Review

Het echte Indië, zoals het was

Hoe zag Nederlands-Indië er werkelijk uit? Foto's en beschrijvingen uit die tijd zijn er genoeg, maar ze geven vooral een beeld van de koloniale, Europese wereld. Heel anders zijn de foto's van Augusta de Wit, onlangs herontdekt door het Tropenmuseum. Er staat geen blanke op. Augusta de Wit reisde als journalist naar gebieden waar bijna niemand was geweest

Met lichte argwaan kijken de vier kinderen naar de fotograaf. Het zijn drie jongetjes en één meisje, zomaar wat dorpskinderen, onder een boom op een marktplein in Zuid-Borneo. Op de achtergrond kijkt een gehurkte man in sarong ontspannen toe. Het zou een foto van nu kunnen zijn, maar hij werd genomen rond 1911.

,,Een unieke opname'', oordeelt Janneke van Dijk, fotoconservator bij het KIT Tropenmuseum in Amsterdam. Duizenden foto's van het voormalige Nederlands-Indië heeft ze in de loop der jaren onder ogen gehad. ,,Maar zo'n alledaags beeld als dit, ben ik nooit tegengekomen. Het bijzondere aan deze foto is dat we gewone mensen zien, in alledaagse omstandigheden.''

Dat alledaagse Indië is bijna niet vastgelegd; we kunnen alleen maar raden hoe dat eruit zag. Fotografie was destijds nog zo bijzonder, dat fotografen vooral 'officiële' opnames maakten: van koloniale gebouwen en ondernemingen, van koloniale families. Als er al 'autochtone' Indiërs opstonden, waren het meestal folkloristische of antropologische opnames. Maar deze foto is anders. Zó zag het gewone Indië er dus uit, bijna honderd jaar geleden. Hij is te zien op een kleine expositie in het Tropenmuseum, dit weekeinde geopend.

Zo goed als zeker is de foto gemaakt door de Nederlandse schrijfster Augusta de Wit. Zij reisde tussen 1911 en 1913 door de kolonie, als journaliste van de Nieuwe Rotterdamse Courant. Twee jaar kostte het haar om van het uiterste westen -de havenstad Sabang- naar het uiterste noordoosten -Merauke, op Nieuw-Guinea- te trekken. Die reizen waren in meerdere opzichten uniek.

De ongehuwde Augusta de Wit reisde per pakketboot naar gebieden die vrij recent onder Nederlands bestuur waren gekomen: Sumatra, Borneo, Bali. In het achterland maakte ze reportages; op veel plaatsen was nooit eerder een onafhankelijke waarnemer geweest. Ze ging er niet op zoek naar de Nederlandse activiteiten of 'bezienswaardigheden'. Ze beschreef juist het dagelijks leven van de boeren, vissers, houtsnijders -en dat was nieuw. Ook in 1896 had ze al eens een grote reis gemaakt, op Java, voor een Engelstalige krant in Singapore waarvoor ze toen werkte.

,,Augusta de Wit was bij mijn weten de eerste auteur die actief en consequent op zoek is gegaan naar de leefwereld van de 'autochone' bevolking, de wereld buiten het kleine cirkeltje van het koloniale Java'', bevestigt Neerlandica Darja de Wever. ,,Ze ging niet naar de Borobudur, wel naar de rijstoogst of een drukbezocht hanengevecht. Ze schreef de eerste literaire reisverhalen over het alledaagse Indië'', zegt De Wever. Zij is co-auteur van een zojuist verschenen boek over Augusta de Wit en vele andere vergeten, vrouwelijke reisauteurs in Nederlands-Indië.

Helaas kent niemand de reisverhalen meer, zelfs historici zijn er onbekend mee. In Nederland is Augusta de Wit alleen nog bekend van haar romantische novelle 'Orpheus in de dessa' (1902), een literair uitstapje dat heel anders van toon en thematiek is dan haar journalistieke werk. ,,De meeste kenners van de Nederlands-Indische letteren beoordelen haar op basis van die novelle als een achterhaalde auteur. Maar haar reisverslagen zijn verrassend modern, juist omdat ze naliet een waardeoordeel uit te spreken over de levens die ze beschreef'', zegt Darja de Wever.

Bij het verslag van de rijstoogst op Java schetst Augusta de Wit bijvoorbeeld hoe rijstboeren en gouvernement totaal verschillende ideeën hebben over de manier waarop de oogst moet worden binnengehaald. De boer ziet het oogsten als eerbetoon aan de goden. Uit respect snijdt hij elke rijsthalm afzonderlijk af, 'met een beweging zo keurig, of hij bloemen plukte'. Het gouvernement wil snellere oogstmethoden invoeren. Maar de boeren vindt 'tijd' geen argument om het gebruik van de voorvaderen op te geven. ,,Er is tijd, hij heeft tijd, en zal dien altoos hebben! Wat is dat voor dwaze praat, iets te willen wat men al heeft en altijd hebben zal'', beschrijft De Wit het verschil van inzicht.

Op haar reizen naar Sumatra, Borneo en Bali moet Augusta de Wit een zware platencamera met glasnegatieven hebben meegesjouwd. Die nam ze bijvoorbeeld mee in de prauw waarmee ze op Borneo de Barito-rivier afvoer; zo kwam ze ook de kinderen op het marktplein tegen. De Wit kocht ook wel foto's onderweg, van professionele fotografen. ,,Helaas heeft ze nergens vastgelegd welke foto's ze zelf heeft gemaakt. Dat is wel lastig, nu we een expositie wilden samenstellen'', zegt Janneke van Dijk van het Tropenmuseum.

Augusta de Wit, die overleed in 1939, schonk de foto's kort na haar terugkeer naar Nederland aan het museum. Daar lagen ze bijna negentig jaar min of meer ongebruikt in het archief. Pas nu is de collectie zélf op waarde geschat.

Af en toe fotografeerde ze de exotische types: Balinese vorsten, Javaanse prinsen. Maar het grootste deel van de collectie gaat over de miljoenen anderen: de Javaanse smid aan het werk, een Borneose visser op het drooggevallen strand, een paar Batak-vrouwen met opmerkelijke oorsieraden, dorpelingen aan het werk op Sumatra. Juist omdat er geen Nederlanders opstaan, lijken het bijna opnamen uit 2003. In de armste delen van Indonesië zijn zulke foto's nog steeds te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden