Sun Li (42, rechts) en theatermaker Tjyying Liu (56) schreven samen het script van de voorstelling Happy in Holland. ‘Altijd dat schuldgevoel: je moet voor je ouders zorgen, maar je wilt ook je eigen weg gaan’, zegt hij. Beeld Martijn Gijsbertsen
Sun Li (42, rechts) en theatermaker Tjyying Liu (56) schreven samen het script van de voorstelling Happy in Holland. ‘Altijd dat schuldgevoel: je moet voor je ouders zorgen, maar je wilt ook je eigen weg gaan’, zegt hij.Beeld Martijn Gijsbertsen

InterviewToneel

Het Chin. Ind. restaurant verdwijnt. ‘Aan gevoelens deden we thuis niet, dat was iets van ‘hier’’

In het theaterstuk Happy in Holland, over het verdwijnende Chinees-Indische restaurantleven, gaat het er tussen moeder en dochter soms hard aan toe. ‘En maar knikken om haar gebrekkige taaltje goed te maken. Dociel. Hoe anders was ze thuis met haar Kantonese bevelen.’

Ally Smid

Belt je moeder? Niet opnemen, dan weet je zeker dat je moet komen satés rijgen en loempia’s vouwen, dat je weer de klos bent. Een kerstboom thuis? Nooit. Die staat toch al in het restaurant? Thuis een volle ijskast? Nee, het gaat erom dat de keuken van het restaurant goed bevoorraad is. Het restaurant is je huis. Je bent toch bijna nooit thuis, daar slaap je.

Het zijn de restaurantkinderen van het eerste uur die in het theaterstuk Happy in Holland het stilzwijgen doorbreken. Kinderen van het Chinees-Indische restaurant, een fenomeen in Nederland: het eerste Hollandse uit-eten, de wekelijkse afhaalmaaltijd. Een uitstervend fenomeen ook, want veel van deze restaurants zijn verdwenen omdat ze werden opgedoekt, want kinderen wilden de zaak niet overnemen of die veranderde in een all you can eat-concept.

Dit is de allereerste Nederlandse voorstelling die is geschreven, gespeeld én geregisseerd door de jonge generatie Chinese Nederlanders. Een voorstelling waarin volwassen dochter Happy terugblikt op haar jeugd en zich afvraagt wie haar moeder eigenlijk is. Die glimlachende, zwijgende vrouw die altijd de witte bakjes inpakte achter de toonbank. Had haar moeder meer van het leven verwacht, en van haar dochter?

Harde dialogen tussen moeder en dochter

In de dialogen tussen moeder en dochter gaat het er soms hard aan toe. Want zoiets als gevoelens, waar bij Hollandse gezinnen thuis vaak wel ruimte voor was, daar deden ze bij haar thuis niet aan. Daar confronteert ze haar moeder mee. Schaamte was er ook, voor die moeder die er anders uitzag dan de andere moeders, slecht Nederlands sprak en nooit kwam helpen op school.

In een repetitielokaal aan de Amsterdamse Prinsengracht wordt in december hard gewerkt aan de verschillende scènes. Regisseur Char Li Chung geeft actrice Charlotte Ha (die Happy speelt) aanwijzingen hoe ze het meest geloofwaardig overkomt als ze vertelt hoe ze op haar zestiende samen met haar eerste vriendje ineens haar moeder langs ziet komen:

Waarom moest ze net langsfietsen, met die lelijke volle fietstassen, die bananen die eruit staken en die afschuwelijke bruine jas die drie maten te groot was, waarom? ‘Is dat niet je moeder?’ Ik durfde nauwelijks naar haar te kijken. ‘Dat mens? Nee, die werkt voor ons.’

Een paar scènes verder gaat ze helemaal los:

En maar knikken om haar gebrekkige taaltje goed te maken. Dociel. Hoe anders was ze thuis met haar Kantonese bevelen, instructies afgeschoten als machinegeweren: Restaurant. School. Luisteren. Functioneel, simplificeringen, geen emoties. Soms probeerde ik het, praten met haar. ‘Over gevoelens praten is iets van hier’, zei ze dan.

Het is zo’n honderd jaar geleden dat de eerste Chinezen naar Nederland kwamen. Zij kregen werk in de Rotterdamse haven, maar de meesten, ook degenen die de terreur van Mao ontvluchtten, begonnen hier een Chinees-Indisch restaurant. Soms in de meest afgelegen dorpen van het land.

Sun Li: ‘Tot het restaurant van mijn ouders sloot, vier jaar geleden, werkte ik daar nog met kerst. Al had ik een baan bij het ministerie van financiën en de Wereldbank. Ja, echt.’ Beeld Martijn Gijsbertsen
Sun Li: ‘Tot het restaurant van mijn ouders sloot, vier jaar geleden, werkte ik daar nog met kerst. Al had ik een baan bij het ministerie van financiën en de Wereldbank. Ja, echt.’Beeld Martijn Gijsbertsen

Zo ook de ouders van Sun Li (42), die zich in 1980 vanuit Hong Kong met het gezin in een Fries dorp vestigden en daar hun restaurant begonnen. Zij schreef samen met theatermaker Tjyying Liu (56) het script van deze voorstelling. We spreken elkaar in theater Bellevue, waar Happy in Holland onder meer te zien zal zijn.

Hielpen jullie ook altijd mee in het restaurant van je ouders?

Sun Li: “Tot het restaurant van mijn ouders sloot, vier jaar geleden, werkte ik daar nog met kerst. Ja, echt. Ook al studeerde ik in Groningen en Engeland, of had ik een baan bij het ministerie van financiën en de Wereldbank in Washington. Met kerst was het meteen weer hup, het restaurant in, bedienen, bakjes inpakken, ‘wilt u er sambal bij?’”

Tjyying Liu: “Het Brabantse restaurant van mijn vader ging in de jaren zeventig failliet. Ik bediende wel altijd in andere restaurants. De scène waarbij de dochter per ongeluk in haar vinger hakt bij het maken van lapsangworstjes, heb ik bedacht. Die worstjes in mijn vaders keuken ruik ik nog.”

In het script verwoorden jullie ook gemis en schaamte. Hoe zat dat bij jullie zelf?

Sun Li: “Ik heb echt moeten leren dat het niet erg was dat wij thuis niet communiceerden als in andere gezinnen. Dat we niet over gevoelens praatten.”

Tjyying Liu: “Gesprekken die we gehad wilden hebben, hebben we opgeschreven. Het Nederlands van mijn Kantonese vader is heel gebrekkig. Een diepgaand gesprek heb ik nog nooit met hem gehad.”

Sun Li: “Ik voelde altijd de verantwoordelijkheid om mijn familie te representeren. Ik kreeg te horen dat ik geen ruzie met mensen mocht hebben. Allemaal angst om klandizie kwijt te raken.”

Tjyying Liu: “Ik voel me eigenlijk nog steeds een slecht kind, altijd dat schuldgevoel: je moet voor je ouders zorgen, maar je wilt ook je eigen weg gaan.”

Sun Li: “Toen ik een huis zocht, wist ik: er moet een extra kamer zijn, voor mijn ouders als ze hoogbejaard zijn. Maar ik dacht: wil ik dit wel? Onze ouders waren allemaal niet van plan in Nederland te blijven, maar ze zijn er nog steeds.”

Tjyying Liu: “Ik heb vaak gedacht: had ik maar Kantonees in plaats van sinologie gestudeerd, dat kon ik mijn vader beter helpen.”

Sun Li: “Ik vond het vaak egoïstisch van mezelf, heb mijn eigen wensen nagejaagd, wilde weg uit dat dorp, studeren. Dat vonden ze goed, maar mijn diaspora-ouders hadden ons als kinderen ook gewoon nodig.”

Volgen jullie de ontwikkelingen in China, los van de huidige coronasituatie?

Tjyying Liu: “Ja zeker, ik heb er acht jaar gewoond en was er vijf jaar correspondent voor De Telegraaf. Ik heb nog steeds contact met collega Garrie van Pinxteren. Nederlandse vrienden van mij die er soms al dertig jaar wonen, willen nu terug. Ze trekken het regime niet meer. Ik wil er wel nog heen om te reizen, maar dan buiten Peking.”

Sun Li: “Vier jaar geleden was ik er nog voor mijn werk. Ik spreek ook tragisch slecht Chinees. Met de familie thuis spreken we Hakka, dat is een spreektaal over het dagelijks leven: huis, restaurant, eten. En ik spreek een beetje Kantonees, door de tekenfilms in mijn jeugd. Ik kreeg als kind Kantonese les op een zaterdagschool in Friesland, maar ik was de slechtste van de klas. Later heb ik Mandarijn geprobeerd, dat was ook geen succes.”

Jullie wilden dat het stuk uiteindelijk een liefdevol vaarwel zou zijn, is dat gelukt?

Sun Li: “Voor mij is het een erkenning van de ervaringen die wij hebben gehad. Er zijn ook vast restaurantkinderen die zich er niet in zullen herkennen. Ik heb me lang geschaamd dat ik zo hard was voor mijn moeder, zij deed ook maar haar best.”

Tjyying Liu: “Het is een vaarwel aan het Chinees-Indische restaurant en aan die generatie. We hebben hun en onszelf een stem gegeven.”

Happy in Holland is te zien t/m 15 april. Info en kaarten: rosestories.nl

Lees ook:
De Bananengeneratie duikt in een sprankelend theatraal portret achter het cliché

Met de voorstelling De Bananengeneratie, geïnspireerd op het gelijknamige boek van Pete Wu, wil Theater Oostpool vooral laten zien waar de tweede generatie van Oost-Aziatische migranten in ons land tegenaan loopt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden