null Beeld

BoekrecensieRoman

Het doek van ‘De grote eeuw’ valt na tien romans in 2001

De romanreeks ‘De grote eeuw’ wordt voltooid met een tiende deel waarin Jan Guillou opnieuw bijzonder goed in staat blijkt de sfeer van een decennium weer te geven. Ook de jaren negentig.

‘Uitgeput van het schrijven’, zo noemt de Zweedse schrijver Jan Guillou (1944) zich na het beëin­digen van het laatste deel van zijn monsterproject ‘De grote eeuw’, dat toepasselijk Het einde van het verhaal heet. De familiesaga die in 1901 begon en die in dit laatste boek in 2001 eindigt, telt ruim 4000 pagina’s, verdeeld over tien boeken die elk een decennium omspannen. Daarbij verweeft Guillou telkens de grote historische gebeurtenissen met het verhaal van de familie Lauritzen.

Voor de schrijver was het cruciaal dat het een ‘familieverhaal over drie generaties’ zou worden. Dat is ook hoe zijn grote voorbeeld Thomas Mann het deed in De Buddenbrooks. Guillou kwam op het idee voor ‘De grote eeuw’ toen zijn vrouw, Ann-Marie Skarp, mede-eigenares van hun uitgeverij ­Piratförlage vaststelde dat geen enkele schrijver het had aangedurfd een reeks te schrijven die de hele twintigste eeuw omvatte. Guillou nam de uitdaging aan, met succes: lezers verslinden zijn romans. In Zweden alleen al verkocht Guillou tien miljoen exemplaren, en zijn werk is vertaald in twintig talen.

Boeken voor het grote ­publiek

Zijn besluit om ‘boeken voor het grote ­publiek te gaan schrijven’ situeert hij zelf in de jaren zeventig, toen de linkse schrijvers Maj Sjöwall en Per Wahlöö zich gingen bedienen van het traditioneel conservatieve detectivegenre om misstanden bij de politie aan te klagen. Dat ‘genas’ Guillou van het verlangen ‘een geniale’ – lees ‘ongelezen’ – schrijver te willen worden. Sindsdien schrijft hij ‘om de wereld te beïnvloeden’ en dat is hem, zo moet gezegd, vaak gelukt, zowel met zijn romans als zijn journalistieke werk.

De macht van de pen ontdekte hij toen hij een artikel publiceerde over de kostschool Solbacka, waar hij zelf schoolliep: een hel van lijfstraffen en psychische terreur. Het artikel leidde ertoe dat de school de deuren moest sluiten. In 1973 onthulde Guillou dat er een Informatiebureau (IB) opereerde buiten de controle van de reguliere Zweedse inlichtingendienst SäPo om, die linkse organisaties bespioneerde, inbrak in huizen, en zelfs moorden pleegde. Het schandaal was ongezien. Guillou werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, die hij uitzat in de zwaarst bewaakte gevangenis van Zweden.

Vluchtelingen uit Kosovo in Servië, 1999. Beeld Sygma via Getty Images
Vluchtelingen uit Kosovo in Servië, 1999.Beeld Sygma via Getty Images

In die tijd was de schrijver lid van de marxistische Clarté-beweging. Tot op de dag van vandaag beschouwt hij zich overigens als ‘zeer links’. In de columns die hij schrijft voor Aftonbladet neemt hij resoluut anti-Amerikaanse standpunten in over het conflict in het Midden-Oosten, is hij uiterst kritisch over de Is­raëlische politiek tegenover de Palestijnen en bekritiseert hij snoeihard de door Amerika ­gelanceerde ‘oorlog tegen het terrorisme’.

Een heel burgerlijke afkomst

Tegelijk behoort Guillou via zijn Zweeds-Noorse moeder Marianne Botolfsen tot een erg rijke familie en was zijn vader Charles Guillou een Franse ambassadeur. Een heel burgerlijke afkomst, zeg maar, die resoneert in de familie Lauritzen uit ‘De grote eeuw’. De drie arme visserszonen Lauritz, Oscar en Sverre Lauritzen klimmen via hun ingenieursstudies in Dresden en hun huwelijk met aristocratische vrouwen op tot de hoogste regionen van de samenleving. Vanuit die positie lukt het hen vlot om aanwezig te zijn bij belangrijke gebeurtenissen van de twintigste eeuw en kan Guillou het ­familieverhaal gladjes verweven met de grote geschiedenis.

In het tweede boek (Dandy uit het noorden) is het via de emigratie naar Engeland van de kunstminnende homoseksuele broer Sverre – de derde visserszoon die in Dresden ingenieur werd – dat Guillou toegang krijgt tot de Bloomsbury-groep en de Britse geschiedenis. In het vijfde boek (Blauwe ster) is Johanne, dochter van Lauritz, een verzetsstrijdster die Joden uit Noorwegen smokkelt. Ze maakte deel uit van een groep vrouwen die zich uit idealisme prostitueerde om SS’ers cruciale oorlogsinformatie te ontlokken. Dat deze vrouwen na de oorlog vergeten werden, is een onrecht dat Guillou graag aan de vergetelheid ontrukt. Zo raken de familieleden via hun politieke of maatschappelijke keuzes telkens weer ­betrokken bij de grote gebeurtenissen van het beschreven decennium, waarvan Guillou als geen ander de typerende mentaliteit weet te vatten.

Vanaf het zesde boek (Echte Amerikaanse jeans) neemt de derde generatie het voortouw en komt advocaat Eric Letang, kleinzoon van de tweede broer Oscar en onmiskenbaar het ­alter ego van de schrijver, steeds scherper in beeld. In de volgende delen die gaan over de revolutie van 1968 en de Vietnamoorlog (Zij die dromen slapen nooit) gaat het de schrijver om de bitse houding van de veiligheidsdiensten ­tegenover links, meteen een kans om de IB-affaire uit de doeken te doen. Het voorlaatste deel (De tweede doodzonde) draait om het neoliberalisme van Thatcher en Reagan in de jaren tachtig, een ware nachtmerrie voor de linkse Eric.

Op zoek naar een nieuwe vijand

Met het zojuist verschenen Het einde van het verhaal zijn we in de jaren negentig beland, na het einde van de Koude Oorlog. Het communisme heeft opgehouden te bestaan, het kapitalisme heeft gezegevierd. Nu wordt er een nieuwe vijand gezocht en gevonden: de vluchteling, die in minder dan geen tijd wordt ‘omgedoopt’ tot moslimterrorist. In dit boek zien we Eric als advocaat die vluchtelingen verdedigt en vurig de onrechtvaardige terrorismewetten bestrijdt. Hij krijgt ook af te rekenen met een nieuw soort pers, de boulevardpers, die via schreeuwerige koppen boven grote ­foto’s onwaarheden verkoopt en Eric in een kwaad daglicht stelt.

Om het familieverhaal een nieuwe dynamiek te geven, grijpt Guillou terug op ‘vergeten’ bezittingen van de familie in Berlijn en Dresden, waarvoor ze restitutie kunnen krijgen van de Duitse staat. Mét de te verwachten erfenisruzies. Pittig detail is dat de bezittingen onder de aandacht worden gebracht door een lang vergeten familielid: ­Harald, de zoon van Lauritz die in de oorlog SS’er is geweest en vijftig jaar in Argentinië heeft gewoond.

Dat het publiek Guillou verslindt, heeft te maken met zijn vermogen de sfeer van elk decennium feilloos te vatten. Dat doet hij op basis van een enorme dosis feitenmateriaal, in combinatie met een zeer uitgesproken vertelstem, die nooit aarzelt positie in te nemen. Tegelijk beheerst hij de kunst van het doseren: hij weet perfect hoelang een gedocumenteerd stuk mag duren, voordat hij overschakelt op pakweg smeuïge erfeniskwesties en uitdagende familie-intriges.

Reken daar nog bij dat de Lauritzens uitgesproken elitair zijn, wat nieuwsgierig maakt en kansen biedt tot een heerlijk, voyeuristische inkijk in de mores van een ‘chique’ ­familie, die zich met de regelmaat van de klok tegoed doet aan uitgelezen wijnen en exquis eten, liefst in dure restaurants.

null Beeld

Jan Guillou
Het einde van het verhaal
(De grote eeuw, 10)

Vert. Bart Kraamer
Prometheus;
396 blz. € 25

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden