven merken we zéker niet alles op, of we zien iets en vergeten het onmiddellijk. Doorgaans is dat niet iets om je zorgen over te maken. Dat wordt anders wanneer we te maken krijgen met een rechtszaak en we als getuige, slachtoffer of verdachte een verklaring moeten afleggen. Dan is het van groot belang zich je te kunnen herinneren wat je van een gebeurtenis hebt gezien of ervaren.

Er kunnen allerlei fouten optreden, niet alleen omdat het geheugen feilbaar is en herinneringen construeert, maar ook door slechte ondervragingstechnieken van de politie en een gebrek aan psychologische kennis bij justitie en psychiatrische getuige deskundigen. De heropening van de Puttense moordzaak en van de Schiedamse parkmoord hebben op pijnlijke wijze duidelijk gemaakt hoe getuigen in een bepaalde richting gemanipuleerd kunnen worden.

De psychologen Harald Merckelbach en Marko Jelicic van de Universiteit van Maastricht hebben nu alle mogelijke geheugenfouten, die in de rechtszaal of kliniek kunnen optreden, systematisch op een rij gezet, met een uitvoerige uitleg van de werking van het geheugen en van het relevante psychologisch onderzoek naar geheugenfouten.

Ze preciseren wat de betrouwbaarheid van een verklaring inhoudt en komen uit op drie factoren: consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het blijkt dat onder normale omstandigheden mensen in de weergave van een gebeurtenis redelijk consistent en accuraat zijn, maar verre van volledig (zie het experiment hierboven).

Ze maken dus weinig fouten in wat ze zeggen gezien te hebben, maar ze hebben niet alles gezien. Het gaat echter pas goed mis wanneer iemand onder druk staat als gevolg van bijvoorbeeld stress, depressiviteit of hersenletsel. Dan verminderen ook consistentie en accuraatheid. Onder dergelijke omstandigheden kan een verkeerde verhoormethode makkelijk pseudo-herinneringen oproepen.

De auteurs geven daar legio voorbeelden van. Een redelijk betrouwbare getuigenverklaring kan enkele pseudo-herinneringen bevatten of een uitgebreide pseudo-herinnering kan op enkele onderdelen accuraat zijn. Een bewust gelogen verklaring kan uitgroeien tot een pseudo-herinnering waaraan niet meer getwijfeld wordt, enzovoort.

Er heersen bij politie en justitie veel misverstanden op dit gebied die de auteurs met verve én argumenten bestrijden. Zo wordt de veelbesproken trauma dissociatieleer ('een traumatisch gebeurtenis zoals kindermisbruik wordt door het slachtoffer verdrongen maar kan met therapie weer bewust worden gemaakt') nog eens vakkundig naar de prullenmand verwezen.

Ook wil de politie bij een verdachte die zegt zich niets te kunnen herinneren, wel eens aanvoeren dat hij of zij het gepleegde delict heeft verdrongen. Hoogst onwaarschijnlijk, menen de auteurs, ('zo zeldzaam als vogelpoep in een koekoeksklok'), maar helaas voelen sommige verdachten zich na een stevig verhoor zo schuldig dat ze een bekentenis afleggen, die ze later weer herroepen.

Een getuige, slachtoffer of verdachte kan natuurlijk ook gewoon liegen, over een ongebreidelde fantasie beschikken, of verward of psychotisch zijn. In dat geval zijn vragenlijsten en tests volgens de auteurs een betere methode om hierover een juiste diagnose te stellen dan de zogenaamde 'klinische blik' van de forensisch psychiater.

Deze controverse heeft een lange geschiedenis. Een van de tegenargumenten is altijd dat het psychologisch inzicht in de werking van het geheugen veelal berust op onderzoek bij normale proefpersonen, vaak studenten, terwijl forensisch psychiaters zich kunnen beroepen op ervaring met afwijkend gedrag. Gezien in het licht van het vele onderzoek dat inmiddels ook bij getuigen, slachtoffers en patiënten heeft plaatsgevonden, lijkt dit langzamerhand een achterhoedegevecht. Dit boek biedt een gedegen pleidooi voor de psychologische aanpak.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden