Review

Het eigen hart is als een stuk vreemd vlees

De Franse filosoof Jean-Luc Nancy had een hart waar hij zich van moest bevrijden om te overleven. Na een harttransplantatie staan hem controles en nieuwe ziekten te wachten. In zijn nieuwste boek buigt hij zich over de betekenis van ziekte en leven.

Nancy zou vorige maand Nederland bezoeken ter gelegenheid van de vertaling van zijn boek over harttransplantatie - over zíjn harttransplantatie. Maar hij was te ziek om te reizen.

Zijn immuunsysteem is platgelegd om te voorkomen dat hij zijn nieuwe hart afstoot. Daardoor kunnen ziekten onbekommerd in hem woekeren. Dat gebeurde Nancy deze maand nog heviger dan anders.

Sinds de transplantatie heeft hij last van geheugenverlies en gordelroos, om maar twee gebreken te noemen. Een paar jaar geleden kwam daar nog kanker bij.

Nancy's hart werkte niet meer goed ('om nooit opgehelderde redenen', zegt hij) en hij kreeg zo'n tien jaar geleden een harttransplantatie. Nu loopt hij rond met een hart dat 'best van een zwarte vrouw kan zijn'. Wat we niet lezen in 'De indringer', zijn kleine filosofie van de harttransplantatie, is dat mensen tegenwoordig na een harttransplantatie nog gemiddeld tien jaar leven.

'De indringer' is een ontroerend boek. Het boek staat dan ook op internet op een literatuurlijst met boeken van hartpatiënten, bedoeld voor hartpatiënten. Ondanks de filosofie, blijft het ook een persoonlijk verslag van de transplantatie.

Of beter: hij kijkt van zo dichtbij naar zichzelf - naar zijn lichaam, naar zijn geest die misschien niet meer dan lichaam is - dat alles vreemd wordt. Als de huid die landschap wordt onder een microscoop.

Die verknoping van het vreemde en het eigene is ook het thema van zijn boek. Het hart is 'eigen', is het symbool van het meest eigene, maar het wordt vreemd, al vóór hij het vreemde hart krijgt.

De vertrouwde metgezel - niet eens vertrouwd, maar onopvallend - komt door het falen tevoorschijn. Nancy heeft een hart waar hij zich van moet bevrijden om te overleven; hij staat tegenover zijn hart. Maar tegelijkertijd is hij zijn hart. Nancy wordt zo een indringer in zichzelf. ,,Nooit eerder werd ik met een dergelijke scherpte geraakt door de vreemdheid van mijn eigen identiteit'', schrijft Nancy.

Hij ziet zijn hart afwisselend als een stuk vlees, vreemd en zonder betekenis, en als het meest eigene. Daarin zal hij niet verschillen van andere patiënten, die in hun vertwijfeling niet weten wat ze moeten denken of voelen over hun bedreigde hart.

Maar bij Nancy is de aarzeling ook een filosofische geste: vreemd of vertrouwd, het onderscheid valt niet meer te maken. En de vervreemding blijft groeien: zijn naasten en zijn artsen, vooral de artsen staan hem bij en praten over zijn lichaam. Zijn lichaam wordt geopend om er een nieuw hart in te zetten. En het wordt nooit meer gesloten, zegt Nancy. Het nieuwe hart brengt met zich mee dat er nieuwe ingrepen volgen, controles en nieuwe ziekten.

Voor Nancy wordt het moeilijk om nog een onderscheid te maken tussen zichzelf en al die indringers. ,,Ik ben de ziekte en de geneeskunst, ik ben de kankercel en het donor-orgaan.''

Het boek van Nancy is een voorbeeld voor alle filosofie die zich met de geneeskunst bezighoudt. Waar het debat over de gezondheidszorg langzamerhand is gekoloniseerd door de ethiek, die alleen gaat over de vraag wat te doen, vraagt Nancy naar de betekenis van ziekte en leven. Vooral de Angelsaksisch geïnspireerde ethiek, die zo dominant is, houdt zich daar nauwelijks mee bezig. Ook bij de medisch-ethische commissies, die alles vast willen leggen in protocollen, is weinig ruimte voor de vragen van Nancy - en waarschijnlijk van veel patiënten.

Terug naar de zieke Nancy. Hij zit drie weken in een steriele ruimte. Eerst wordt zijn bloed buiten zijn lichaam om gevoerd om stofjes af te tappen. Daarna ondergaat hij een zware chemokuur. Het immuunsysteem wordt krachtig onderdrukt. Koortsaanval volgt op koortsaanval.

Hij komt verdwaasd uit het avontuur. Hij was niet meer dan een ,,golfbeweging, een onbeslist-zijn van de vreemdheid tussen toestanden die zich moeilijk laten kennen, tussen pijnen, tussen verschillende soorten onmacht, tussen flauwtes''.

De thematiek van het vreemde behandelt Nancy ook in andere, vaak meer doorwrochte boeken, en het komt ook terug in het essay over Los Angeles dat bij deze bundel is gevoegd.

De gedachte dat het vertrouwde, innerlijke de plaats van het meest onvertrouwde is, spreekt me aan, zegt hij in een interview dat in het boek is opgenomen. Daar waar men in zichzelf denkt door te dringen vindt men het vreemde.

,,Zo begrijp ik Augustinus' interior intimo meo: dieper in mij dan het diepste in mij is er het andere, de anderen, dat wil zeggen dat wat buiten is, maar ook dat wat, van binnen, voor mij vreemd blijft.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden