RecensieExpositie

Het echte Lam Gods kijkt ons weer aan, jammer van de armetierige presentatie

Beeld Sint-Baafskathedraal Gent

Vlaanderen eert dit jaar zijn grootste schilder, Jan van Eyck. Hoogtepunten zijn de terugkeer van het originele Lam Gods en een tentoonstelling over zijn obsessie voor details.

Na een restauratie ziet de Aanbidding van het Lam Gods, Van Eycks meesterwerk, er weer uit zoals de Vlaamse meester het in 1432 schilderde. Het is geen lief lam meer.       

Zo kijkt een lam toch niet uit zijn ogen. Hebben de restauratoren er een potje van gemaakt? Ze waren een hype op sociale media, de ‘nieuwe’ ogen van het Lam Gods. Het lam is ‘belachelijk’ gemaakt, zegt restaurator Hélène Dubois. Volledig ten onrechte, benadrukt ze, want het zijn de originele ogen zoals Jan van Eyck ze in 1432 heeft geschilderd op zijn wereldberoemde altaarstuk, ‘De aanbidding van het Lam Gods’. Na een ingrijpende restauratie zijn de binnenluiken weer te zien in de Sint-Baafskathedraal in Gent.

Dubois, vanaf het begin (2012) betrokken bij de restauratie van Van Eyks meesterwerk door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, wil graag uitleggen hoe het nu echt zit met de ogen van het lam. Net als andere delen van het altaarstuk is de kop van het lam rond 1650 rigoureus overschilderd. “Op het oorspronkelijke schilderij stonden de ogen lager en frontaal, zoals bij mensen. Bij schapen zitten ze aan de zijkant. Ook de neus en mond waren door Van Eyck veel geprononceerder geschilderd. Hij wilde het Lam Gods er menselijk uit laten zien: alsof Christus zelf ons aankijkt.”

Het Lam Gods voor en na de restauratie.

In die tijd was het volgens Dubois normaal om een lam met een menselijk gezicht af te beelden. Er zijn meer voorbeelden van de haast hypnotiserende blik bij Van Eyck, ook bij duiven. Dubois: “Van Eyck wilde met dit menselijke lam heel dicht bij de bijbelse betekenis komen van het Lam Gods als Jezus Christus die geofferd is voor onze zonden.”

Vier oren

Een eeuw later veranderden de schilders Jan van Scorel en Lancelot Blondeel het vermenselijkte lam in een ‘echt’ schaap met een kleinere kop en andere oren. Bij een eerdere restauratie in 1951 waren de originele oren al tevoorschijn gekomen. Bij gebrek aan tijd liet de restaurator de later geschilderde oren maar zitten, waardoor het lam de afgelopen decennia vier oren had.

Op maar liefst 50 procent van het centrale paneel waren de originele taferelen weggeschilderd, vertelt Dubois. Waarschijnlijk wilde men het schilderij opfrissen en was een menselijk lam niet meer in de mode. Onder de overschilderingen bleken ook gebouwen schuil te gaan. En het gras was oorspronkelijk veel frisser groen en de luchten waren blauwer. Dubois: “Ook kwamen er tal van mooie reflecties tevoorschijn. Zelfs korstmossen en bergkristallen werden weer zichtbaar.” Dat de overschilderingen zonder schade konden worden verwijderd, is te danken aan de vernislagen die als een ‘buffer’ tussen de verflagen zaten.

Door de overschilderingen hebben we dus eeuwenlang een heel ander Lam Gods gezien. Dubois: “Het is nu geen lief lam meer. Het kijkt ons dwingend aan, het wil oogcontact maken. Je ziet dat het zich bewust is van het offer dat het heeft gebracht voor ons.”

Daarom is het jammer dat we het lam nu niet in de ogen kunnen kijken. Het is natuurlijk vloeken in de kerk. Maar na al het tromgeroffel valt het tegen, de hernieuwde kennismaking. Voor alle duidelijkheid: het ligt niet aan de restauratoren, want de kleuren sprankelen en het lam straalt je tegemoet. Maar het kijkplezier wordt verpest door de armetierige presentatie.

Teleurstelling

Wat had je je willen vergapen aan de ragfijne details die de restauratoren hebben blootgelegd door vervuilde vernislagen en overschilderingen te verwijderen. Dat gaat niet, want de panelen zijn teruggeplaatst in de zwaarbeveiligde ‘kooi’ met pantserglas, waarin het veelluik sinds 1987 wordt getoond. Niet alleen de afstand is te groot voor oogcontact met het lam. Het verouderde pantserglas vertroebelt het zicht.

Restaurator Dubois kan zich de teleurstelling voorstellen. Twee van de drie fases zijn nu afgerond door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. De komende jaren volgt nog de restauratie van de bovenste panelen, inclusief die van Adam en Eva. We moeten nog even geduld hebben, zegt Dubois. Elders in de kathedraal, in de Sacramentskapel, wordt hard gewerkt aan een ruimere behuizing met extreem helder beveiligingsglas. Het is jammer voor de duizenden bezoekers die in dit Van Eyckjaar van over de hele wereld naar Gent komen, maar die ruimte is pas op 8 oktober klaar. Ook daar is het Lam Gods niet van heel dichtbij te zien.

Om toch in die behoefte te voorzien, komt er een bezoekerscentrum in de kathedraal. Daar kunnen we met behulp van augmented reality de bewogen geschiedenis van het meesterwerk beleven. Ook kunnen we oog in oog staan met het lam, dat zich via een speciale bril levensgroot zal openbaren.

Beeld Sint-Baafskathedraal Gent

Twee panelen gestolen

Het altaarstuk ‘De aanbidding van het Lam Gods’ bestaat uit twaalf panelen, waarvan er acht met scharnieren gesloten kunnen worden. De vleugels zijn aan beide kanten beschilderd, zodat er verschillende voorstellingen zijn als de panelen open of dicht zijn. Hubert van Eyck nam de opdracht aan, maar hij overleed in 1426. Aangenomen wordt dat zijn jongere en bekendere broer Jan het schilderde.

Op 6 mei 1432 werd het geïnstalleerd in de Vijdkapel van de Sint-Baafskathedraal (destijds Sint-Jan), genoemd naar de opdrachtgever Joos Vijd, een Gentse politicus en koopman. In 1934 werden twee panelen gestolen, waarvan één met de voorstelling van de ‘rechtvaardige rechters’ (uiterst linksonder) nooit is teruggevonden. Wat nu te zien is, is een kopie.

Schilderen was voor Jan van Eyck een religieuze beleving. ‘Hij had een onwaarschijnlijk observatievermogen.’

Een vogel is bij Jan van Eyck altijd herkenbaar. Kenners kunnen aan de vlucht zien of het een boerenzwaluw is of een huiszwaluw. Geologen kunnen in zijn rotspartijen de gesteenten determineren en plantkundigen de bloemen op zijn schilderijen.

Dat Jan van Eyck (ca. 1390-1441) een groot schilderstalent was, is bekend. Hoe hij zijn werk zo extreem wist te perfectioneren, kunnen we nu zien op de grootste tentoonstelling ooit met dertien van zijn twintigtal bewaard gebleven werken in het Museum voor Schone Kunsten in Gent. Centraal staan de acht gerestaureerde buitenpanelen van het Lam Gods, die nu voor het eerst buiten de Sint-Baafskathedraal worden getoond. De centrale panelen zijn nog in de kerk. Ook de twee nog niet gerestaureerde panelen van Adam en Eva hangen er. Daarnaast worden honderden werken van tijdgenoten en navolgers getoond.   

Opdrachtgever Joost Vijd is door Van Eyck met ouderdomsvlekjes, pukkels en wallen onder de ogen afgebeeld.Beeld Sint-Baafskathedraal Gent

Het zijn niet alleen de grote werken die tot de verbeelding spreken. Ook in het minuscule paneeltje ‘Heilige Franciscus ontvangt de stigmata’ komen de talenten van Van Eyck allemaal samen. De rotsen zijn uiterst precies geschilderd en ook het landschap is tot in de finesses uitgewerkt en krijgt diepte door de rivier, de stad en bergen op de achtergrond. Op de voorgrond staan twee levensechte figuren. Als eerste in de westelijke schilderkunst beeldde Van Eyck mensen niet mooier af dan ze waren. Zo ziet de Man met de blauwe kaproen, een van de topstukken in Gent, er ongeschoren uit. Joos en Elisabeth Vijd, het oudere paar dat de opdracht gaf voor het Lam Gods, beeldt hij af met ouderdomsvlekjes, pukkels en wallen onder de ogen. Ook naar het al even kleine ‘Madonna bij de fontein’ zou je een uur kunnen kijken, en dan ontdek je nog steeds nieuwe, ragfijne details, zoals de reflecties van het licht in de waterbelletjes. Van Eyck kon toveren met licht net zoals hij ook de illusie van goud kon schilderen, zonder bladgoud te gebruiken.

Oog-handcoördinatie

Na tientallen jaren van onderzoek voelt Maximiliaan Martens zich nog steeds ‘uitgedaagd’ door Van Eyck. Met de hoogleraar kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent, gastconservator van de tentoonstelling, zijn we neergestreken op een bankje in een van de dertien zalen. Hij heeft de reputatie, vertelt Martens lachend, dat hij ‘drie weken over Van Eyck kan praten zonder adem te halen’. Ook nu is zijn woordenstroom over het ‘buitenaardse’ talent van de Vlaamse meester niet te stuiten.

“Hij had een onwaarschijnlijk observatievermogen. Hij schilderde planten zoals we ze later zien afgebeeld in encyclopedieën uit de zeventiende eeuw. Wat hij waarnam kon hij door zijn uitzonderlijke oog-handcoördinatie ook nog eens heel precies weergeven.” Van Eyck was een geleerde man. Er is weinig bekend over hem, ook niet over zijn opleiding, zegt Martens. Wel staat vast dat hij als hofschilder van Filips de Goede van Bourgondië veel reisde en in intellectuele kringen verkeerde. “Zijn kennis van de Bijbel en Klassieke Oudheid zien we terug in talloze verwijzingen in het Lam Gods. Dat hij op de hoogte was van de optica, de werking van licht, etaleert hij met zijn weergaloze reflecties.”

De essentie van de kunst

Van Eyck moet volgens Martens kennis hebben gehad van de geschriften van de elfde-eeuwse Arabische astronoom en wiskundige Alhazen, die vanaf het midden van de dertiende eeuw in het westen als een belangrijke bron van kennis op het gebied van optica wordt beschouwd. Ook speelt hij met het perspectief en wekt hij de illusie dat figuren uit de lijst ‘stappen’. Martens: “Hij was een meester in het schilderen van illusies.” De mythe dat hij de uitvinder was van olieverf, werd al eerder doorgeprikt.

‘Madonna bij de fontein’Beeld AFP

Dat Van Eyck hem blijft uitdagen heeft ook te maken met het mysterie waarom hij op het ‘obsessieve’ af de werkelijkheid tot in detail wilde weergeven. Dat was niet alleen om te pronken met zijn kennis en techniek, meent Martens. “Met deze vraag komen we ook bij wat de essentie van de kunst van Van Eyck is. Van cruciaal belang daarbij is de destijds wijdverbreide opvatting dat kennis en inzicht in de natuur toegang verschaffen tot kennis van de schepping van God. Een van de grote theologische vragen van die tijd was: hoe kunnen we ooit God zien? Van Eyck heeft die theorieën geïntegreerd in zijn schilderkunst. Door het scherp observeren van de werkelijkheid kwam hij heel dicht bij de schepping en kon hij God dus al een beetje zien. Ik denk dat dat zijn drijfveer was. Het artistieke proces was ook een religieuze beleving voor hem.”

Van Eyck. Een optische revolutie, t/m 30 april in het Museum voor Schone Kunsten, Gent. De tentoonstelling maakt deel uit van het Van Eyckjaar, het sluitstuk van de manifestatie Vlaamse Meesters, die in 2018 begon met Peter Paul Rubens en gevolgd werd door Pieter Brueghel de Oude. visit.gent.be

Lees ook:

Schaap en jihadist zijn welkom in het Lam Gods van Milo Rau

Waar Milo Rau neerstrijkt is de controverse nooit ver. Voor zijn openingsvoorstelling ‘Lam Gods’ vroeg de nieuwe artistiek leider van NTGent voormalig Syriëstrijders om te komen auditeren. ‘De parallel tussen de kruisvaarders van toen en de jihadisten van nu is zo voor de hand liggend. Daar móeten we over praten.’

Nieuw spoor van gestolen zijpaneel ‘Lam Gods’

Het middeleeuwse schilderij van de ‘rechtvaardige rechters’ ligt verstopt in een ondergrondse gang in het centrum van Gent. Dat beweren de Vlaamse jeugdboekenschrijver Marc de Bel en amateurspeurder Gino Marchal. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden