Het decor van de zee bepaalt de stemming. De storm tekent het kwaad, een helder zonnetje het optimisme.

Omstreeks 1644 wilde de reder Otto van Vollenhoven over een familieportret beschikken. Dat was de reden waarom hij de portrettist Dirck Dircksz vroeg hem, zijn vrouw Appolonia en hun beider dochter Maria gezamenlijk in een representatief tafereel neer te zetten.

door CEES STRAUS

Van Santvoort koos voor het chic uitgedoste gezelschap een ongebruikelijk decor: hij situeerde de drie familieleden op een duin langs de vloedlijn bij Zandvoort. De heer Van Vollenhoven, zowel als zijn vrouw en dochter poseerden in vol ornaat. Van Vollenhoven maakte zich zo breed als een heerser. Met zijn rechterhand steunend op een wandelstok, bepaalt hij de kijkrichting naar zijn schip dat de veelzeggende naam 'De Geweldige' heeft gekregen. Voor een portret is het een ongewone omgeving, maar als we het schilderij als een strandgezicht met bijzondere stoffering beschouwen, dan is het doek, dat momenteel in het Katwijks Museum te zien is, niet meer dan een van die talloze strandgezichten die sinds het begin van de 17de eeuw zijn gemaakt.

Het feit dat Nederland een meer dan honderd kilometer lange kustlijn bezit, zal weinigen vandaag de dag meer verbazen. De voortdurende dreiging die van de zee uitgaat, heeft geleid tot een combinatie van duinen mét dammen en dijken naast een al eerder totstandgebracht kunstmatige zeewering. Ook dat is een bekend begrip: niemand ligt er meer wakker van dat delen van het land onder het zeeniveau liggen en bij afwezigheid van een zeewering zouden kunnen overstromen. Maar het besef van dit alles is eigenlijk nog maar van recente aard. Belangstelling voor het strand, voor de kust komt pas op als de schilders de zee betrekken in hun landschappen of zeegezichten. Die interesse ontstaat als de schilderkunst op de drempel van de Gouden Eeuw staat, een tijd waarin de schilders door de groeiende onderlinge concurrentie een eigen specialisme zoeken. Hoewel er al enkele eeuwen van schilderactiviteit aan vooraf gingen, realiseerde menige schilder zich tijdens de eerste helft van de 17de eeuw pas goed dat hem hier een goedkoop, maar heel schilderachtig thema in de schoot was geworpen.

Het Katwijks Museum heeft een ware tour de force uitgehaald door aan de hand van ruim tachtig olieverven en werken op papier een verhelderend licht op deze soms dreigende materie te werpen. Dreigend omdat het weer vaak een toegevoegd thema in de voorstelling was: licht boven een stormachtige zee verhoogt de theatrale werking. Slecht weer heeft een symbolische bij-betekenis: een storm betekent zoveel dat er sprake van kwaad moet zijn, terwijl een helder zonnetje een sfeer van optimisme oproept.

De Katwijkse tentoonstelling laat de vraag onbeantwoord of het Hollandse strandgezicht is uitgegroeid tot een autonoom fenomeen binnen de rijke 17de-eeuwse traditie. De museumzalen overziend kom je tot de conclusie dat er van een zelfstandig fenomeen nauwelijks sprake is geweest. Het strandgezicht bevindt zich wat dat betreft op hetzelfde niveau als enkele jaren geleden voor het rede-gezicht gold (een baanbrekende expositie in Oudeschild op Texel waar in plaats van schilderijen werken op papier werden getoond). Het redegezicht kan het eenvoudig niet stellen zonder een aardige entourage.

Zoals het redegezicht bevolkt was met schepen, met zeelieden die in wiebelige bootjes naar de rede of de kust voeren en die als decor hooguit wat bomen en koetjes als stoffering kenden, zo is het strandgezicht ook zelden als een autonoom behandeld gegeven te zien. Een strandgezicht zou louter uit strand kunnen bestaan, wat duintoppen, wat struiken en helmgras en natuurlijk de zee die strepen schuim op het zand afzet. Maar dat was voor de schilders van de Gouden Eeuw die het onderwerp vanaf circa 1610 uit en te na hebben bestudeerd, natuurlijk niet genoeg. Integendeel, ze vonden zand en water maar wat saai. Er moest sprake zijn van een zekere mate van spektakel. Dus werd het strand de theatrale kadering voor alledaagse gebeurtenissen. Daartoe behoorde de visafslag in de openlucht, het repareren van de vissersvloot, het bekijken van allerlei vondsten -zo spoelde eens een walvis aan, een gebeurtenis die honderden mensen op de been bracht- en het aloude minnespel dat zich in de rust van de duinvalleien afspeelde. Ook andere, officieel verklaarde thema's als stilleven, (familie)portret en het historische epos, konden op het strand worden gesitueerd. Om van zeeslagen maar te zwijgen, die als we de schilders mogen geloven, vanaf het strand gade konden worden geslagen. Kortom: het alledaagse leven speelde zich behalve in de stads- en dorpsstraten ook op het strand af.

Het strandgezicht, hoezeer dat ook in het teken van andere onderwerpen stond, was toch een zaak van specialisten. Dat geldt ook voor het stilleven, voor het portret, het kerkstuk. Maar alleen marineschilders (Simon de Vlieger, Reinier Nooms, Ludolf Backhuysen, Abraham Storck en Hendrick Vroom) wilden het strandgezicht met hun schepen combineren. Voor hen was de kust dan ook een natuurlijke ambiance. Verder blijft het strandgezicht in handen van de kleine meester. Ligt het daaraan dat het onderwerp niet tot grote hoogte zou reiken en nauwelijks als een autonoom fenomeen in de kunstgeschiedenis is bijgeschreven?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden