InterviewRené Appel

‘Het conflict moet escaleren, er moet een vuurtje onder’

René Appel: ‘Voor mij hoeven niet alle plotdraadjes afgehecht te worden, daar wordt een boek te keurig van’.Beeld Maartje Geels

In de thrillers van René Appel maken gewone mensen kleine fouten, waarna hun leven volledig ontspoort. ‘Ik hou van het van-kwaad-tot-erger-scenario’, zegt de schrijver bij de verschijning van zijn 25ste misdaadroman.

Eigenlijk zou René Appel dit najaar een groot feest geven. Redenen genoeg: hij werd 75 in september, hij en zijn vrouw zijn 40 jaar samen, waarvan 35 jaar getrouwd. En als klap op de vuurpijl verschijnt morgen ook nog eens zijn 25ste thriller: ‘Overschot’. Zoveel mooie ronde getallen bij elkaar, dat is het vieren waard, laat de champagnekurken maar knallen.

Het liep anders, helaas. Spelbreker corona kwam ertussen, maar ook een andere ziekte: afgelopen zomer bleek dat Appels vrouw ongeneeslijke slokdarmkanker heeft. Een zware klap voor de schrijver en zijn vrouw, die altijd over een uitstekende conditie beschikte en nu voor palliatieve behandelingen naar het ziekenhuis moet.

Zo ook op deze herfstige ochtend in Amsterdam. Appel heeft zijn vrouw net afgeleverd in het ziekenhuis en zit in een café met uitzicht op Artis, waar zij vóór haar ziekte werkte als vrijwilligster. Vindt hij het moeilijk om te schakelen van de mantelzorg naar een interview over zijn schrijverschap? Nee, zegt de auteur, dat is juist wel fijn. Even de knop om, even wat anders. Hij praat graag en met liefde over zijn vak. 

Sinds zijn debuut ‘Handicap’ (1987) geldt Appel in Nederland als de uitvinder van de psychologische thriller: de misdaadroman waarin het niet zozeer draait om actie en achtervolgingen maar om de karakters van de hoofdpersonen. Daarbij volgt hij zijn twee heldinnen in het genre: de Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith en de Britse ‘Queen of Crime’ Ruth Rendell. 

In hun thrillers zit Het Kwaad tussen de oren, of vaker nog: het ontstaat uit wrijvingen tússen mensen, kleine ontsporingen in het intermenselijke verkeer. Iemand doet iets stoms, uit schuldgevoel, jaloezie of onoplettendheid. Hij zit te suffen in de auto, zij besluit haar minnaar te negeren. Een kleine gebeurtenis, een ondoordachte beslissing veroorzaakt een kettingreactie met op het einde grote ellende, moord en doodslag. 

Mensen van vlees en bloed, sukkelaars met de beste bedoelingen: ze treden ook weer op in Appels 25ste thriller, het uitstekend geschreven ‘Overschot’. Daarin probeert makelaar Arend zijn stiefzoon Ferry te helpen, wat nogal een klus is, want deze twintiger wil totaal niet deugen. Ferry maakt van zijn huis een zwijnenstal, heeft vage drugshandeltjes en schulden bij louche types, die Appel overigens op smakelijke, bijna slapstickachtige wijze schildert.

Waarmee begint een thriller? Met welk idee? 

“Het begint eigenlijk altijd met een potentieel conflict. En met iets wat ik in mijn omgeving heb opgevangen. In dit geval hoorde ik van kennissen dat er ineens een onbetrouwbaar ogende man voor hun deur stond. Die man zei: ‘Ik krijg nog drieduizend euro van jullie zoon, betalen jullie maar, anders slaan we hem in elkaar’. 

“In deze situatie zit al een potentieel generatieconflict verborgen, tussen gewone, aardige mensen en hun zoon die niet wil deugen. Toen las ik ‘Otmars zonen’, de roman van Peter Buwalda waarin een stiefvader voorkomt. En toen dacht ik: als ik er een stiefvader van maak, gaat het pas echt wringen. Dan komt er ook nog spanning te staan op de relatie tussen hem en Maud, de moeder van die jongen. Want zij is natuurlijk loyaler ten opzichte van haar zoon dan haar man.”

U gaat er vrolijk van kijken.

“Ja, zo’n ingeving is leuk, daar kun je iets mee als schrijver. Vervolgens is het zaak de plot zo op te bouwen dat het steeds erger wordt. Ik hou van het kwaad-tot-erger scenario: het conflict moet escaleren, het moet worden opgestookt en niet vlak voortkabbelen, er moet een vuurtje onder. De lezer moet denken: wat gebeurt er nu weer?!”

Doktert u de plot helemaal uit voordat u gaat schrijven?

“Nee, ik schrijf nog steeds intuïtief, ik denk niet: nu moet ik dat ingrediënt erin stoppen. Alleen bij mijn tweede boek dacht ik: nu ga ik het professioneel aanpakken. Ik heb een groot schema gemaakt en op de wand van mijn schrijfkamer geplakt. Met pijlen, situaties, personages.

“Maar na twee hoofdstukken had ik het gevoel dat ik helemaal vastzat. Ik heb het schema weggegooid en ben opnieuw begonnen. Dat werkt voor mij simpelweg het best. 

“Ik zal je een voorbeeld geven: in ‘Overschot’ vindt Maud haar zoon voor dood op bed. Zij belt in paniek haar echtgenoot op, hij stapt in de auto met in zijn hoofd ‘verdomme, dat rotjoch’. En dan krijgt hij een ongeluk. Dat heb ik pas bedacht nadat ik hem in de auto had gezet. Dat ongeluk is niet zomaar een complicatie, die grijpt in op het verhaal. Arend zit met stress achter het stuur als hij een meisje aanrijdt. Het woord stress gebruik ik trouwens niet, dat wil ik niet, dat moet de lezer maar voelen.”

Bij Arend dacht ik: Geef die lamme stiefzoon eens een schop onder zijn kont.

“Ja, maar dat kan hij niet, want dan heeft hij meteen problemen met zijn vrouw. Hij zit klem. En als het goed is, begrijpt de lezer dat wel. Ik probeer de karakters zo te beschrijven dat de lezer vanuit hen gaat denken.

“Ik zie ze voor me tijdens het schrijven: het zijn gewone mensen in gewone huizen, die gewoon werk doen. Wel werk waarbij ze andere mensen ontmoeten, ze zijn makelaar, bibliothecaris, dominee of leraar van beroep. Iemand die alleen op kantoor zit, daar heb je niks aan in een thriller.

“Ze hebben vaak wel een lastige eigenschap of een probleem. Zo zet Maud zich bovengemiddeld in voor haar zoon omdat ze zich schuldig voelt. Ook dat woord gebruik ik niet, ook dat moet de lezer voelen.”

Uw personages doen niet aan introspectie, we kennen hun gedachten niet. Ze dóén gewoon: Maud pampert haar zoon.

“Nee, introspectie is overbodig, storend zelfs. Een boek heeft vier elementen: de beschrijving, de gedachten, de dialoog en de handeling. Ik probeer de beschrijving en zeker de gedachten zo beperkt mogelijk te houden. Het gaat om wat er gebeurt en wat mensen tegen elkaar zeggen: dat stuwt het verhaal voort.

“Ik vind zelf dat er in veel boeken te veel gedacht wordt, te veel uitgelegd. Zo maait een schrijver het gras voor de voeten van de lezer weg. Als lezer voel ik me dan dom gemaakt en daar hou ik niet van. Gedachten doden de dynamiek. Een monoloog interieur betekent meestal stilstand.

“Wat niet wil zeggen dat ik hou van actiethrillers, juist niet, ik vind het belangrijk dat de personages reliëf krijgen. Voor mij hoeven ook niet alle plotdraadjes afgehecht te worden, daar wordt een boek te keurig van.”

Na 25 thrillers heeft u vast zicht gekregen op het slechte in de mens. Waar zit die slechtheid? 

“Er is geen keurig onderscheid te maken tussen goede en slechte mensen, waarbij de goeden op de slechten kunnen neerkijken. Het is hovaardig om zo te denken. Alle mensen hebben kwalijke kantjes. En mensen die je echt wel slecht kunt noemen hebben ook sympathieke kantjes, ze zorgen bijvoorbeeld goed voor dieren. Voor een boek is het ook veel beter als mensen niet eenduidig goed of slecht zijn.”

Waar gaat het dan mis, wanneer drijft het slechte boven?

“Als ze in lastige situaties terechtkomen, in conflicten. Dan doen ze dingen intuïtief, ze reageren op bepaalde stimuli, op gedrag van een ander, ze verliezen de ratio. Als lezer denk je: Hou je nou een beetje in. In werkelijkheid dóén mensen dat meestal ook, gelukkig.”

Put u als schrijver ook uit uw eigen slechtheid?

“Nee, ik heb niet zoveel slechte kanten. Dat klinkt heel eigenwijs natuurlijk, maar: het hangt er gewoon vanaf in welke situaties je terechtkomt. Als je jezelf of je geliefde moet verdedigen, blijf je dan altijd keurig of gaan bij jou ook de remmen los, krijg je ook een bloedwaas voor je ogen?

Ik heb één keer in een café gevochten, maar – eerlijk waar – die ander begon. Ik zal nooit vergeten dat de barkeeper in één keer over de bar sprong en die andere kerel het café uitwerkte. Verder heb ik jarenlang gevoetbald en daarbij ben ik waarschijnlijk ook wel eens over de schreef gegaan. Maar een rode kaart heb ik nooit gehad.”

Inspireert de coronacrisis u nog tot een thriller?

“Nee, niet direct. Al zou de situatie in dit café wel een beginnetje kunnen zijn. Bij de ingang moet iedereen zijn naam en telefoonnummer opschrijven. Stel je een ontmoeting voor tussen illegale geliefden. Al kunnen die natuurlijk ook een valse naam opgeven... Nee, daar zie ik nog geen conflict in.”

Denkt Appel aan stoppen, nu de pensioengrens al ver achter hem ligt? “Nee, wat moet ik dan doen? Elke dag naar Artis? Ik vind schrijven gewoon heel erg leuk.”

De telefoon gaat, het ziekenhuis belt met nieuws over zijn vrouw. De schrijver zet de knop weer om.

Hoogleraar en schrijver

De loopbaan van René Appel (Hoogkarspel, 1945) loopt langs twee sporen. Hij studeerde Nederlands en promoveerde cum laude op de taalverwerving van immigrantenkinderen. Van 1994 tot 2003 was hij bijzonder hoogleraar Verwerving en didactiek van het Nederlands als tweede taal aan de Universiteit van Amsterdam. 

Zijn kennis van taal spuit Appel wekelijks in het populaire radioprogramma ‘De Taalstaat’ van Frits Spits.

Als misdaadauteur (vanaf 1987) bekwaamde hij zich in de psychologische thriller, een genre waarin Saskia Noort en Esther Verhoef inmiddels ook populair zijn. Twee van zijn thrillers werden bekroond met de Gouden Strop voor het beste misdaadboek: ‘De derde persoon’ (1990) en ‘Zinloos geweld’ (2001). Met veel andere boeken werd hij voor deze zelfde prijs genomineerd. In totaal verkocht hij zo’n 400.000 boeken. ‘Overschot’ is zijn 25ste misdaadroman.

Lees ook: 

De coronathriller die er nooit zal komen

De coronapandemie is gouden materiaal voor een spannend boek. Thrillerauteurs zitten vol ideeën, maar ze hebben gek genoeg geen zin om er iets mee te doen. Voor de echte coronathriller is het nog te vroeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden