Opinie

Het einde van een oude mythe

De linkse terroriste Ulrike Meinhof van de Rote Armee Fraktion was al bij leven een mythe. In talrijke boeken, toneelstukken, films en kunstwerken werd die mythe dertig jaar lang in stand gehouden. De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek rekent in haar jongste toneelstuk met die mythe af. Een ander stuk is morgen te zien in Den Haag.

De ’Jeanne d’Arc van links’ noemde de historicus Joachim Fest haar ooit in een interview in Die Zeit. Hij doelde daarmee op de faam die Ulrike Meinhof genoot bij de intellectuele elite van Hamburg. Meinhof was in de jaren zestig een gevierd columniste en een graag geziene gast op de party’s in de mediastad.

Eind jaren zestig verhuisde ze naar Berlijn. Samen met Gudrun Ennslin bevrijdde ze Andreas Baader uit de gevangenis. Het drietal werd de voorhoede van de Rote Armee Fraktion (RAF), een terroristische organisatie die het onrecht in de wereld gewapenderhand wilde bestrijden. ’Natuurlijk mag er geschoten worden,’ liet Ulrike Meinhof, enkele dagen nadat ze onderdook, per geluidscassette weten. De cassette was de geboorteakte van de RAF.

Haar intellectuele uitstraling bezorgde haar sympathie in linkse kring. De schrijver en Nobelprijswinnaar Heinrich Böll pleitte ervoor de voortvluchtige Meinhof ’genade of een vrijgeleide’ te schenken. Enkele weken nadat hij dat in Der Spiegel schreef, begon de RAF een moorddadig offensief. Een paar maanden later werd Meinhof gearresteerd.

De gevangen Meinhof werd een martelares. De brieven waarin ze de ’isolatiefolter’ beschreef, leidden tot wereldwijde verontwaardiging. Op uitnodiging van Meinhof kwam de Franse filosoof en Nobelprijswinnaar Jean-Paul Sartre naar de gevangenis in Stammheim. Geschokt vertelde hij de pers wat hij meende te hebben gezien. Later bleek dat de RAF-gevangenen meer privileges hadden dan welke gevangene ook.

Op 9 mei 1976 hing de zwaar overspannen Meinhof zich in haar cel op aan haar in repen gescheurde handdoek. Niemand van de talrijke sympathisanten geloofde in zelfmoord. In veel Duitse steden braken rellen uit. De demonstranten riepen de staat uit tot moordenaar.

Ze was toen al lang een mythe geworden. Haar foto hing in menig studentenkamer of woongroepkeuken naast de afbeelding van Che Guevarra. Het was de foto van het opsporingsplakaat: halflang donker haar rond een Madonna-achtig gezicht met neergeslagen ogen. ’Poging tot moord, 10.000 mark beloning’, meldde het plakaat. Gemoord heeft Meinhof nooit. Verder dan een paar stumperige bankovervallen heeft ze het niet gebracht.

In de dertig jaar die sinds haar dood zijn verstreken, hebben velen zich afgevraagd hoe een intelligente en geëngageerde vrouw in het geweld verdwaald kon raken. Er werd een mythe rond Meinhof gesponnen van een vrouw die het goede wilde, maar het kwade deed. De fascinatie voor haar was groot. Een tentoonstelling, vorig jaar in Berlijn, liet zien hoe kunstenaars door de jaren heen Meinhof en de RAF tot iconen van onze cultuur verhieven.

Een maand geleden was in het Amsterdamse Frascati een nogal onbeholpen theaterstuk te zien waarin Meinhof nog steeds als een moderne Jeanne d’Arc wordt vereerd en zelfs ’vet cool’ wordt genoemd. De theatermaakster Anna Rottier schreef het stuk ’Verdammt, ich lieb’ dich!’ in de stellige overtuiging dat Meinhof in de gevangenis spijt had van haar daden. Met die overtuiging spint de schrijfster onbekommerd voort aan de oude mythe.

Iemand die die mythe heftig bestrijdt, is Meinhofs dochter Bettina Röhl. In haar ogen is haar moeder allesbehalve een heldin. Een verkeerd huwelijk, de verkeerde overtuigingen en de verkeerde vrienden zouden haar op het gewelddadige pad hebben gebracht. Met heftige verbittering bestrijdt de journaliste Röhl alles en iedereen die iets positiefs meent te zien in Meinhofs daden.

Dat in die verbittering een groots moeder-dochterdrama schuilt, voelde de actrice Marie-Louise Stheins goed aan. Op haar initiatief schreef theatermaker Gerardjan Rijnders het stuk ’Drakengebroed’, dat eind september bij het Nationale Toneel in première ging en morgen nog te zien is in het Theater aan de Haven in Den Haag. In dat stuk ruziet Bettina Röhl met haar veel ingetogener tweelingzus Regina over hun moeder. Regina tegen Bettina: ’Je wilt haar maar niet begraven, je wilt haar telkens opnieuw vermoorden.’

Ook in ’Drakengebroed’ blijft de mythe-Meinhof onaangetast. In een publieke discussie met Anna Rottier in Frascati bekende Rijnders dat hij Meinhofs optreden destijds ’helemaal niet zo verwerpelijk’ vond: ’Ze stelde een daad.’ Dat Meinhof en de RAF ’een daad stelden’, is een terugkerend motief in het werk van de mythebouwers rond het linkse terrorisme van de jaren zeventig.

Iemand die dat verlangen naar de daad altijd al verdacht heeft gevonden, is de Oostenrijkse schrijfster en Nobelprijswinnaar Elfriede Jelinek. Meer dan vijftien jaar geleden plaatste ze in de tekst ’Wolken.Thuis’ de dadendrang van de RAF op één lijn met die van de meest duistere tradities in het Duitse denken. Dat denken is doordrenkt van idealisme en doodsverering, liet ze in haar tekst zien. En diezelfde motieven vind je terug in de teksten die Meinhof in de gevangenis schreef.

Jelineks jongste toneeltekst gaat opnieuw over Meinhof en de RAF. Maar anders dan de mythebouwers breekt ze de Meinhof-mythe volledig af. Het stuk ’Ulrike Maria Stuart’, dat momenteel in het Hamburgse Thalia-theater wordt gespeeld en door de Duitse pers juichend is ontvangen, zet Meinhof neer als een deerniswekkende figuur. Aan het eind van het stuk staat iedereen die ook maar een greintje sympathie voor Meinhof heeft gekoesterd, er belachelijk bij.

’Ulrike Maria Stuart’ is een meedogenloze satire op het RAF-project. Centraal in de groteske mislukking van het linkse terrorisme staat voor Jelinek de machtsstrijd tussen de rivalen Meinhof en Ensslin. Daarin ziet ze een herhaling van de strijd tussen de koninginnen Maria Stuart en Elisabeth in het drama van Friedrich Schiller. ’Al zulke machtsspelen,’ verklaart Jelinek in een interview over het stuk, ’eindigen onherroepelijk met de dood.’

Jelinek ontzegt Meinhof ieder heldendom. Meinhof is in het stuk een verwarde, intellectuele zombie, die uit zelfvertwijfeling met ideologische slogans om zich heen strooit. Ze delft het onderspit tegen de zelf- en modebewuste Ennslin, die de hoofdprijs krijgt: Andreas ’Baby’ Baader. ’Zo,’ zegt Meinhof berustend, ’de revolutie vreet nu een kind op. Mij. Eet smakelijk!’

’Ulrike Maria Stuart’ is in de handen van Jelineks favoriete regisseur Nicolas Stemann een revolutiecircus geworden, een terroristisch vaudeville. Platte grappen en grof spektakel worden afgewisseld met scènes vol haat, vertwijfeling, onmacht, eenzaamheid en zelfdestructie. Van de RAF blijft slechts een armetierige bende egocentrische tobbers over.

’Der Untergang 2’ valt op een filmdoek op het toneel te lezen: ’De laatste dagen van Stammheim’. In de film ’Der Untergang’ is Hitler in zijn bunker een tragische figuur die desalniettemin geen greintje medelijden oproept. Hetzelfde geldt voor Jelineks Meinhof in de gevangenisbunker van Stammheim. Als Meinhof aan haar strop boven de bühne bungelt is tegelijk met de figuur de mythe gestorven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden